Eentje voor Jou

Omslag

Table of Contents

Inhoud

Voorwoord

Inleiding

Hoofdstuk 1 De geschiedenis van geld

Hoofdstuk 2 Centrale bankiers: de alchemisten van deze tijd

Hoofdstuk 3 War on gold

Hoofdstuk 4 Het geheim van geld

Hoofdstuk 5 Investeren in edelmetalen

Nawoord

Geraadpleegde literatuur

Appendix

 

Willem Middelkoop

Goud en het geheim van geld

Hoe bankiers ons financiële systeem opblazen

 

 ‘Bij ontstentenis van de gouden standaard kunnen spaartegoeden op geen enkele wijze worden beschermd tegen inflatie. Er is geen goede manier om waarde veilig te stellen. Als die er wel zou zijn, zou de overheid die buiten de wet moeten verklaren, zoals dat met goud is gebeurd. Als iedereen bijvoorbeeld zou besluiten al zijn banktegoeden om te zetten in zilver of koper of wat dan ook, en vervolgens zou weigeren cheques te aanvaarden als betaling voor goederen, zouden bankdeposito’s niets meer waard zijn en zou door de overheid uitgegeven geld niet meer kunnen worden gebruikt voor de aankoop van goederen. Voor het financieel beleid van de verzorgingsstaat is het van essentieel belang dat er geen enkele manier is waarop de eigenaren van bezittingen zichzelf kunnen beschermen. [...] Dat is het smerige geheim achter de tirades van de pleitbezorgers van de verzorgingsstaat tegen goud. Overbesteding is louter een programma voor de confiscatie van bezittingen. Goud staat dit verderfelijke proces in de weg. Het fungeert als bescherming van eigendomsrechten. Als je dit begrijpt, begrijp je ook waarom de aanhangers van de verzorgingsstaat zo tegen de gouden standaard ageren.’
 Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Federal Reserve Board (
1966)

Inhoud

Voorwoord

Inleiding

Hoofdstuk 1 De geschiedenis van geld

Hoofdstuk 2 Centrale bankiers: de alchemisten van deze tijd

Hoofdstuk 3 War on gold

Hoofdstuk 4 Het geheim van geld

Hoofdstuk 5 Investeren in edelmetalen

Nawoord

Geraadpleegde literatuur

Appendix

Voorwoord

Allereerst excuus. Dit boek verschijnt, na een olifantsdracht van 22 maanden, ruim een jaar later dan beloofd. Het oorspronkelijke plan voor Goud en het geheim van geld ontstond begin 2007 toen de goudprijs rond de 600 dollar schommelde. Het boek zou in de winkel moeten liggen voordat de goudprijs door de 1000 dollar zou breken. Maar de laatste jaren waren hectisch.

Na het omvallen van Lehman Brothers in september 2008, een jaar na de publicatie van Als de dollar valt, veranderde mijn leven. In korte tijd werd ik een bn’er en had ik een fulltime-assistent en een chauffeur nodig. Voor de verkoop van fysiek goud en zilver zette ik eind 2008 Amsterdamgold.com op, en een half jaar later het Gold&Discovery Fund, dat in 2012 werd omgedoopt tot Commodity Discovery Fund. Beide bleken een gat in de markt. De totale omzet liep de afgelopen jaren op tot ruim een kwart miljard euro. Bovendien werden er in vier jaar tijd honderdduizend exemplaren van mijn boeken verkocht.

Mijn jongensdroom een zakenimperium op te zetten, begon uit te komen. Journalisten, banken, zelfs Mark Rutte: iedereen wilde praten. Soms gaf ik drie lezingen per dag. Maar vanuit één hoek bleef het oorverdovend stil: die van de pensioenfondsen. Kennelijk beschikken ze daar over grote oogkleppen en verkeren ze permanent in de ontkenningsfase. Een insider legde me laatst uit dat pensioenfondsen liever gezamenlijk ten onder gaan dan dat ze hun eigen koers durven varen. Gelukkig ben ik, net als ruim een miljoen andere zelfstandigen, niet van hun beleid afhankelijk.

Maar ik wilde geen slaaf van mijn narcistische inborst worden. Daarom besloot ik niet langer als gast aan te schuiven bij De Wereld Draait Door en andere massamediale amusementsprogramma’s. Ook op journalistieke uitnodigingen ging ik maar af en toe in.

Door het succes van mijn boek werd ik bovendien geconfronteerd met de duivelse kant van geld. Er dienden zich al snel veel ‘mee-eters’, zoals een goede vriend ze altijd omschrijft, aan. Een jonge ambitieuze econoom plagieerde schaamteloos de cover van Als de dollar valt om zijn eigen boek onder de aandacht te brengen. Een medewerker van een website kaapte mijn beleggersportfolio. De fiscaal adviseur die me hielp bij het opstarten van Amsterdamgold.com werd een concurrent. Net als mijn stagiair-chauffeur, die het normaal vond om er met personeel en klanten vandoor te gaan. De CEO dacht op een gegeven moment meer aan zichzelf dan aan het bedrijf en de afgewezen sollicitante benutte de sollicitatiegesprekken vooral voor het perfectioneren en in de markt zetten van haar businessplan. Ik wens ze allen succes.

Het opbouwen van een zakelijk imperium bleek minder aantrekkelijk dan gedacht. Een leven vol concurrentiebedingen, contracten en achterdocht ligt me niet. Ook het controleren en bijsturen van mensen past niet bij mijn karakter. ‘Ik ben te aardig om leiding te geven,’ hoorde ik laatst iemand in een interview zeggen. Ik begreep direct wat hij bedoelde. Daarom ben ik met de meeste van mijn activiteiten gestopt – Amsterdamgold.com en de nieuwsbrief werden verkocht aan Value8 van Peter Paul de Vries. Voortaan richt ik me professioneel nog maar op één doel: het realiseren van een zo goed mogelijk rendement van het Commodity Discovery Fund, dat ik in 2008 samen met Edwin Bergshoeff heb opgezet.

Tot slot wil ik een aantal mensen bedanken die hebben geholpen bij de totstandkoming van het laatste deel van mijn trilogie over ons geldsysteem. Jaco Schipper werd een waardige opvolger van Sander Boon en leverde als redacteur veel goede informatie. Dank aan Willemijn Visser van Nieuw Amsterdam Uitgevers voor haar geduld en de goede samenwerking van de afgelopen jaren. Dank ook aan de vele lezers die dit boek, soms al meer dan een jaar geleden, online hadden besteld. Ik hoop dat hun geduld voldoende wordt beloond.

Willem Middelkoop, oktober 2012

Inleiding

Al in 1987 schreef de Amerikaans-Indiase econoom Ravi Batra dat goud en zilver eigenlijk niets anders zijn dan communicerende vaten met ongedekte valuta. Wanneer het vertrouwen in een ongedekt geldsysteem groot is, zoals rond de eeuwwisseling, bereikt de goudprijs de bodem. Maar daalt dat vertrouwen, zoals tijdens de huidige kredietcrisis, dan lopen de prijzen van edelmetaal sterk op.

Wie goud koopt, verklaart in feite de oorlog aan ongedekt geld. Je plaatst je namelijk buiten het financiële systeem. Dat verklaart wellicht de sterke emoties waarmee discussies over goud gepaard gaan. Vooral economen hebben moeite om de functie van goud te begrijpen. Historici daarentegen snappen dat goud je in staat stelt om je vermogen buiten het geldsysteem te plaatsen en buiten het bereik van overheden te houden.

Overheden haten goud. De VS heeft vanaf 1944 geprobeerd om de dollar de rol van goud over te laten nemen. Het land is er daarom bij gebaat om die rol in ons geldsysteem te marginaliseren. Door de prijs van goud steevast laag te houden, zouden beleggers vanzelf afhaken was het idee. Goud functioneert namelijk als een barometer die waarschuwt wanneer overheden ongedisciplineerd geld bijdrukken. Door de goudprijs te manipuleren, saboteren overheden het instrument dat tijdig oplopende inflatie signaleert.

Goud houdt altijd zijn waarde; geld wordt in een ongedekt financieel systeem als het onze slechts gedekt door schuld. Daarom wordt goud steeds opnieuw gebruikt om een uit de hand gelopen ongedekt geldsysteem te stabiliseren. Om die reden kondigde de Amerikaanse Republikeinse Partij onlangs aan te willen onderzoeken of de gouden standaard opnieuw moet worden ingevoerd. Net als in 1981, toen het dollarsysteem ook uiteen begon te vallen.

Volgens de Braziliaanse minister van Financiën is er sinds 2010 sprake van een valutaoorlog (currency war). Landen proberen met interventies hun nationale munt in waarde te laten dalen. Het bijdrukken van geld is daarvoor de eenvoudigste manier. Bij het bestrijden van de kredietcrisis hebben veel landen hun begrotingstekort flink laten oplopen. Om dat probleem aan te pakken, moeten ze enorme hoeveelheden staatsobligaties verkopen. Vooral aan hun eigen centrale bank, die daarvoor steeds vaker de geldpers aanzet.

Deze vorm van (broekzak)financiering1 werd toegepast in de Weimarrepubliek, toen de economische crisis in Duitsland in 1923 een hoogtepunt bereikte. Ook bij de huidige regering van Zimbabwe is het een populaire strategie, maar tegelijkertijd een tijdelijke oplossing met levenslange risico’s. De Chinezen klagen openlijk over deze strategie om schulden te laten inflateren. Zij maken zich grote zorgen of hun in staatsobligaties geparkeerd geld wel terugkomt in valuta van dezelfde waarde. Staatsobligaties zijn per definitie riskant. Het is maar de vraag of je er geld voor terugkrijgt dat dezelfde koopkracht bezit. Goud en zilver kennen dit gevaar niet. Bovendien hoeft er geen rente of dividend over te worden betaald als vergoeding voor het gelopen risico.

Martien van Winden, die veel over economische geschiedenis publiceert, verwoordt dit het best: staatsleningen zijn ‘als parkeerplaatsen’. Er zijn maar drie landen ter wereld die garanderen dat je je auto ook terugkrijgt. Dat zijn Zwitserland, de VS en Nederland. Alle andere landen bleken in het verleden onbetrouwbaar. Dat geldt ook voor Duitsland, dat sinds 1800 acht keer failliet is gegaan. De VS heeft in 1838 voor het laatst alle schulden afbetaald. De Amerikaanse staatsschuld steeg tussen 2002 en 2012 van 6000 naar 16.000 miljard, een onhoudbare trend. Zo raakt de dollar zijn status als wereldreservemunt gegarandeerd kwijt. De dollar verloor de afgelopen honderd jaar namelijk al meer dan 80 procent van zijn waarde ten opzichte van de Zwitserse frank en zelfs meer dan 95 procent ten opzichte van goud.

Maar ook de Zwitserse frank is geen veilige valutaire haven meer. De Zwitserse centrale bank heeft in 2012 bepaald dat de eigen munt niet verder meer in waarde mag stijgen ten opzichte van de euro. Op slag werd de Zwitserse frank even zwak als de euro. En onze ongedekte euro staat nog geen vijftien jaar na zijn introductie al ernstig ter discussie. Het is maar de vraag of de munt de huidige crisis gaat overleven. Een monetaire schande vergeleken met de stabiliteit die er, op basis van gouden munten, duizend jaar lang in het Byzantijnse Rijk heerste.

Ons geldconcept is het slechtst uitgelegde systeem in de academische wereld. Studenten wordt niet verteld dat Amerikaanse bankiers in 1913 met een coup het monopolie op de dollarcreatie van de overheid afnamen. Of dat de aandelen van de Amerikaanse centrale bank, die in dat jaar werd opgericht, de Federal Reserve, niet in handen zijn van de staat maar van dezelfde Wall Street-bankiers. Universiteiten gebruiken dezelfde studieboeken als vóór de crisis, met achterhaalde modellen over efficiënte markten. Het overgrote deel van de economen wordt niet opgeleid om de rol van geld in onze economie te bevatten. Ze worden klaargestoomd voor een rol als pion in een systeem dat wanhopig probeert vol te houden dat geld, in de vorm van nieuwe schulden, tot in lengte van dagen uit het niets kan worden gecreëerd. Vrijwel alle economische stromingen die worden gedoceerd, promoten geldcreatie door de staat in samenwerking met het private bankwezen. De huidige crisis, gesteund door ongeveer 6000 jaar gedocumenteerde monetaire geschiedenis, spreekt deze doctrine tegen. Een ongedekt geldstelsel is al meer dan 250 keer uitgeprobeerd en telkens mislukt. De kans op mislukking is eerder een statistische zekerheid dan een ‘theoretische onwaarschijnlijkheid’ zoals het onderwijs ons leert. Deze empirie komt bankiers niet in hun kraam van pas en is verworden tot een economisch taboe. Alle mensen die de huidige crisis voorspelden, ook ikzelf, baseerden zich juist op die onbetwistbare historische parallellen. De Oostenrijkse School is de enige economische stroming die stelt dat je niet onbeperkt geld uit het niets kunt creëren zonder een munteenheid uiteindelijk waardeloos te maken. Maar hun leer wordt op economische faculteiten op zijn best oppervlakkig aangestipt. Onze hoogleraren economie spelen dus een bedenkelijke rol en hebben het ontstaan van deze crisis mede veroorzaakt.

In het huidige geldsysteem ligt vrijwel alle macht bij de bankiers. Essentiële controlemechanismen ontbreken. Zo worden de belangrijkste beslissingen door het Bazels Comité voor Bankentoezicht genomen, terwijl de bankiers van de Bazelse Bank for International Settlements (BIS)2 onder geen enkele vorm van parlementaire controle vallen. Bankiers bepalen niet alleen hoeveel geld er binnen de economie circuleert, maar mogen met dit geld ook winst maken. Dat is een vorm van geinstitutionaliseerde voorkennis. Met zijn trias politica wilde de Franse filosoof Charles de Montesquieu de machten verdelen en zo de politieke vrijheid van burgers garanderen. Daartoe introduceerde hij zijn leer van wetgevende, controlerende en uitvoerende macht. Maar in de economie bestaat er helaas geen trias economica. Neem onze eigen toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten. De AFM maakt de regels, handhaaft ze en deelt indien zij dit nodig acht straffen uit.

Montesquieu leerde ons al dat partijen met te veel macht geneigd zijn die te misbruiken. Vooral in de VS heeft de wetgevende macht zich teruggetrokken uit de economie. De afgelopen decennia heeft Wall Street de politiek vrijwel volledig ‘overgenomen’. Centrale banken verschrompelden van waakhonden tot schoothondjes. Het Amerikaanse neoliberale beleid van de laatste twintig jaar is door veel landen overgenomen. De bijbehorende deregulering heeft uiteindelijk geleid tot de kredietcrisis, een golf van financiële reddingsoperaties (de zogenaamde bailouts) en daardoor juist tot een grotere invloed van de overheid.

Net als in de inleiding van Als de dollar valt wil ik eindigen met de waarschuwende woorden van de Oostenrijkse econoom Ludwig von Mises: ‘Er is geen manier om de totale ineenstorting van de economie te voorkomen als deze op schulden is gebouwd.’ Na het lezen van dit boek snapt u mogelijk waarom.

 

1   Waarbij de ene overheidsinstantie, in dit geval de centrale bank, geld creëert en vervolgens uitleent aan een ander overheidsorgaan, namelijk het ministerie van Financiën.

2   De BIS functioneert als de ‘moeder’ van de westerse centrale banken en is verantwoordelijk voor de basisrichtlijnen van het financiële systeem.

‘Het systeem wordt opnieuw opgeblazen om verder leeglopen te voorkomen. Er zijn te veel schulden verstrekt en dat “lossen we op” door nog meer schulden te creëren. Maar binnen vijf of tien jaar is daardoor een volgende en mogelijk nog grotere crisis een zekerheid. Dan is het moment aangebroken dat overheden de enorme schuldenberg niet meer kunnen herfinancieren. Toch lijkt elke prijs acceptabel om het wegzakken in een diepe wereldwijde depressie te voorkomen – zelfs het risico van hyperinflatie. Elke beleidsmaker kiest immers liever voor een mogelijke economische dood over een paar jaar dan voor de vrijwel gegarandeerde economische dood nu. [...] Om de kredietcrisis te bezweren, is gekozen voor de vlucht naar voren. [...] Het toont de onmacht van ons systeem, waarbij symptoombestrijding de rode draad is en de eigenlijke ziekte niet mag worden bestreden. Ons systeem is als een terminale patiënt die nog slechts kan hopen op een aantal jaren leven in reservetijd. Alleen door het toedienen van de cocktail met de zwaarste medicijnen blijft hij op de been. Nee, hij zal nooit meer de oude worden; nee, het wordt nooit meer zoals vroeger, maar met een steeds grotere greep in de medicijnkast is het mogelijk het onvermijdelijke nog even uit te stellen.’
 Uit:
Overleef de kredietcrisis

 

 

 

Hoofdstuk 1

De geschiedenis van geld

‘Geen staat mag iets anders dan gouden en zilveren munten tot wettig betaalmiddel maken.’ – Amerikaanse grondwet, Artikel 1 (1787)

‘Als u of ik een cheque uitschrijven moet er voldoende geld op onze rekening staan om die cheque te dekken, maar als de Federal Reserve een cheque uitschrijft is er geen bankdeposito ter dekking daarvan. Als de Federal Reserve een cheque uitschrijft, wordt er geld geschapen.’ – uit Putting it simply van de Boston Federal Reserve Bank (1984)

‘De weinigen die het (geld-)systeem doorgronden, zullen zó veel belang hebben bij de eruit voortvloeiende winsten of zó afhankelijk zijn van de erdoor verstrekte gunsten, dat er van deze kant geen oppositie te verwachten is.’ – Rothschild Brothers of London (1863)

‘Het Mongoolse Il-Khanaat in Perzië, dat onder de indruk was van het gebruik van papiergeld door hun opperheerser in China, besloot ook zelf van dit instrument gebruik te gaan maken. Er werden technische adviseurs vanuit Peking gezonden en er werd een uitgebreide organisatie opgetuigd. Maar de Perzen waren niet in de loop van een geleidelijke ontwikkeling van honderden jaren gewend geraakt aan papiergeld. Ze weigerden eenvoudigweg te geloven dat deze fraai bedrukte stukjes papier ook maar iets waard waren, en het experiment mislukte volledig.’ – Gordon Tullock, politiek econoom (1957)

 

Intro

Hoewel we dagelijks over geld praten en velen van ons er hard voor werken, staan we maar weinig stil bij wat geld nu eigenlijk precies is. Zelfs mensen die bij banken werken, snappen vaak niet hoe geld ontstaat. Het geheim van geld is dat het uit het niets wordt gecreëerd. Dat gebeurt in de vorm van krediet (schuld). Dit geheim wordt niet op school onderwezen en is slechts bij een beperkte groep financiële insiders bekend. Dat is maar goed ook. Volgens de befaamde Amerikaanse autofabrikant Henry Ford zou er een revolutie uitbreken als mensen doorkregen hoe ons geldsysteem functioneert.

 

1 Wat is de oorsprong van geld?

Tienduizenden jaren geleden bestond er geen geld. Een simpele gemeenschap met maar enkele soorten voedsel en materialen vereist geen geldsysteem. Door middel van ruilhandel functioneert zo’n kleine economie prima. Maar toen de samenlevingen zich begonnen te ontwikkelen, ontstond de vraag naar een complexer handelssysteem. Ruilhandel evolueerde langzaam naar wat economen ‘ruilhandel met voorkeur’ noemen. Relatief waardevaste en gewilde producten, bijvoorbeeld vee en gedroogd vlees, werden steeds vaker als betaalmiddel gebruikt.

Nog steeds is ruilhandel het meest elementaire handelssysteem. In tijden van crisis wordt dan ook vaak teruggegrepen op deze vorm van handel. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werden sigaretten een veelgebruikt ruilmiddel op het verwoeste Europese continent. Daarmee veranderden sigaretten, in economentaal, van consumptiegoederen in ‘voorkeursgoederen met de functie van geld’.1 Ook in 2001, toen buitenlandse mogendheden weigerden leningen te verstrekken aan Argentinië uit angst voor nog meer verliezen en het nationale financiële systeem ernstig in de problemen kwam, ontstond op grote schaal ruilhandel, zelfs in steden als Buenos Aires. En anno 2012 levert Iran olie aan India en China in ruil voor goud. Dankzij een economische boycot van de VS en de EU is het land namelijk afgesloten van het internationale SWIFT-betalingssysteem, waardoor het land geen internationale betalingen meer kan verzorgen.2

Natuurlijk kent ruilhandel nadelen. Er is niet altijd sprake van een constante behoefte aan bepaalde producten en bederfelijke goederen zijn niet waardevast. Dat gold wel voor de grote, ronde Rai-stenen die ongeveer zeshonderd jaar geleden al op het Micronesische eiland Yap als ruilmiddel werden gebruikt. De grootste Rai die ooit werd gevonden, was 3 meter in doorsnee en woog 4000 kg. De stenen waren zeldzaam omdat ze moesten worden aangevoerd van de 400 kilometer verder gelegen eilandengroep Palau, wat grote risico’s met zich meebracht. Tot op de dag van vandaag gelden de stenen lokaal als ruilmiddel. Andere veelgebruikte ruilmiddelen waren schelpen (China) en graan (Mesopotamië, Babylon en Egypte).

Vanaf 700 voor Christus zien we dat ook edelmetaal steeds meer als ruilmiddel wordt gebruikt. Vrijwel alle grote rijken – van de Grieken en de Romeinen tot de Byzantijnen, de Ottomanen en de Arabieren – gebruikten gouden munten als hun standaardvaluta.

 

2 Waarom werd goud geld?

Uiteraard kunnen goederen in veel gevallen als geld fungeren, maar dan moeten ze wel aan een aantal eisen voldoen: ze moeten makkelijk deelbaar, draagbaar, niet bederfelijk en schaars zijn. Maar wil je ermee kunnen ruilen, rekenen en sparen – drie functies die onmisbaar zijn in een efficiënte samenleving – dan heeft geld een aantal belangrijke voordelen boven waardevolle goederen.

Wie het periodiek systeem der elementen doorloopt, snapt al snel waarom de meeste samenlevingen kozen voor goud en zilver als betaalmiddel. Behalve deelbaar, draagbaar, houdbaar en schaars zijn edelmetalen zeer gewild. Of dat nu komt door hun glans of gewicht (goud weegt bijna twee keer zoveel als lood), over de hele wereld voelen mensen zich aangetrokken tot goud en zilver. Bovendien kunnen goud en zilver onmogelijk worden nagemaakt. Vrijwel alle culturen – van Inca’s tot Egyptenaren en Romeinen – beschouwden goud en zilver als een waardevol ruilmiddel. En vanwege die unieke eigenschappen, schaarste en aantrekkingskracht, vormen deze edelmetalen bijna overal ter wereld de basis van het geldsysteem. De vraag naar goud en zilver is in feite oneindig.

 

3 Wanneer ontstonden de eerste munten?

Het eerste muntgeld dateert uit China. Vrijwel gelijktijdig ontstonden er munten in het Westen en in India. De Chinese munten werden geslagen uit diverse metalen, waaronder koper en brons. De munten werden onder streng toezicht van de overheid gemaakt om de uniformiteit te waarborgen. Aangezien de Chinezen hun munten van basismetalen maakten, had het geld een lage intrinsieke waarde3. Daarom werd er in het midden een gat geboord, zodat de munten in grote hoeveelheden aan een touw vervoerd konden worden. Het Chinese geld kende lage productiekosten, maar nadelig was dat het gemakkelijk kon worden nagemaakt.

De eerste westerse munten ontstonden in Lydië, het huidige West-Turkije, rond 650 voor Christus. Ze waren gemaakt van electrum, een natuurlijke legering van goud en zilver. Dankzij de uitvinding van de toetssteen, waarmee de zuiverheid van goud en zilver kon worden vastgesteld, werden de munten al snel gesplitst in gouden en zilveren varianten. Omdat goud veel zeldzamer en daardoor waardevoller is, werd zilver gebruikt voor munten met een lage nominale waarde4.

Alexander de Grote, Julius Caesar en keizer Augustus: alle grote heersers bouwden hun imperium op de fundering van een monetair systeem waarin de gouden munt centraal stond. Het in stand houden van de waarde van de eigen munt bleek van groot belang voor het behouden van de macht. Soldaten werden tevreden gehouden door hun een loon van gouden en zilveren munten uit te keren. Wanneer, door welke oorzaak ook, de waarde van de eigen munt werd uitgehold, kwam een rijk onder grote druk te staan. De monetaire ontwikkelingen binnen het Romeinse Rijk in de derde eeuw zijn daar een prachtig voorbeeld van. Er zijn sterke aanwijzingen dat het Romeinse Rijk mede ten onder is gegaan doordat de Romeinse munt steeds meer aan waarde verloor. Na het wegvallen van belangrijke inkomstenbronnen daalde de belangrijkste Romeinse munt tussen 238 en 274 aanzienlijk doordat het zilvergehalte steeds verder werd verlaagd.5 Niet toevallig volgde daarop een economische crisis.6

image

Bestonden Romeinse munten aanvankelijk voor bijna de helft uit zilver, onder deze keizers daalde het zilvergehalte met maar liefst 85 procent.
 (Bron: Tulane University, http://tulane.edu/, 2012)

 

4 Tot wanneer betaalden we met gouden en zilveren munten?

Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk7, waarbij het inwonertal van Rome terugliep van een miljoen naar enkele tienduizenden, kreeg West-Europa een lokaal georganiseerde economie en werd ruilhandel weer de norm. In veel Europese landen kwamen zilveren munten voor.

Pas aan het begin van de Renaissance deden gouden munten opnieuw hun intrede. In 1252 werden in Genua en Florence voor het eerst in bijna vijfhonderd jaar weer gouden munten geslagen. Deze florijnen waren de voorlopers van onze guldens en euro’s.8 Kort daarna, in 1284, kwam Venetië met de dukaat, die ruim 600 jaar de norm voor gouden munten zou blijven. De dukaat had dezelfde maat en een overeenkomstig gewicht als de florijn. Tegen het einde van de dertiende eeuw maakten alle Italiaanse stadstaten, die hun invloed snel zagen toenemen, gebruik van gouden munten om de groeiende handel te faciliteren. Algauw verspreidden deze zich over heel West-Europa. Gouden en zilveren munten waren als betaalmiddel zo succesvol dat het tot het begin van de negentiende eeuw zou duren voordat een internationaal geldsysteem van banken en papiergeld zijn intrede zou doen.9 Vooral het feit dat de prijzen over een lange periode nauwelijks stegen, kan worden toegeschreven aan de disciplinerende monetaire werking van goud en zilver: de gouden standaard. Zo kwam er in Engeland tot aan de afschaffing van de gouden standaard in 1914 ruim tweehonderd jaar bijna geen inflatie voor.

 

5 Wat verstaan we onder de gouden standaard?

Binnen de gouden standaard verhoudt elke eenheid geld (bijvoorbeeld 1 euro) zich tot een bepaald gewicht in goud. Geld is binnen dit systeem inwisselbaar tegen goud. De waarde ervan wordt gedekt door baren goud in de kluis van de overheid of de centrale bank. Het hanteren van een gouden standaard kent meerdere voordelen. Het zet de overheid aan tot discipline: die kan immers niet de geldpers aanzetten om tekorten te financieren. Als ze dit toch doet en daarmee goud inwisselt voor geld, raakt het land zijn vermogen kwijt en stort het geldsysteem in.

Dit dreigde in de vs te gebeuren in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Omdat het land steeds meer geld nodig had voor de Vietnamoorlog besloot president Nixon de goudkoppeling los te laten. Zo werd de dollar een ongedekte munteenheid zonder feitelijke intrinsieke waarde10. Hierdoor daalde het vertrouwen in de dollar. Doordat de waarde van de munt zakte en de prijzen van veel grondstoffen stegen, werd de wereld verrast door een golf van inflatie.

Een gouden standaard geeft burgers economische vrijheid omdat hun geld altijd inwisselbaar is voor goud. Goud wordt wereldwijd erkend als waardevol en daardoor zijn burgers niet afhankelijk van financiële besluiten door monetaire autoriteiten, zoals nu wel het geval is. Goud biedt monetaire vrijheid en zekerheid, en is het belangrijkste wapen tegen geldontwaarding. Sterke conjunctuurverstoringen als gevolg van ongebreidelde en ongedekte kredietverstrekking, de echte schuldige van de huidige kredietcrisis en bovendien van geldontwaarding en inflatie, ontbreken binnen een gouden standaard meestal.11 Wanneer de mogelijkheid van bijna onbeperkte geldcreatie ontbreekt, wordt het oorlog voeren bemoeilijkt – een bijkomend voordeel.12 Een nadeel is natuurlijk dat de economie niet extra kan worden gestimuleerd. Het verstrekken van meer krediet leidt, in elk geval tijdelijk, tot een hogere economische groei.

 

6 Tot wanneer bestond de gouden standaard?

Groot-Brittannië voerde begin achttiende eeuw de gouden standaard in en dit land heeft ook later in de geschiedenis een vitale rol gespeeld in het verloop rond de gouden standaard. Pas in 1875 volgde Nederland. Rond dat jaar waren overigens veel landen bezig hun geldsysteem te koppelen aan goud.

Invoering gouden standaard:

Duitsland

1871

Latijnse muntunie

1873 (België, Italië, Zwitserland, Frankrijk)

Verenigde Staten

1873 (de facto)

Scandinavië

1875 (bij muntunie: Denemarken, Noorwegen en Zweden)

Frankrijk intern

1876

Spanje

1876

Oostenrijk

1879

Rusland

1893

Japan

1897

India

1898

Verenigde Staten

1900 (wettelijk)

Mexico

1905

(Bron: Wikipedia, 2012)

Door de stabiliteit en de zekerheid die de gouden standaard bood, groeide de wereldhandel tussen 1870 en 1914 in ongekend tempo. Het was een tijd van economische voorspoed zonder grote oorlogen. Nooit kende de wereld een snellere toename van handel en welvaart, nooit was de internationale gemeenschap zo vreedzaam. Een stabiel monetair systeem voorkomt internationale spanningen.

De gouden standaard werkte zo goed omdat het geen politiek instrument werd. Politici en bankiers hadden weinig invloed op de handelsstromen omdat ze de wisselkoersen van de verschillende valuta niet konden beïnvloeden.

In de loop van de negentiende eeuw werd de gouden standaard steeds populairder. Aan het begin van de twintigste eeuw gold hij in bijna alle westerse landen. Nederland hield een echte gouden standaard aan van 1874 tot 1914 en een goudkernstandaard – met een gouddekking van 40 procent – tussen 1918 en 1936.

 

7 Waarom werd de gouden standaard losgelaten?

De afschaffing van een gouden standaard of het instellen van een pseudostandaard, waarbij een veel lagere gouddekking in acht wordt genomen, is altijd het gevolg van ongedekte geldvermeerdering, zo leert de geschiedenis ons. Een gouden standaard kan niet uit zichzelf instorten of ten onder gaan, maar wordt altijd door de overheid opgeheven. Een dergelijke beslissing volgt meestal nadat diezelfde overheid de waarborg dat geld inwisselbaar is voor goud niet langer kan nakomen.

Engeland, Frankrijk, Duitsland en Nederland lieten in 1914 de goudkoppeling los om de Eerste Wereldoorlog te kunnen financieren. In oorlogstijd konden ze moeilijk extra geld vragen van de burgers door de belastingen te verhogen. Daarom kozen ze ervoor om de geldpers wat harder te laten draaien. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog ging deze excessieve vermeerdering van de geldhoeveelheid door, waardoor er in de jaren twintig een flinke kredietluchtbel ontstond. Die leidde uiteindelijk tot de beurscrash van 1929, waarna de wereldeconomie instortte en de jaren dertig werden ingeluid met een heuse crisis.

Maar in plaats van terug te keren naar een volledige goudkoppeling werd ervoor gekozen de strijd aan te gaan met het goud. De toenmalige Amerikaanse president Roosevelt verbood burgers zelfs in 1933 om goud te bezitten.13 Het bleek de start van een politieke en bancaire strijd tegen goud. Meer hierover in hoofdstuk 3 (War on gold).

 

8 Wat veranderde er na de Tweede Wereldoorlog?

In 1944, met het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht, zagen de Amerikanen een geweldige mogelijkheid om de financieel-economische situatie in de wereld naar hun hand te zetten. Bovendien hadden zij inmiddels het merendeel van de wereldgoudvoorraad in handen gekregen.14

Tijdens de befaamde Bretton Woods-conferentie in datzelfde jaar lanceerde de VS plannen voor een nieuwe architectuur, waarbij aangesloten landen hun munt niet meer aan goud maar aan de dollar moesten koppelen. Alle nationale valuta werden gekoppeld aan de dollar en de dollar werd op zijn beurt gekoppeld aan goud. Zo werd de dollar de belangrijkste munt ter wereld en nam hij de plaats in van goud als anker van het geldsysteem. Afgesproken werd dat landen overtollige dollars altijd mochten inwisselen voor goud.

Van 1945 tot 1971 was er daarom internationaal sprake van een pseudogoudstandaard: de goudwisselstandaard. Bij deze standaard bestond de dekking maar deels uit goud en was geld dus alleen tegen goud om te wisselen door overheden en centrale banken. Dit zogenaamde Bretton Woods-systeem, dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd opgezet, kwam in 1971 ten einde toen de VS de belofte om dollars in goud om te ruilen niet meer kon nakomen. De goudwisselstandaard kwam ten einde.

image

De waarde van de dollar uitgedrukt in goud bleef stabiel zolang in de VS de gouden standaard gold, maar daalde dramatisch toen de koppeling werd losgelaten. Dat gebeurde eerst tijdelijk tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en na de crash van 1929, waarna president Roosevelt in 1933 het goud van de burgers confisqueerde. In 1971 werd de gouden standaard definitief afgeschaft.
 (Bron: sharelynx.com,
2011)

 

9 Maar de Zwitserse frank wordt toch nog gedekt door goud?

Nee, ook Zwitserland heeft de goudkoppeling afgeschaft. Niet omdat de Zwitsers dat zo graag wilden, maar om in 1992 te kunnen toetreden tot het Internationaal Monetair Fonds. Het IMF stelt immers deze eis. Op dit moment wordt er nergens ter wereld nog geld in omloop gebracht dat volledig wordt gedekt door goud.

We moeten het dus doen met ongedekt geld, waarvan de waarde is gebaseerd op geloof, hoop en vertrouwen. Daarom is het voor (vooral Amerikaanse) banken van groot belang om de rol van goud te minimaliseren en tegelijkertijd het vertrouwen in waardepapier (geld, aandelen, obligaties) en digitaal geld (gecreëerd door de computer in de vorm van bits en bytes, maar wel zichtbaar op het rekeningafschrift) te vergroten. Weinig mensen weten dat cash geld maar een paar procent vertegenwoordigt van al het geld dat in omloop is.

Vreemd genoeg hebben Europese bankiers zich volledig laten inpakken door de Amerikaanse propaganda dat goud geen enkele rol meer speelt in het huidige financiële systeem. In Nederland zijn bijvoorbeeld de goudloketten van vrijwel alle banken gesloten. Hoe anders is dat in Zwitserland, waar je bij vrijwel elke bank nog gewoon goud en zilver kunt kopen. Bij het hoofdkantoor van UBS aan het Meer van Genève vind je het goudloket direct rechts achter de imposante voordeur.15

 

10 Wat is het gevaar van ongedekt geld?

In de meeste landen hebben overheden samen met banken een monopolie op het creëren van geld. Van dat monopolie wordt ruimschoots gebruikgemaakt. Wanneer er geld wordt bijgedrukt, creëert men feitelijk iets uit niets. Dit veroorzaakt vrijwel altijd geldontwaarding. In het uiterste geval kan het zelfs leiden tot hyperinflatie, waarbij mensen hun vertrouwen in de waarde van geld definitief verliezen.

image

De waarde van belangrijke munten in verhouding tot de goudprijs.
 (Bron: Bullion Management,
2010)

Een goed voorbeeld van de gevaren van ongedekt geld is de hyperinflatie die de Duitse Weimarrepubliek in de jaren twintig van de vorige eeuw teisterde. De republiek stond onder hoge financiële druk door de herstelbetalingen die na de Eerste Wereldoorlog waren opgelegd. Om aan al haar verplichtingen te kunnen voldoen, liet de republiek enorme hoeveelheden ongedekt geld drukken. Al snel was er sprake van enorme inflatie. Toen het volk het vertrouwen in de waardevastheid van geld begon te verliezen, belandde Duitsland in een desastreuze spiraal van hyperinflatie. Betaalde je aanvankelijk 42 mark voor een dollar, in 1923 was dat opgelopen tot meer dan 5 miljard mark. In amper drie jaar was de ongedekte munt niets meer waard en crashte het monetaire systeem. Een van de eigenschappen van een sterke munt is dan ook dat die schaars moet zijn.16

image

Dat de goudprijs tot ongekende hoogte kan stijgen als geld steeds minder waard wordt, leert de hyperinflatie ten tijde van de Weimarrepubliek in Duitsland.
 (Bron: chartsrus.com,
2012)

 

11 Welk land kende als eerste ongedekt geld?

Net als veel andere uitvindingen werd dit gemak als eerste ontdekt door China.17 We weten dit dankzij de Venetiaanse ontdekkingsreiziger Marco Polo, die van 1275 tot 1292 door Azië reisde. Zijn teksten waren voor Europeanen lange tijd de enige bron van informatie over China. Polo beschrijft met verbazing hoe de Chinezen als volleerde alchemisten van papier een betaalmiddel weten te maken dat even waardevol is als goud en zilver:18 ‘Wie zegt dat de keizer het geheim van de alchemie tot in perfectie beheerst, heeft helemaal gelijk. De keizer maakt namelijk geld uit de schors van een speciale boom (de moerbei), waarvan de bladeren worden gegeten door de zijderups. Hij neemt het witte vel tussen boom en bast en maakt daar een speciaal soort zwart papier van dat in verschillende formaten wordt opgeknipt. Een relatief klein stukje is evenveel waard als een zilveren groat uit Venetië. Er bestaan zelfs grote stukken die evenveel waard zijn als tien bezanten. Al deze stukjes papier worden, nadat er handtekeningen en een keizerlijk zegel op is geplaatst, behandeld als echt geld. Op namaak staat de doodstraf. De keizer kan dus elk jaar evenveel geld scheppen als de waarde van alle waardevolle bezittingen op de hele wereld samen. Met dit papier kan hij betalingen doen en zo gaan deze biljetten dus rond in het land. Niemand durft ze te weigeren, ook daarop staat de doodstraf. Buitenlandse handelaren mogen hun waar alleen aan de keizer verkopen. De keizer heeft twaalf experts aangewezen als inkoper. Die betalen de handelaren onmiddellijk uit (in papier) tegen een heel goede prijs, meer dan ze ergens anders zouden krijgen. Met deze papiertjes kunnen de handelaren dan weer Chinese producten kopen om mee te nemen naar hun eigen land. Het levert de keizer jaarlijks goederen ter waarde van 400.000 gouden bezanten op, terwijl het geld hem feitelijk niets kost omdat zijn schatkist oneindig is.’

De bezanten die Marco Polo beschrijft, zijn misschien wel de meest succesvolle betaalmiddelen uit de wereldgeschiedenis. Deze gouden munten bestonden van 491 tot 1453 en werden wereldwijd, van Engeland tot China, als geld geaccepteerd.19

 

12 Zijn er nog meer voorbeelden van ongedekt geld uit het verleden?

Een van de legenden uit de financiële geschiedenis vertelt hoe de Schotse econoom John Law in 1716 het Franse hof ervan wist te overtuigen om een ongekend monetair experiment uit te voeren. Law was de zoon van een bankier en reisde als financieel expert door Europa om autoriteiten voor zijn ideeën te winnen. Zo had hij ontdekt dat een land door middel van ongedekt geld de economie kon stimuleren. Frankrijk was door de vele oorlogen van Zonnekoning Lodewijk XIV en de grote uitgaven van het hof aan de rand van de afgrond geraakt. De Franse regent20 stemde in met de plannen van de Schot om de Franse economie te saneren. John Law kreeg toestemming een bank op te richten met een beperkte bevoegdheid om bankbiljetten uit te geven. Door het succes groeide de bank al snel uit tot de Banque Royale en werd het geld dat de staatsbank uitgaf zelfs tot wettig betaalmiddel verheven.21 De grote hoeveelheid geld die op deze wijze in de samenleving werd gepompt, stimuleerde inderdaad de Franse economie.

Maar Law zag meer kansen. In 1717 stichtte hij de Mississippi Compagnie. Zijn bedrijf had het monopolie verkregen op de handel tussen Frankrijk en de Franse kolonie Louisiana in het zuiden van de VS. Dankzij een campagne over de enorme mogelijkheden die dit bood, kochten veel Fransen aandelen in de compagnie. Maar de speculatie liep volledig uit de hand. Er was te veel geld in omloop geraakt en daardoor kelderde zowel de beurskoers van zijn nieuwe bedrijf als de waarde van het vele ongedekte geld. De kater was zo groot dat Law zijn leven in Frankrijk niet meer zeker was en hij naar ons land vluchtte, waar hij in 1726 de Nederlandse regering zover kreeg om de eerste staatsloterij op te richten.

 

13 Fransen hebben toch meer slechte ervaringen met ongedekt geld?

Ja, want een kleine eeuw later ging het weer fout. In de jaren na de Franse revolutie gaf de Nationale Assemblée zogeheten assignats, staatsobligaties, uit. De suggestie werd gewekt dat deze obligaties, die later ook als geld werden gebruikt, werden gedekt door de kerkelijke bezittingen die tijdens de revolutie van 1789 waren geconfisqueerd. In een poging de economie te stimuleren, was de verleiding groot om de geldpers aan te zetten, zo valt te lezen in een overheidsrapport uit 1790 dat net zo goed in 2012 geschreven had kunnen zijn: ‘We moeten het land redden en de grotere geldhoeveelheid zal Frankrijk laten opleven.’22

Toen het wantrouwen tegen papiergeld toenam, deden strenge wetten hun intrede. Maximumprijzen moesten de inflatie beteugelen en het was op straffe van de dood verboden om je bij de verkoop van goederen in goud te laten uitbetalen in plaats van papiergeld. Op 13 november 1793 werd zelfs alle handel in edelmetaal verboden in een laatste poging om het papieren geldsysteem te beschermen. Maar dat zorgde slechts voor uitstel van executie. Want zoals de geschiedenis leert, is het autoriteiten nog nooit gelukt om ongestraft geld bij te drukken en de truc iets-uit-niets-creëren met blijvend succes toe te passen.

Na een paar jaar van financiële wanorde was in 1796 het gebrek aan publiek vertrouwen in de Franse munt compleet, waardoor hyperinflatie ontstond. Het ergste wat een economie kon overkomen, was daarmee een feit. De woede van het volk was zo groot dat papiergeld, drukplaten en geldpersen op de Place Vendôme publiekelijk werden verbrand.23 Op de hyperinflatie volgde jarenlange chaos. Pas toen Napoleon in 1803 de nieuwe, door goud gedekte frank introduceerde, keerde op financieel gebied de rust terug. De frank bleef bijna tweehonderd jaar bestaan, tot aan de invoering van de euro.24

 

14 Wanneer begonnen overheden op grote schaal geld te lenen?

Rond 1690 schreef de Schot William Paterson, die net als John Law door Europa reisde om zijn financiële kennis aan de man te brengen, een pamflet met de titel A Brief Account of the Intended Bank of England. In dat pamflet stond hoe de Britse overheid aan geld kon worden geholpen door een bedrijf op te zetten, ‘a joint-stock company’ met de naam ‘Bank of England’. Particuliere aandeelhouders zouden het startkapitaal van ruim een miljoen pond bijeenbrengen. De overheid hoefde deze lening niet af te lossen, maar verplichtte zich wel tot het betalen van 8 procent rente per jaar aan de aandeelhouders25. Zo werd de eerste eeuwigdurende (perpetual) staatslening geboren. Tot dan toe financierde de overheid zich alleen door inkomsten uit het innen van belastingen. Nu het mogelijk bleek om staatsobligaties uit te schrijven kon veel meer geld worden uitgegeven.

Paterson werd gesteund door een groep rijke handelaren uit de Londense City en door Charles Montagu, een van de belangrijkste ambtenaren op het ministerie van Financiën. Samen overtuigden ze de regering om een wetsvoorstel te maken zodat de Bank of Engeland kon worden opgericht. De wet, die in april 1694 werd aangenomen, kan worden beschouwd als de start van een nieuw tijdperk waarin overheidstekorten gefinancierd worden door middel van staatsobligaties. Met de oprichting van de Engelse centrale bank begon ruim driehonderd jaar geleden de ongebreidelde (staats)schuldenlast die ons huidige financiële systeem nog altijd kenmerkt.

Het eeuwigdurende karakter van deze eerste staatslening is in de meeste landen vervangen door een looptijd van dertig jaar. In feite worden deze leningen steeds weer ‘doorgerold’, wat betekent dat oude leningen worden afgelost door het aangaan van nieuwe leningen. Wie dit Ponzi-fraude26 noemt, heeft natuurlijk gelijk. Het Britse model was zo succesvol dat ook andere landen al snel overgingen tot het oprichten van een private centrale bank. Op dit moment is de Amerikaanse Federal Reserve (de Fed) de enige centrale bank ter wereld waarvan de aandelen nog steeds in handen zijn van private partijen.

 

1   Uitvoerig beschreven door R.A. Radford in zijn artikel ‘The Economic Organization of a Prisoner of War Camp’, in: Economica, jaargang 12, nr. 48, 1945, p. 189-201.

2   www.bbc.co.uk/news/business-17203132.

3   De intrinsieke waarde van een munt wordt bepaald door de waarde van het metaal waarmee de munt is gemaakt.

4   De nominale waarde verwijst naar de waarde die op de munt vermeld staat.

5   www.tulane.edu/~august/handouts/601cprin.htm.

6   ‘The Crisis of the Third Century (234-284 A.D.)’, http://en.wikipedia.org/wiki/Decline_of_the_Roman_Empire.

7   B. Bartlett, ‘How Excessive Government Killed Ancient Rome’, in: The Cato Journal, jaargang 14, nr. 2, 1994.

8   R. Kool, ‘A Thirteenth Century Hoard of Gold Florins from the Medieval Harbour of Acre’, in: The Numismatic Chronicle 166, 2006.

9   G. Davies, A History of Money. From Ancient Times to the Present Day. University of Wales Press, 1994, p. 47-64.

10  Geld waarvan de waarde niet langer wordt gedekt door goud noemen we fiatgeld (in het Engels: fiat money).

11  Dirk van Enk op: www.ratiovincit.nl/Gouden_standaard.html.

12  Vaak worden oorlogen met fiatgeld gefinancierd en zetten mede daarom het monetaire systeem onder druk. Dat gold in elk geval voor de Eerste Wereldoorlog, de oorlog in Vietnam en de Irak-oorlog.

13  Pas in 1974 werd het Amerikaanse burgers weer toegestaan om goud te kopen en te bezitten.

14  President Roosevelt verbood de Amerikanen in 1933 om nog langer goud te bezitten. Privévoorraden werden geconfisqueerd, wat de goudvoorraad van de staat aanzienlijk vergrootte. Tijdens de oorlog werden veel betalingen, door bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, in goud gedaan. En zo kon de VS aan het einde van de Tweede Wereldoorlog beschikken over bijna tweederde van de wereldgoudvoorraad.

15  Voor dit hoofdstuk is uitgebreid gebruikgemaakt van de website www.ratiovincit.nl/Gouden_standaard.html.

16  Thomas Noble et al., Western Civilization Beyond Bounderies, p. 826-829.

17  G. Davies, A History of Money, p. 49-54.

18  Marco Polo, Il Milione, Athenaeum-Polak & Van Gennep (2008).

19  Antony Sutton, The War on Gold.

20  www.historyworld.net/wrldhis/plaintexthistories.asp?paragraphid=kbb.

21  Net als de Amerikaanse bankiers, die hun centrale bank Federal Reserve doopten, wist Law dat een vertrouwenwekkende naam mede het succes bepaalt.

22  Antony Sutton, The War on Gold.

23  Richard M. Ebeling, ‘The Great French Inflation’, The Freeman, jaargang 57, nr. 6, 2007.

24  Maar doordat de Franse overheid de geldpers moest laten draaien om de kosten van de Eerste Wereldoorlog te kunnen dekken, verdween in 1914 de goudkoppeling.

25  Zie de volledige lijst van aandeelhouders op: www.bankofengland.co.uk/about/Documents/pdfs/bankstock_transcript.pdf.

26  Genoemd naar de oplichter Charles Ponzi (1882-1949), bedenker van een systeem waarbij uitbetaalde gelden (deels) worden gefinancierd uit de inleg van nieuwe klanten.

‘Bankiers zijn de alchemisten van onze tijd. Zoals we in onze samenleving hebben afgesproken dat de politie als enige geweld mag gebruiken, bezitten bankiers het monopolie op de geldcreatie. In de wet ligt verankerd dat banken een geldscheppende functie hebben, doordat ze krediet kunnen creëren. De rente die daarover moet worden betaald, bestaat voor een groot gedeelte uit winst en kan vervolgens als bonus worden verdeeld. Dat is logisch toch? We vinden het ook heel normaal dat iedereen die bij een bank werkt 30 procent minder rente betaalt op de eigen hypotheek. Dit is natuurlijk gewoon loon in natura, maar wordt niet fiscaal belast.’
 Uit:
Overleef de kredietcrisis

 

 

 

Hoofdstuk 2

Centrale bankiers: de alchemisten van deze tijd

‘De Bank heeft geprofiteerd van de rente op al het geld dat zij uit het niets heeft geschapen.’ – William Paterson, een van de oprichters van de Bank of England (1697)

‘Geef mij de controle over de nationale munt, dan maakt het me niets uit wie de wetten maakt.’ – Baron M.A. Rothschild, bankier (1794)

‘De gevende hand staat boven de nemende hand. Geld heeft geen vaderland, en financiers kennen geen patriottisme of fatsoen – hun enige doel is winst.’ – Napoleon (1802)

‘Als het Amerikaanse volk particuliere banken ooit zal toestaan de uitgifte van zijn geld te controleren, eerst door inflatie en dan door deflatie, zullen de banken en de ondernemingen die daar omheen groeien het volk beroven van al zijn bezittingen, tot zijn kinderen dakloos wakker worden op het continent dat door hun voorvaderen is veroverd.’ – Thomas Jefferson, derde president van Amerika en opsteller van de Onafhankelijkheidsverklaring (1808)

 

Intro

Centrale bankiers zijn moderne alchemisten. De afgelopen eeuw slaagden zij erin om papier in goud te veranderen en goud in papier.1 Het eerste geld in papiervorm waren bankbiljetten waarop stond aangegeven hoeveel goud je in ontvangst kon nemen na inwisseling van het waardepapier bij de bank. Op deze biljetten stond de tekst ‘aan toonder 10 gouden guldens’. Later werd dat ‘aan toonder 10 guldens’, vervolgens ‘aan toonder’ en tot slot ‘wettig betaalmiddel’. De huidige biljetten van de Europese Centrale Bank (ECB) verwijzen op geen enkele manier meer naar de waarde ervan. Hoe meer we gewend raken aan het gebruik van papiergeld, des te minder lijkt de relatie met de echte waarde nog een rol te spelen. Toch denkt vrijwel iedereen dat geld echte waarde vertegenwoordigt omdat je er overal mee kunt betalen. Vertrouwen is de ultralichte kurk waar ons hele monetaire systeem op drijft. Nu de kredietcrisis zich verder uitbreidt, staat dit vertrouwen enorm onder druk en daarom kopen centrale banken sinds 2008 weer goud. Kennelijk hebben ze onvoldoende vertrouwen in hun eigen kunsten.

 

15 Wanneer ontstonden de eerste banken?

Uit archeologische vondsten weten we dat 2000 jaar geleden in Assyrië en Babylonië al een vorm van bankieren bestond. Maar volgens de Britse antropoloog David Graeber bestond er in de Sumer-cultuur van 3500 voor Christus al een schuldensysteem.2 Ook de Grieken en Romeinen kenden financiers en ook in het oude China en India waren er geldschieters die bijvoorbeeld agrarische projecten financieel ondersteunden.

De eerste Europese banken ontstonden in de vroege Middeleeuwen toen edelsmeden de munten die zij voor handelaren taxeerden ook gingen bewaren. In die tijd brachten handelaren uit het buitenland allerlei gouden en zilveren munten mee waarvan niet duidelijk was hoeveel goud of zilver ze bevatten. Het woord bank is afgeleid van het Italiaanse woord banca, een benaming voor het marmeren tafelblad waarop Italiaanse edelsmeden de vreemde munten lieten vallen. Aan het geluid konden ze afleiden of een munt een onedele kern bevatte en dus vals was.3

Toen bleek dat het soms een tijd duurde voordat een handelaar zijn geld weer kwam ophalen, begonnen de edelsmeden het goud uit te lenen tegen een kleine vergoeding, een rente. Omdat het goud niet van de smeden was en het risico dus bij de handelaren lag, kregen die een deel van de rente voor het in bewaring geven van hun geld. Het verschil in rente was de winst van de edelsmid. Deze activiteit wordt beschouwd als de eerste vorm van bankieren in Europa.

De banken zoals we die nu kennen, werden opgericht tijdens de Renaissance in de Italiaanse steden Florence, Venetië en Genua. De beroemdste is ongetwijfeld de Medici-Bank, gesticht door Giovanni de’ Medici in 1397.

Toen edelsmeden doorkregen dat het veelvuldig uitlenen van geld tegen dezelfde hoeveelheid goud hun inkomsten enorm deed oplopen, werden er steeds meer bankier. Pas veel later, na de loskoppeling van de gouden standaard, kregen bankiers door dat het uitlenen van ongedekt en uit het niets gecreëerd geld nóg interessanter is. Zo ontstond een omvangrijke bedrijfstak met bijna gegarandeerde winsten: er komt immers elke maand rente binnen op uitstaande schulden.

image

Het centrum van het economisch verkeer lag aanvankelijk in het Midden-Oosten, maar verschoof gaandeweg via Europa naar Amerika. In 2025 zal het economisch centrum weer in de buurt van China komen te liggen.
 (Bron: McKinsey Global Institute/
The Economist, 2011)

 

16 Hoe zijn centrale banken ontstaan?

Bankiers kregen al snel door dat je vooral leningen moest afsluiten met machthebbers en overheden. Zij hadden immers als enigen toegang tot een continue stroom aan inkomsten die we nu belastingen noemen. Onderdanen waren het beste onderpand voor die leningen. Zo ontstond een innige relatie tussen overheden en banken, die uiteindelijk leidde tot de oprichting van de eerste centrale banken.

De Amsterdamsche Wisselbank, opgericht in 1609, wordt vaak beschouwd als voorloper van de centrale banken.4 Binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden hadden 54 muntmeesters het recht om gouden en zilveren munten te slaan. Op zeker moment daalde het percentage zilver in de munten doordat de muntmeesters steeds goedkopere metalen gingen gebruiken. Hevige inflatie was het gevolg. De Wisselbank zorgde er toen voor dat alleen munten werden geaccepteerd die voldeden aan de kwaliteitseisen. Op deze manier kon men er zeker van zijn dat al het geld dezelfde waarde had. De Amsterdamsche Wisselbank hield dus toezicht, maar trad niet op wanneer uitgevende banken of instellingen in de problemen kwamen.

Na Amsterdam volgden Zweden in 1664 met de Sveriges Riksbank en Engeland met de Bank of England in 1694, die beide nog steeds bestaan. De meeste centrale banken werden opgericht door particulieren die goed begrepen dat een investering in een bank die het monopolie heeft op het maken van geld en bovendien wordt gedekt door belastinginkomsten een fantastisch bedrijfsmodel is. Veel later kwamen de meeste centrale banken in overheidshanden. Bij De Nederlandsche Bank (DNB), opgericht in 1814, was dat pas in 1948 het geval.

Uitzonderingen zijn de centrale bank van België, waarvan de aandelen nog voor de helft in particuliere handen is en de Fed in de VS. Alle aandelen van de Fed zijn in handen van de aangesloten commerciële banken, die de Amerikaanse centrale bank in feite moeten controleren. Waarschijnlijk is dat de reden waarom de Federal Reserve vrijwel altijd datgene propagandeert wat goed is voor Wall Street.

Door de oprichting van centrale banken konden overheden vrijwel onbeperkt geld lenen en kwam het monopolie op het drukken van de nationale munt terecht bij (centrale) bankiers.5

Kort na de start van de Eerste Wereldoorlog in 1914, toen de meeste gouden standaarden in Europa ten einde liepen, kregen centrale bankiers steeds meer macht. In het door goud gedekte geldsysteem was tot dan toe geen behoefte aan een centrale bank omdat de gouddekking voor natuurlijke stabiliteit zorgde. Steeds meer overheden realiseerden zich dat zonder het juk van een gouden standaard simpelweg meer geld gecreëerd kon worden. Hoe meer particulieren en bedrijven immers lenen, hoe meer de economie wordt gestimuleerd. Dat hun munt hierdoor minder waard wordt, namen ze op de koop toe. Sterker nog: devaluatie stimuleert de export omdat het buitenland minder hoeft te betalen voor goederen. De enige zorg van de overheden is dat het vertrouwen in de waarde van een ongedekte munt overeind blijft.

 

17 Bestrijden centrale banken inflatie?

Op de website van DNB staat met grote letters geschreven dat ‘alles draait om financiële stabiliteit’.6 Maar wie de geschiedenis bestudeert, leert dat het bankiers nog nooit is gelukt om een ongedekt geldsysteem op lange termijn sterk en stabiel te houden zonder dat een groot verlies aan koopkracht optreedt. Hoewel centrale bankiers tot vervelens toe herhalen dat ze de inflatie bestrijden, wordt die in werkelijkheid juist door hen veroorzaakt. Volgens de Amerikaanse senator Ron Paul is deze overtuiging even ongeloofwaardig als wanneer sigarettenfabrikanten zouden beweren dat ze consumenten willen laten stoppen met roken.7

Centrale banken roepen altijd dat het bestrijden van inflatie hun kerntaak is. Daarnaast hebben veel centrale banken, waaronder de Fed, een tweede taak en dat is het stimuleren van de economie. Om dat te bewerkstelligen, moet de hoeveelheid geld die in omloop is elk jaar met een aantal procenten groeien. Uitgangspunt van de ECB is een groei van de geldhoeveelheid met 4 tot 5 procent per jaar. Die groei komt vooral voort uit de verkoop van extra kredieten door commerciële banken. Vooral in economisch goede tijden, zoals rond de eeuwwisseling, zagen we dat de vraag naar kredieten (onder meer hypotheken) groot was, waardoor de jaarlijkse geldhoeveelheid met wel 10 procent of meer toenam. Omdat de economie niet evenredig meegroeit, leidt dit tot een sluipende extra geldontwaarding. Hierdoor kunnen we concluderen dat (centrale) bankiers de inflatie niet bestrijden maar veroorzaken. Door de excessieve schuldcreatie hebben de meeste westerse valuta de afgelopen honderd jaar meer dan 95 procent aan koopkracht verloren.

Bovendien zijn centrale banken in veel gevallen ook de lender of last resort. Wanneer financiering op een normale manier niet meer lukt, gaan de kredietloketten bij de centrale banken open. Hierdoor hebben de centrale banken in steeds meer landen de verantwoordelijkheid gekregen om grote overheidstekorten te financieren. De Fed en de ECB creëren jaarlijks honderden miljarden om deze tekorten op te vangen. Toch blijven ze volhouden dat hun handelwijze niet tot verdere inflatie zal leiden. Ze moeten wel: het voorkomen van geldontwaarding is immers hun kerntaak. In hoofdstuk 4 ga ik hier verder op in.

 

18 Wie houdt toezicht op de centrale banken?

In de loop van de twintigste eeuw namen veel overheden de centrale banken over van particuliere aandeelhouders met de bedoeling om de macht over het monetaire systeem weer in handen te krijgen. In reactie daarop pleitten centrale bankiers voor meer onafhankelijkheid: ze vonden het gevaarlijk wanneer het monetaire beleid afhankelijk zou worden van het kortetermijndenken van sommige politici. Dit leidde ertoe dat centrale bankiers in de meeste landen in overheidsdienst kwamen, maar een grote mate van zeggenschap over het te voeren monetaire beleid kregen.

In eerste instantie leek deze verworven onafhankelijkheid een goede zaak. Maar de centrale bankiers misbruikten deze vrijheden al snel om hun activiteiten af te schermen. Zo mag er tijdens de belangrijkste vergaderingen niet worden genotuleerd (BIS) of werden deze notulen voor de buitenwereld verborgen gehouden (Fed). En waar de presidenten van de ECB en de Fed nog ter verantwoording kunnen worden geroepen door het parlement of het Congres, bestaat er geen enkele vorm van parlementaire controle over de besluitvorming van de moeder der centrale banken, de Bank for International Settlements (BIS).

In een goed functionerend banksysteem houden centrale banken de commerciële banken scherp in de gaten en voorkomen ze dat deze door hun streven naar winst op korte termijn onverantwoordelijke risico’s nemen die schadelijk zijn voor het hele monetaire stelsel. In een slecht banksysteem zitten de centrale banken bij elkaar op schoot of spelen ze elkaar de bal toe. De waakhond is in veel gevallen een schoothond geworden. Zo konden Wall Street-banken, met instemming van de Fed, steeds risicovollere producten (derivaten) verkopen zonder dat daar vanuit de Amerikaanse centrale bank enig serieus toezicht tegenover stond. De BIS, waar Nout Wellink als president van DNB destijds zitting had in de raad van het bestuur, werd onder druk gezet om de handel in derivaten niet te reguleren. Dat Wall Street er veel voor over heeft om dit zo te houden, blijkt uit het feit dat de financiële sector jaarlijks circa een miljoen dollar per Congreslid aan lobbygeld investeert.8

 

19 Hoe is de Fed, de Amerikaanse centrale bank, ontstaan?

In november 1910 trokken de republikeinse senator Nelson W. Aldrich en een aantal van de machtigste Wall Street-bankiers zich tien dagen terug op Jekyll Island, het privé-eiland van J.P. Morgan. Morgan was op dat moment de machtigste bankier ter wereld en naamgever van de bank J.P. Morgan & Co. Op de agenda stond maar één punt: de oprichting van een centrale bank.9 Besloten werd dat deze bank het alleenrecht moest krijgen op het drukken van dollars en een private organisatie zou worden waarvan alle aandelen in handen zouden komen van de oprichters. Om dit zogeheten Aldrich-plan10 te laten slagen, moest het eerst flink gepromoot worden onder de Amerikaanse bevolking en de regering. Al twee keer eerder was de oprichting van een centrale bank rond 1800 uitgelopen op een fiasco. De leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden steunden het plan van de groep-Aldrich in eerste instantie dan ook niet.

Tijdens de verkiezingen van 1912 kwam hier verandering in. De Republikeinen dienden opnieuw hun voorstel in voor de oprichting van een centrale bank, maar de Democraten presenteerden hun Federal Reserve Act. De opzet hiervan was inhoudelijk vrijwel identiek aan het Aldrich-plan maar werd een stuk enthousiaster ontvangen, hoewel er nog steeds kritiek klonk. In december 1913 dacht een aantal senatoren, onder wie de nodige criticasters, dat het wel tot het nieuwe jaar ging duren voordat er definitief over de Federal Reserve Act zou worden gestemd. Ze verlieten het Congres om thuis Kerst te vieren. Kort voor de feestdagen werden echter onverwacht enkele politieke twistpunten uit het wetsvoorstel geschrapt en zo kon op de laatste vergaderdag voor de kerstvakantie de wet definitief worden aangenomen. De oprichting van de Federal Reserve was een feit.

Het was het mooiste kerstcadeau dat Wall Street zich kon wensen. Het monopolie op de creatie van de dollar was niet langer eigendom van de overheid, maar belandde voor de derde keer in de geschiedenis in handen van private bankiers.11 Weinig politici beseften welke verstrekkende gevolgen dit besluit zou hebben. Meteen na invoering van de wet werden alle banken verplicht aandeelhouder van de Fed.

Vreemd genoeg wordt veel van deze informatie economische studenten op universiteiten onthouden. Zo zijn de meeste economen zich er niet van bewust dat de aandelen van de Fed niet in handen zijn van de overheid en dat het dus Wall Street is die in feite de Fed controleert in plaats van andersom.

 

20 Hoe onafhankelijk is de Fed?

Om Amerikanen het idee te geven dat de centrale bank een federale bank was, werden er in het hele land twaalf FRB-districten opgericht. Toch bleef de macht stevig in handen van het New Yorkse hoofdkwartier. Het beleidsbepalende Federal Open Market Committee (FOMC), dat in New York is gevestigd, bestaat uit zeven gouverneurs, die door de Amerikaanse president worden benoemd, en vijf regionale directeuren van de regionale Fed-afdelingen. Iedere maand komen ze bij elkaar om de grenzen van de groei van de geldvoorraad te bepalen en de rente vast te stellen.

Gek genoeg is zelfs nu, bijna honderd jaar later, nog steeds niet precies bekend wie bij de oprichting van de Fed welke aandelen kreeg en wat daarvoor moest worden betaald. Het tekent de geheimzinnigheid die zo kenmerkend is voor centrale banken in het algemeen en de Fed in het bijzonder. Zo moest het persbureau Bloomberg eind 2008 de rechter inschakelen om informatie boven water te krijgen over een reddingsoperatie door de Fed. De banken bleken op 5 december 2008 in het geheim 1200 miljard dollar aan steun te hebben ontvangen.12

Toen de Federal Reserve Act was getekend, werd de machtige New Yorkse bankier Benjamin Strong13 tot aan zijn dood in 1928 de voorzitter van de Federal Reserve Board (FRB) van New York. Hij trok de macht naar zich toe, ook binnen het FOMC, en nam veel beslissingen alleen.14 Na de dood van Strong bleef een groot deel van de macht gecentraliseerd in New York. Tot op de dag van vandaag heeft alleen de FRB van New York een permanente zetel in het FOMC. Op deze manier houden de Wall Street-banken de boel onder controle. Ook is alleen de New Yorks Fed-afdeling lid van de BIS, de Bank for International Settlements.15

De oprichters van de Fed waren vanaf het begin bang voor overheidsbemoeienis. Daarom bepaalden ze dat de voorzitters van de twaalf landelijke FRB’s aangewezen worden door de deelnemende banken en de Board of Governors16. Hierdoor zijn de FRB’s vrijwel volledig in handen van de banksector zelf. De voorzitter van de Board of Governors wordt wel aangesteld door de Amerikaanse president, maar hoeft geen verantwoording af te leggen aan de regering. Wel moet hij (nu Timothy Geithner) komen opdraven bij eventuele hoorzittingen van het Congres. Verder vindt er geen volledig boekenonderzoek plaats. De inkomsten van de Fed vloeien na aftrek van alle kosten naar de schatkist van de VS.17

Wat weinig mensen weten is dat de aandeelhouders van de Fed aanzienlijke belangen hebben in de media. Zo bezit JPMorgan Chase & Co aandelen in 54 kranten en 31 tv-zenders. Ook andere deelnemende banken hebben zakelijke banden met belangrijke media. Het kan haast geen toeval zijn dat er in de pers dan ook nauwelijks kritiek op de Fed te bespeuren is.

 

21 Hebben centrale bankiers door de crisis minder macht gekregen?

De kredietcrisis kon ontstaan doordat de centrale banken als toezichthouders de teugels te ruim hadden laten vieren en commerciële banken daardoor veel te grote risico’s konden nemen. Wie denkt dat de macht van centrale bankiers door de crisis is afgenomen, komt echter bedrogen uit. Omdat de overheid veel verliezen en risico’s van private partijen, zoals banken en verzekeraars, moest overnemen en deze bij de centrale banken heeft geplaatst, is de macht van centrale bankiers alleen maar toegenomen.

Zo heeft de Fed sinds het begin van de kredietcrisis veel overheidsobligaties opgekocht in het kader van wat eufemistisch het Quantitative Easing-beleid18 heet. Dit was nodig omdat grote beleggers als China zijn opgehouden met het grootschalig opkopen van Amerikaans schatkistpapier tegen de huidige, lage rentevergoeding. Om te voorkomen dat de rente op de staatsobligaties enorm zou stijgen, heeft de Fed ingegrepen. Centrale banken hebben meer dan ooit een groot belang bij het in stand houden van het monetaire systeem.

Uit onderstaande grafiek blijkt dat de Fed sinds 2010 het grootste deel van de Amerikaanse staatsobligaties (treasuries) opkoopt, aangezien China niet langer de Verenigde Staten wil financieren.

image

De balans van de Federal Reserve is sinds het uitbreken van de kredietcrisis sterk gegroeid, doordat de FED veel slechte leningen van private partijen heeft moeten opkopen.
 (Bron: Dundee Wealth Management)

 

22 Wat is het verschil tussen de Fed en de ECB?

De Fed en de ECB lijken in veel opzichten op elkaar. De Fed bestaat uit twaalf regionale Federal Reserve Banks en de ECB uit de nationale centrale banken van de zeventien deelnemende eurolanden. Maar er zijn een aantal belangrijke verschillen. Zo is de ECB een onderdeel van de Europese Unie, die zelf weer uit 27 landen bestaat. De ECB heeft dus aandelen uitstaan bij de centrale banken van de deelnemende landen en niet bij commerciële banken.

Zowel de Fed als de ECB houdt besloten bestuursbijeenkomsten. Dat betekent dat daar geen politici of journalisten bij aanwezig mogen zijn. De ECB is in tegenstelling tot de Fed niet verplicht tot het publiceren van de notulen van zo’n bijeenkomst. Dat maakt de Europese Centrale Bank op dit punt minder transparant dan zijn Amerikaanse evenknie. Wel is de president van de ECB verplicht om na elke bijeenkomst van de beleidsbepalende Governing Council, de Europese versie van het FOMC, een persconferentie te geven. Ondanks het feit dat de ECB wel verantwoording moet afleggen aan het Europees Hof19 is de bank in de praktijk bijna net zo ongrijpbaar als de Fed. Het is bekend dat de ECB de Fed vaak volgt en vergelijkbare beslissingen neemt.20

Bovendien zijn er voldoende aanwijzingen dat ook de ECB, net als de Fed, betrokken is bij het manipuleren van de goudprijs.21 Maar daarover meer in het volgende hoofdstuk (War on gold).

Ook de ECB heeft, vooral in 2012, voor honderden miljarden aan ‘slechte’ staatsobligaties opgekocht van met name Griekenland, Italië, Spanje en Ierland. Het idee dat de ECB wat dat betreft veel terughoudender is dan de Fed wordt door de cijfers niet gestaafd.

 

23 Waar worden de belangrijkste beslissingen over geld genomen?

De belangrijkste beslissingen over het internationale geldsysteem worden genomen door de Bank for International Settlements. De BIS werd in 1930 in Den Haag opgericht door Europese centrale bankiers en Amerikaanse particuliere banken.22 Hun belangrijkste doel was het monitoren van de Duitse herstelbetalingen zodat deze op een goede manier werden verdeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de BIS in opspraak. De bank zou alleen met neutrale landen in goud mogen handelen, maar had zich in de praktijk niet aan deze regel gehouden. Zo bleek de BIS zaken te hebben gedaan met zowel de geallieerden als de Duitse Reichsbank. Onder hun toezicht had nazi-Duitsland geconfisqueerd goud, onder meer van Joodse concentratiekampslachtoffers, laten omsmelten tot nieuwe baren. Tijdens de Bretton Woods-conferentie van 1944 werd de bank er zelfs van beschuldigd in opdracht van de nazi’s geld te hebben verduisterd. De VS steunde een motie die opriep tot opheffing van de BIS. Toch bleef de bank bestaan, weliswaar met minder invloed en vooral een rol achter de schermen. In de jaren zeventig werden de functies en het aantal leden van de BIS sterk uitgebreid. Tegenwoordig zijn 54 centrale banken lid, waaronder die van de belangrijkste geïndustrialiseerde landen. Vreemd genoeg trad de Fed pas in 1994 toe. De Amerikanen zagen de BIS namelijk als concurrent van ‘hun’ Internationaal Monetair Fonds (IMF). Begin jaren negentig realiseerden ze zich echter dat er meer invloed op de Europese centrale banken nodig was.

De bankiers in Bazel bepalen zelf de regels van het financiële systeem. Politici hebben dit maar te accepteren. Zo moeten Fed- en ECB-bestuurders wel verantwoording afleggen tegenover het Congres of het parlement, maar is elke vorm van parlementaire controle met betrekking tot BIS-besluiten afwezig. Bestuurders van de BIS genieten zelfs een diplomatieke status en kunnen ook na het beëindigen van hun dienstverband niet worden vervolgd. Ze mogen zelfs te allen tijde met hun gezin naar het neutrale Zwitserland verhuizen.23

 

1   De prijs van goud wordt de laatste jaren bepaald door de verkoop van paper gold op de COMEX-handelsvloer, de grootste beurs voor goudfutures. Zie ook vraag 84.

2   David Graeber, Debt: The First 5000 Years, Melville House, 2011.

3   www.dnb.nl/binaries/Geschiedenisvanhetgeld_tcm46-210321.pdf.

4   Stephen Quinn en William Roberds, ‘An Economic Explanation of the Early Bank of Amsterdam, Debasement, Bills of Exchange, and the Emergence of the First Central Bank’, Working Paper Series 2006-13, Federal Reserve Bank of Atlanta.

5   De weerzin bij het publiek over de rol van de centrale banken zoals die vandaag de dag te bespeuren valt, is niet nieuw. Zo zijn er in de VS in de loop van de geschiedenis verschillende centrale banken opgericht die alle weer verdwenen. In totaal kwam de controle over het geldsysteem acht keer in andere handen terecht. Bron: ‘The History of the Money Changers’, www.iamthewitness.com/DarylBradfordSmith_Bankers.htm.

6   Tijdens de Amsterdam Gay Pride van 2012 dansten medewerkers van De Nederlandsche Bank op een DNB-boot rond een wip met daarop in grote letters het woord ‘stabiliteit’.

7   Ron Paul, End the Fed.

8   Jeffrey Sachs, The Price of Civilization (New York, 2011), p. 112.

9   Eustace Mullins, The Secrets of the Federal Reserve.

10  Genoemd naar senator Nelson Aldrich, de enige niet-bankier uit het gezelschap. Omdat Aldrich senator was, moest het plan naar hem vernoemd worden zodat het publiek geen argwaan zou krijgen. Het Amerikaanse volk was tegen een centrale bank in private handen omdat was gebleken dat de crises van 1873, 1893 en 1907 het gevolg waren van de handelwijze van internationale bankiers. Ook vreesde men dat de macht te veel aan de Amerikaanse oostkust zou worden geconcentreerd.

11  De eerste centrale bank in de VS werd in 1781 gesticht door Robert Morris, een voormalige overheidsfunctionaris. Zijn Bank of North America was ontworpen naar het model van de Bank of England en kon door middel van het fractioneel bankieren (zie ook vraag 56) zoveel geld creëren als nodig. Het onderpand was opvallend genoeg een grote partij goud dat Frankrijk aan de VS had geleend. Morris gaf zijn bank een strategische naam waardoor het volk dacht dat het een overheidsbank betrof, terwijl het in feite een private onderneming was die het monopolie op geldcreatie bezat.

12  www.bloomberg.com/news/2011-11-28/secret-fed-loans-undisclosed-to-congress-gave-banks-13-billion-in-income.html.

13  Strong was de vicepresident van de Banker’s Trust of New York en bevriend met de Rothschilds, die op hun beurt de controle hadden over de Bank of England. Warburg was een Duitse immigrant die hechte banden had met het bankierswezen in Duitsland. Ook was hij partner van de Kuhn Loeb Bank in New York.

14  Murray N. Rothbard, The Case Against the Fed, p. 126.

15  www.ny.frb.org/aboutthefed/fedpoint/fed22.html.

16  Frederic S. Mishkin, ‘The Economics of Money, Banking and Financial Markets’, 2006, p. 314.

17  www.reuters.com/article/idUSN1219019120100112.

18  Zie ook vraag 62.

19  www.ecb.int/ecb/orga/independence/html/index.en.html.

20  Martin Mandler, ‘Explaining ECB and Fed interest rate correlation: Economic interdependence and optimal monetary policy’, Justus-Liebig-Universität (Giessen, 2010). Zie ook: http://mpra.ub.uni-muenchen.de/25929/2/MPRA_paper_25929.pdf.

21  www.nowandfutures.com/articles/20070122gold_price_manipulation_proof.html.

22  De befaamde historicus Carroll Quigley schrijft hierover in Tragedy And Hope (1966): ‘The powers of financial capitalism had a far reaching plan, nothing less than to create a world system of financial control in private hands able to dominate the political system of applicants who are not willing to oppose the government issue of money.’

23  www.bis.org/about/headquart-en.pdf.

‘Wie bij centrale bankiers informeert waarom ze goud verkopen, krijgt vaak te horen dat goud geen rente of dividend oplevert en beter kan worden omgeruild voor bijvoorbeeld Amerikaanse staatsobligaties. Maar bankiers vertellen er niet bij dat de rente en het dividend een vergoeding zijn voor het risico op faillissement, waar fysiek goud natuurlijk geen last van heeft, en dat de dollar de afgelopen eeuw, ten opzichte van goud, bovendien met meer dan 95 procent in waarde is gedaald. Met name in de jaren zeventig van de vorige eeuw voldeed goud bijzonder goed als verzekering tegen inflatie. In een tijd dat overheden wereldwijd de economische recessie te lijf gingen met monetaire stimulering, steeg de goudprijs van 35 dollar in 1971 naar 850 dollar in 1981. De effectiviteit van goud was zelfs zo groot dat voormalig Fed-voorzitter Paul Volcker toegaf spijt te hebben van het feit dat hij de goudprijs in die tijd niet heeft beteugeld.’
 Uit:
Overleef de kredietcrisis

 

 

 

Hoofdstuk 3

War on gold

‘Beleidsmakers vinden het aanlokkelijk om ‘financiële repressie’ na te streven – het neerdrukken van koersen die hen niet zinnen’ – Kevin M. Warsh, oud-bankier van de Fed (2012)

‘De deregulering van de financiële sector heeft een financiële crisis veroorzaakt die louter door bedrog in toom kan worden gehouden. Er kunnen schadevergoedingen worden uitgekeerd, maar het elimineren van het bedrog zelf zou de ineenstorting van het financiële systeem betekenen. Zij die het systeem beheren zouden liever zien dat de ineenstorting van buiten kwam, zoals een grote waardedaling van de dollar die aan buitenlanders kan worden geweten, omdat een externe oorzaak hen de kans biedt de schuld op iets of iemand anders af te schuiven.’ – Paul Craig Roberts, was onderminister van Financiën voor het economisch beleid onder President Reagan (2012)

‘Waarom is goud het vierletterwoord uit de economie dat niet in de mond mag worden genomen? Het antwoord is drieledig: een verkeerd begrip van de rol van geld; een verkeerde interpretatie van de geschiedenis; en tenslotte, een diepgewortelde afkeer van het idee dat een edelmetaal een beter monetair beleid kan opleveren dan een theekransje van ministers van Financiën, centrale bankiers en goed opgeleide economen.’ – Malcolm Forbes, oprichter Forbes Magazine (2011)

‘Het was heel moeilijk de goudprijs onder controle te krijgen, maar het is gelukt. De US Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) was heel actief in het neerdrukken van de goudprijs, evenals het Verenigd Koninkrijk.’ – Sir Edward George, Gouverneur van de Bank of England (1999)

 

Intro

De laatste honderd jaar is er in toenemende mate geprobeerd om goud uit de monetaire wereld te verbannen.1 Dit begon na de aanvang van de Eerste Wereldoorlog toen in veel Europese landen de gouden standaard werd opgeheven.

De VS heeft er alle belang bij de ‘vlucht naar goud’ tegen te werken zodat het in 1944 geïntroduceerde monetair stelsel, waarbij de dollar de belangrijkste munt werd, zo lang mogelijk blijft voortbestaan. Vooral toen de VS in 1971 zelf de gouden standaard losliet, werd het voor de Amerikanen van levensbelang dat centrale banken voor dollar- in plaats van goudreserves kozen. Door de goudkoppeling los te laten, ontstond bovendien de mogelijkheid om meer geld te kunnen creëren en ging een heuse ‘kredietbonanza’ van start. Dankzij de wereldwijde schuldenberg kon vrijwel iedereen – althans op papier – veel rijker worden. Maar sinds het uitbreken van de kredietcrisis is dit feest voorbij. Tijdens een lezing in Amsterdam in 2010 voorspelde een belangrijke ex-bankier van de Fed dat de dollar zijn status als wereldreservemunt onherroepelijk zal verliezen. Oud-president van de Wereldbank Robert Zoellick deed in hetzelfde jaar een oproep om na te denken over een alternatief voor de dollar.2 Hij stelde voor om het huidige falende financiële systeem te hervormen door terug te keren naar goud als referentiepunt.

 

24 Waarom werd het dollarsysteem ingesteld?

In Bretton Woods lagen twee plannen voor een nieuwe wereldmunt op tafel. De economen John Maynard Keynes en Ernst Friedrich Schumacher stelden voor om in de internationale handel een nieuwe supranationale rekeneenheid, de Bancor, in het leven te roepen. De Britse pound sterling gold tot de Eerste Wereldoorlog als wereldreservemunt, maar was sinds 1915 erg verzwakt. Hierdoor was de dollar steeds belangrijker geworden en de Amerikanen zagen nu de kans schoon om hun munteenheid naar voren te schuiven ten koste van de Bancor.

Was de economie in de VS tot 1940 vooral naar binnen gekeerd, nu wilden Amerikaanse bedrijven gaan profiteren van nieuwe buitenlandse markten. Met de invoering van de Bancor zou geen enkel land echter een voorkeurspositie hebben en dit was natuurlijk totaal niet in het belang van de VS. Het land zette alles op alles om de rest van de wereld achter hun plan voor een dollarsysteem te scharen. En niet zonder reden. Met de dollar als belangrijkste munt ter wereld werden voortaan grondstoffen tegen dollars verhandeld en dat betekende dat alle landen die in hun bezit moesten hebben. Amerika zou alleen de geldpers hoeven te laten draaien om aan de permanente vraag naar dollars te kunnen voldoen. Dat brengt de Amerikanen in hun huidige luxueuze positie dat handelstekorten, wanneer de import de export overtreft, eindeloos kunnen worden gefinancierd door simpelweg nieuwe dollars bij te drukken. Andere landen daarentegen hebben een handelsoverschot nodig, meer export dan import, om hun economieën niet in gevaar te brengen.3

 

25 Zolang het dollarsysteem bestaat, blijft de VS domineren?

Het is voor de Amerikanen van cruciaal belang dat het dollarsysteem in zijn huidige vorm blijft voortbestaan. Daar is hun veel, zo niet alles aan gelegen. Landen die de VS in hun streven tegenwerken, door bijvoorbeeld olie met een andere munt te willen betalen, kunnen rekenen op verregaande tegenwerking (Venezuela, Iran) of een zorgvuldig geplande ‘regime-change’ (Irak, Libië). Volgens klokkenluiders als John Perkins, auteur van het ook in het Nederlands vertaalde boek The Economic Hitman, heeft deze instelling van de Amerikanen zelfs enkele Latijns-Amerikaanse leiders het leven gekost.4 Perkins verwijt het IMF en de Wereldbank, die tegelijkertijd in 1944 werden opgericht, dat ze de afgelopen decennia vooral Amerikaanse belangen hebben gediend.

De onhoudbare groei van de Amerikaanse staatsschuld en het feit dat het land ervoor heeft gekozen om de geldpers steeds harder te laten draaien, ondermijnen de voortzetting van het dollarsysteem op langere termijn. Steeds meer landen hebben kritiek op Amerika’s monopoliepositie in de wereldeconomie. Wim Boonstra, chef-econoom van Rabobank Nederland, wees al in 2005 op het naderende einde van de dollar als anker voor het wereldwijde financiële systeem.5

Er gaan zelfs stemmen op om de Bancor-plannen uit 1944 weer van stal te halen. Gouverneur Xiaochuan van de Chinese Centrale Bank noemde Keynes, bedenker van de Bancor, in een toespraak in 2009 vooruitstrevend.6 Ook voelen veel landen voor het idee om de Special Drawing Rights wereldwijd als reservemunt in te voeren. Deze SDR’s, die sinds 1969 bestaan, zijn een vorm van IMF-geld en kunnen relatief eenvoudig als valuta voor internationale transacties dienen. Xiaochuan pleitte in diezelfde toespraak voor de invoering van een nieuwe wereldreservemunt omdat de belangen van de VS en die van andere landen vaak niet overeenkomen. Een dergelijke analyse is ook te vinden in een rapport van de Verenigde Naties,7 waarin de mogelijkheden voor ‘a new Global Reserve System’ besproken worden. Een studie van het IMF uit 20108 licht toe hoe de volgende fase van het financiële systeem, zonder de dollar als anker, er mogelijk uit kan zien.

 

26 Waarom accepteerde de wereld het dollarsysteem?

In 1944 (en nog lang daarna) protesteerden vooral de Fransen tegen de invoering van het dollarsysteem en de enorme voordelen die de VS dit opleverde. Generaal De Gaulle en zijn adviseur Jacques Rueff zagen in dat de rest van de wereld de tekorten van de Verenigde Staten moest gaan financieren door staatsobligaties te kopen. Rueff riep meer dan eens: ‘Amerika is als een rijke klant die elke keer dat hij bij zijn kleermaker een pak afrekent zijn geld terugkrijgt.’9

Europa eiste daarom van Amerika dat de dollars altijd tegen goud mochten worden omgeruild. De dollar moest ‘as good as gold’ zijn. Zo werd in Bretton Woods afgesproken dat landen hun overtollige dollars bij de Amerikanen mochten omwisselen tegen een vaste wisselkoers van 35 dollar voor een ounce goud. Dit zou de VS beletten al te veel schulden op te bouwen. Amerika ging mokkend akkoord, in de hoop dat de partnerlanden deze afspraak snel zouden vergeten.

De jaren vijftig verliepen voorspoedig voor Amerika. Het land had met zijn Marshallplan10 West-Europa weer op de been gekregen, waardoor een economische bloeiperiode zich aandiende. Zo kreeg de VS niet alleen financieel, maar ook militair de overhand. Uit angst voor een dreigende communistische onderdrukking zocht het Westen bescherming bij Amerika.

image

Aan het begin van de jaartelling waren India en China goed voor bijna 70% van de totale wereldeconomie.
 (Bron: ‘Statistics of World Population GDP and Per Capita GDP,
12008 AD,’ Angus Maddison, Universiteit van Groningen, 2011)

 

27 Is steun voor de dollar de kern van de strijd tegen goud?

Zeker, maar er zijn meer redenen. Uit verschillende studies blijkt namelijk dat de hoogte van de goudprijs ook bepalend is voor de rente en de inflatie. Dat is belangrijk, want wanneer de inflatie laag blijft zal de rente minder snel oplopen, waardoor het mogelijk is om meer schulden te dragen.

Zoals bekend doen centrale bankiers er alles aan om hun invloed uit te oefenen op de inflatie en op wat burgers denken dat er met die inflatie gaat gebeuren: de inflatieverwachting. Er gaat geen speech van Fed-baas Ben Bernanke of ECB-collega Mario Draghi voorbij zonder dat deze term langskomt. De redenering hierachter laat zich makkelijk raden: wanneer mensen vermoeden dat de inflatie laag blijft, handelen ze daarnaar en blijft de inflatie vaak ook laag. Een studie uit 1988 van de economen Lawrence Summers en Robert Barsky toont aan dat overheden de goudprijs manipuleren om ook de rente naar hun hand te kunnen zetten.11

De belangrijkste reden voor de strijd tegen goud is daarom de noodzaak dat mensen blijven geloven in de duurzame waarde van ons ongedekte papieren geld. Om die reden houden bankiers ons steeds voor dat goud een slechte belegging is, hooguit geschikt als grondstof voor juwelen en tandtechnici. Bovendien blijven ze erop hameren dat het geen direct rendement oplevert.

Als je hier wat langer over nadenkt, klinkt dat niet onlogisch. Rente en dividend zijn immers een vergoeding voor het risico dat je loopt als je geld uitleent of investeert. Maar aangezien een investering in fysiek goud of zilver geen third party risk kent, hoeft daar dan ook geen vergoeding voor te worden betaald. Het enige risico dat de investeerder loopt, is dat het edelmetaal tijdelijk in waarde daalt. Maar er is al tweeduizend jaar geen sprake geweest van goudontwaarding, terwijl geld de afgelopen honderd jaar meer dan 95 procent van zijn koopkracht is kwijtgeraakt.

 

28 Wat wordt bedoeld met financial repression?

Dat de strijd op de financiële markten steeds heviger wordt, begint meer partijen op te vallen. Mohamed El-Erian van PIMCO, ’s werelds grootste obligatiefonds, waarschuwde onlangs dat de Federal Reserve in de VS een beleid voert van financiële repressie. In steeds meer markten is volgens El-Erian de invloed van de Amerikaanse centrale bank te herkennen. Of het nu gaat om goud, rente (door de Fed op 0 procent gezet), de obligatiemarkten (de Fed koopt de laatste tijd ruim 70 procent van alle Amerikaanse staatsobligaties op) of de goudmarkt (de verkoop van paper gold): kennelijk wil de Fed markten naar zijn hand zetten.

Steun voor deze analyse komt uit onverwachte hoek. Ex-Fed-gouverneur Warch gaf openlijk toe dat zijn oud-collega’s het niet kunnen laten de marktkoersen neer te drukken. (‘Policy makers are finding it tempting to pursue “financial repression” – suppressing market prices that they don’t like.’) 12 Dat bevestigt het vermoeden dat de heersende financiële en politieke elite wanhopig probeert de huidige status-quo te handhaven. Waar een dergelijke inmenging in het Westen meestal in het geheim plaatsvindt, om het sprookje van het vrijemarktkapitalisme in stand te houden, is het in Azië heel normaal dat aandelenkoersen een financiële injectie krijgen. De Japanse centrale bank informeert de markten regelmatig of een financiële impuls in aantocht is.13 Ook de autoriteiten in Hongkong hebben toegegeven dat ze tijdens de Aziatische crisis van 1998 de beurs hebben bijgestaan. Uit een rapport uit 2007 blijkt dat 7 procent van de centrale banken in het verleden aandelen heeft opgekocht. Sinds het ontploffen van de internetbubbel en de sluipcrash tussen 2000 en 2003 bestaat er bovendien een afspraak tussen Japan en de VS om financiële markten gezamenlijk te ondersteunen.

 

29 Welke aanwijzingen zijn er voor de War on gold?

In de periode tussen 1925 en 1931 zou de Fed voor het eerst gegevens over de goudbezittingen van de Bank of England hebben vervalst om de rentestand te beïnvloeden.14 Maar toen in de jaren zestig het vertrouwen in de dollar in snel tempo begon af te nemen, werd de behoefte van de Amerikaanse overheid om de dollarkoers te beïnvloeden groter. Internationale conflicten over de Berlijnse Muur, de Sovjetraketten op Cuba en de situatie in Vietnam leidden tot politieke spanningen en kostbare militaire interventies.

De oplopende Amerikaans begrotingstekorten werden gefinancierd door de verkoop van staatsobligaties, waardoor meer en meer dollars in omloop kwamen. Andere landen begonnen zich zorgen te maken over de waarde van hun dollarvoorraden. Om hun reserves te beschermen, besloten ze tot de aankoop van datgene waarvan ze zeker wisten dat het een waardevaste investering zou zijn: goud. Ze hielden Amerika aan zijn belofte uit 1944 en ruilden op grote schaal dollars om voor goud. Ook Jelle Zijlstra, destijds president van onze eigen DNB, eiste een flinke partij goud op. Een memorandum van de CIA uit december 1968 beschrijft dat voor de Amerikanen een sterke dollar cruciaal was en dat een uitstroom van goud uit de kluizen van Fort Knox tegen elke prijs moest worden voorkomen.15

Dat Amerika zich grote zorgen maakte, blijkt uit een opmerkelijk memo uit 1961 dat onlangs boven water kwam. Onder de titel ‘U.S. Foreign Exchange Operations: Needs and Methods’ schrijft de toenmalige Fed-voorzitter Martin in een gedetailleerd plan om door middel van structurele interventies de valuta- en goudmarkten zo te bewerken dat de dollar overeind bleef.16 Het probleem was namelijk dat er naast de vaste goudprijs van 35 dollar per ounce ook een vrije goudmarkt bestond. Het was voor de Amerikanen van groot belang om de vrije markt zodanig te ‘managen’ dat de goudprijs daar de vaste prijs van 35 dollar niet oversteeg. Klanten zouden anders hun dollars inruilen voor goud en die op de vrije goudmarkt verkopen. Dit zou het vertrouwen in de dollar ernstig beschadigen.

 

30 Wat wordt bedoeld met de London Gold Pool?

Samen met zeven Europese landen, waaronder Nederland, richtte de VS in 1961 in het diepste geheim de London Gold Pool op. Het samenwerkingsverband had als oogmerk de goudprijs niet te laten stijgen. Door gezamenlijk en gecoördineerd grote hoeveelheden goud, afkomstig uit voorraden van de centrale banken, van de hand te doen, probeerde de deelnemende landen de marktprijs van goud op 35 dollar per ounce te houden. Tijdens geheime vergaderingen van de bankpresidenten bij de Bank for International Settlements werd afgesproken dat de deelnemende landen een pot (pool) van in totaal 270 miljoen dollar aan goud beschikbaar zou stellen. Nederland moest $10 miljoen goud inbrengen (circa 10 ton goud).17

Omvang en herkomst London Gold Pool:

Verenigde Staten

$135 mln

Duitsland

$ 30 mln

Engeland

$ 25 mln

Italië

$ 25 mln

Frankrijk

$ 25 mln

Zwitserland

$ 10 mln

Nederland

$ 10 mln

België

$ 10 mln

 

 

Totaal

$270 mln

(Bron: Ferdinand Lips, Gold Wars, 2002)

De aangesloten landen moesten verklaren geen goud van bijvoorbeeld Rusland of Zuid-Afrika aan te kopen. Geheel in de traditie van de BIS werden deze afspraken niet op papier gezet: zo was men verzekerd van geheimhouding.18 Ook toen al dumpten deelnemende landen hun voorraad vooral in tijden van crisis, wanneer beleggers in goud vluchten. Zo werd tijdens de Cubacrisis in 1962 in slechts twee dagen voor maar liefst 60 miljoen dollar aan goud verkocht.19

 

31 Hoelang bleef de London Gold Pool bestaan?

In de loop van 2010 maakte Wikileaks een aantal telexberichten uit 1968 openbaar20 waaruit bleek met welke middelen de London Gold Pool de goudprijs onder controle probeerde te houden. In de telexberichten wordt tot in de kleinste details besproken wat de deelnemende landen moesten doen om de goudprijs in toom te houden en om investeerders ervan te overtuigen dat speculeren op een stijging van de goudprijs geen zin had.

Hoofdzaak was dat burgers de centrale banken als ‘the masters of gold’ zouden blijven beschouwen, zo valt in deze documenten te lezen.21 Zes maanden later viel de London Gold Pool uiteen doordat Frankrijk niet meer mee wilde werken. Het in 1944 ingevoerde dollarsysteem dat zo voordelig was voor de VS zat de Franse president De Gaulle al sinds de start niet lekker. Nu bleek dat de VS de geldpers gebruikte om begrotingstekorten mee aan te vullen, besloot Frankrijk om een grote hoeveelheid goud op te vragen en de beteugeling van de goudprijs niet langer te steunen. Om dit beleid kracht bij te zetten, stapte Frankrijk zelfs uit de commandostructuur van de NAVO. Een opvallende stap, gezien de dreiging van de Koude Oorlog op dat moment.

Het einde van de London Gold Pool was het startschot van een sterk stijgende trend (bullmarkt) in goud. Deze gunstige situatie zou ruim dertien jaar duren en zorgde ervoor dat de prijs van goud vertwintigvoudigde. Van 1975 tot 1979 hebben de Amerikanen en het IMF nog geprobeerd de goudprijs omlaag te krijgen door veel goudbaren op de markt te brengen. Zonder succes. In 1980 bereikte de goudprijs zijn top van 875 dollar per ounce. Als de goudprijs de afgelopen dertien jaar een soortgelijke ontwikkeling had meegemaakt, zou de huidige goudprijs uitkomen op 5000 dollar per ounce. In 1999 stond de goudprijs namelijk op 250 dollar.

image

De gemiddelde goudprijs lag de afgelopen 40 jaar rond de 2500 dollar, omgerekend tegen de huidige dollarkoers.
 (Bron: valcambigold.com,
2012)

 

32 Heeft Nederland goud van de VS opgeëist?

Na het uiteenvallen van de London Gold Pool in 1968 besloot Nederland het Franse voorbeeld te volgen. Eind jaren zestig vroeg DNB voor bijna een miljard dollar aan goud op, vanzelfsprekend zeer tegen de wil van de Fed. De voorganger van Alan Greenspan, Paul Volcker, werd als onderminister van Financiën begin juli naar het Amsterdamse Frederiksplein gestuurd om Jelle Zijlstra op andere gedachten te brengen.22

In zijn biografie23 beschrijft Zijlstra hoe Volcker hem toevertrouwde dat zijn verzoek niet goed was gevallen in de VS. ‘You are rocking the boat,’ zou de voormalige baas van de Amerikaanse centrale bank zijn collega hebben toegeroepen. Waarop Zijlstra gevat antwoordde: ‘Well, if this rocks the boat, then the boat has already perished.’ Hij hield voet bij stuk en Nederland ontving het goud.

Een paar weken later weigerde president Richard Nixon honderden miljoenen dollars van de Engelse centrale bank om te wisselen voor goud. Hij vroeg advies aan zijn economisch adviseurs. Hun oordeel was kort maar krachtig: ‘Verbreek de belofte om de dollar te allen tijde voor goud te kunnen inruilen.’ Nixon volgde het advies op en schafte op 15 augustus de goudkoppeling af. Technisch gesproken ging Amerika op dat moment failliet, aangezien het land niet meer aan de afgesproken verplichtingen kon voldoen. Maar om uiteenlopende redenen accepteren de landen waarmee de VS zakendoet dit feit al meer dan 40 jaar.24

 

33 Zijn er nog meer bewijzen voor de War on Gold?

In een briefwisseling tussen Fed-voorzitter Arthur Frank Burns en president Gerald Ford uit 1975 komt het belang van het in de hand houden van de goudprijs duidelijk ter sprake. De Fed-baas stelt dat door het inzetten van de juiste politieke middelen (lees: het opvoeren van de druk) door het ministerie van Buitenlandse Zaken de vrije markt voor goud kan worden beïnvloed.25 Hij brengt de president zelfs op de hoogte van een geheime afspraak tussen de Verenigde Staten en Duitsland uit de jaren zestig. Die luidde dat de Duitsers beloofden geen goud op de open markt te zullen aanschaffen: ‘Ik heb een geheime, schriftelijke afspraak met de Bundesbank dat Duitsland geen goud zal kopen.’26

Later bleek dat de Amerikanen keer op keer hun troepen uit Duitsland dreigden weg te halen wanneer de Duitse centrale bank zou besluiten goud op te vragen of bij te kopen op de vrije markt. De voormalige president van de Bundesbank Karl Blessing omschreef deze bedreigingen als volgt:27 ‘Het was geen openlijk dreigement, maar hij was wel steeds op de achtergrond aanwezig. Op een dag meldde de voormalige Hoge Commissaris McCloy28 aan de Duitse regering: “Luister, onze senaat gaat een beslissing nemen. Een meerderheid zal voor terugtrekking van onze jongens zijn. We moeten iets doen... Kunnen we elkaar nog even zien voordat ik naar de VS vlieg?” Ik antwoordde hem: “Mijn beste McCloy, uw situatie is duidelijk. U hebt een probleem met uw betalingsbalans en niets anders. U weet toch dat we verstandig zijn en onze dollars niet tegen goud zullen omwisselen. Ik ben zelfs bereid dat voor een bepaalde periode schriftelijk vast te leggen.” Jammer genoeg geldt de brief die ik toen schreef vandaag nog steeds.’

In 2011 ontstond er in Duitsland een burgerbeweging die onder het motto ‘Bring back our gold’ de Bundesbank opriep het Duitse goud dat in de VS en Engeland ligt opgeslagen naar eigen land terug te halen. Ook een aantal leden van het Duitse parlement ondersteunden deze oproep. De Bundesbank weigerde in eerste instantie opening van zaken te geven en wilde niet vertellen hoeveel goud er in welk land ‘geparkeerd stond’ aangezien de kwestie ‘gevoelig’ lag. Uiteindelijk moest de bank echter onder toenemende politieke druk met de VS en Engeland onderhandelen over teruggave van het goud. Daarbij werd afgesproken dat in drie jaar slechts 150 ton goud zal worden geretourneerd. Eerder bleek dat de Bundesbank in stilte al 900 ton goud uit Engeland had teruggehaald. Opnieuw een teken aan de wand.

 

34 Welke rol speelt communicatie voor de Fed?

In 2008 verscheen een opvallend boek over de Amerikaanse centrale bank: Deception and Abuse at the Fed. Daarin beschrijft auteur Robert D. Auerbach uitvoerig hoe de Fed jarenlang transcripties van vergaderingen had achtergehouden voor het Congres. In 1976 was wettelijk bepaald dat alle verslagen van officiële vergaderingen van overheidsorganen openbaar dienden te worden gemaakt. De Fed had het Congres misleid door te verklaren dat er geen verslagen of audio-opnamen bestonden van de bijeenkomsten van het FOMC, het Federal Open Market Committee, de belangrijkste speler op het gebied van het monetaire beleid. Uiteindelijk werd de Amerikaanse centrale bank gedwongen de transcripties te openbaren. Kort daarna gaf voorzitter Alan Greenspan opdracht alle tapes en verslagen te vernietigen.

Maar van FOMC-bijeenkomsten uit latere jaren zeventig is de verslaglegging wel bewaard gebleven. Uit die documenten blijkt dat in maart 1978 het manipuleren van de goudprijs ter tafel was gekomen. Het werd niet nodig gevonden om goud te verkopen met als doel de prijs omlaag te brengen. Volgens de toenmalige Fed-voorzitter William Miller was het voldoende om het bericht naar buiten te brengen dat de centrale bank de intentie had om goud te verkopen.

Deze vorm van verwachtingsmanagement is de afgelopen jaren eerder regel dan uitzondering geworden. Keer op keer bracht het IMF in persverklaringen naar buiten dat het fonds overwoog een deel van zijn goudreserves van de hand te doen. En zonder dat dit vervolgens ook gebeurde, zagen we keer op keer de goudprijs dalen.29

 

35 Waarom keerde de VS nooit terug naar de gouden standaard?

Die kant leek het begin jaren tachtig wel even op te gaan, want de toenmalige president Ronald Reagan was een uitgesproken voorstander van de gouden standaard. En dat hij over historische monetaire kennis beschikte, bewijst zijn volgende uitspraak: ‘Geen volk heeft ooit een fiduciair geldsysteem overleefd, een geldsysteem dat niet door edelmetalen werd ondersteund.’

Hij liet tijdens zijn verkiezingscampagne van 1980 zelfs een progoudreclamespotje opnemen. Zijn adviseur, de monetarist Milton Friedman, raadde hem echter af dat uit te zenden, maar door een fout is dit toch gebeurd. Reagans uitspraken waren overigens destijds niet bijzonder radicaal; de koppeling tussen de dollar en goud was immers nog niet zo lang daarvoor, in 1971, verbroken. In dit licht bezien is het begrijpelijk dat de kersverse president in 1981 een commissie aanstelde die zou onderzoeken of de VS moest terugkeren naar de gouden standaard. De monetaristen wonnen het pleit en de president liet het idee varen.

Uit protest publiceerde Ron Paul, een van de leden van de commissie, een eigen rapport, getiteld The Case for Gold.30 Paul, die in 2012 nog in de race was als presidentskandidaat voor de Republikeinen, is een voorstander van een honderd procent gouden standaard. Hij staat bekend om zijn weerzin tegen de Fed en schreef er in 2009 zelfs een boek over. Zoals de titel al aangeeft pleit hij in End the Fed voor ontbinding van de Amerikaanse centrale bank.

Niettemin stond president Reagan voor de taak om van de dollar een sterke munt te maken. Als gevolg van de ontkoppeling was de dollar sterk in waarde gedaald en zochten steeds meer beleggers (en landen) hun toevlucht in goud. Elke ounce die verkocht werd, kon worden beschouwd als een stem tegen de dollar. Goud werd daarom tot monetaire staatsvijand nummer één verklaard.

Door de waardedaling van de dollar was de inflatie begin jaren tachtig behoorlijk opgelopen. Om de inflatie te bestrijden en de dollar weer aantrekkelijk te maken, verhoogde Fed-baas Paul Volcker de rente in juni 1981 tot zelfs 20 procent. Hierdoor steeg de goudprijs tot bijna 900 dollar.

Sindsdien heeft Amerika wereldwijd landen steeds meer onder druk gezet uit om hun goudvoorraden te verkopen en goud volledig uit het monetaire systeem te bannen. Met dank aan het door de VS gedomineerde IMF, waarbij alle landen aangesloten zijn, dat een directe koppeling tussen goud en papiergeld verbiedt.

De Japanse overheid moest na de Tweede Wereldoorlog in ruil voor Amerikaanse bescherming zelfs beloven dat het land geen goud zal aankopen om daarmee zijn nationale financiële reserves aan te vullen.31

 

36 Welk bewijs is er dat de Fed de goudprijs manipuleert?

Tijdens een bijeenkomst van het Fed-bestuur in mei 1993 werd opnieuw besproken dat het geforceerd laten dalen van de goudprijs grote gevolgen zou hebben voor de publieke opinie over inflatie.32 Als burgers gaan twijfelen aan de waarde van ongedekt geld zouden ze weleens hun toevlucht kunnen nemen tot goud, zo werd tijdens de vergadering nog maar eens gememoreerd. Een situatie die nu, bijna twintig jaar later, werkelijkheid is geworden.

Tijdens diezelfde vergadering stelde voorzitter Alan Greenspan voor het eerst voor dat het ministerie van Financiën een klein deel van de Amerikaanse goudvoorraad zou verkopen. De goudprijs zou vervolgens dalen en daaruit kon het publiek afleiden dat ook de inflatie laag zou blijven. Daarmee zou de goudprijs niet langer een betrouwbare graadmeter zijn voor de stand van de inflatie. De notulen zijn veelzeggend:

R. ANGELL: De goudprijs wordt grotendeels bepaald door wat mensen die geen vertrouwen hebben in fiatgeld willen gebruiken als uitweg uit welke valuta dan ook. Ze willen zekerheid via het bezit van goud...

ALAN GREENSPAN: Er is nog een andere kwestie die ik op tafel zou willen leggen. Ik aarzel het te doen, maar ik zal je vertellen wat hierbij onder meer meespeelt. Op het terrein van de psychologie hebben de graadmeters die je gebruikt als meetinstrument (t.b.v. inflatie) een bepaald effect. In een gesprek met gouverneur Mullins vroeg ik me af wat er zou gebeuren als het ministerie van Financiën een klein beetje goud op de markt zou brengen. Daar is een interessante vraag aan verbonden, want als de goudprijs in deze context zou reageren, zou de graadmeter niet louter meer een meetinstrument zijn. De onderliggende psychologie zou er ook door geraakt worden.

Uit deze conversatie blijkt dat de Fed goud vooral beschouwt als barometer voor de inflatie. Het beheersen van de goudprijs is voor de Amerikaanse centrale bank daarom van groot belang.

 

37 De VS mag formeel toch geen goud verkopen?

Omdat het Amerikaanse ministerie van Financiën wettelijk geen goud mag verkopen, besloot de Fed in 1995 te onderzoeken of er een constructie bedacht kon worden waarbij het door middel van gold swaps met andere centrale banken mogelijk was om goud op de markt te brengen. Als de Fed Europese centrale bankiers ervan kon overtuigen dat het niet interessant was om nog langer grote voorraden goud aan te houden, konden grote partijen uit de kluizen op de markt worden gedumpt, waardoor de goudprijs laag bleef.

En zo geschiedde. Op deze manier werden eind jaren negentig enorme hoeveelheden goud verkocht. Naar schatting ging het jaarlijks om 500 tot 1000 ton fysiek goud in een markt die slechts 4000 ton in totaal bedraagt. Ook De Nederlandsche Bank ‘leent sinds de jaren negentig grote hoeveelheden goud uit aan de VS, die vervolgens op de markt terechtkomen.33

Dat de Fed over de mogelijkheid beschikt om de goudprijs te reguleren door het op grote schaal lenen van goud afkomstig van westerse centrale banken, werd in 1998 bevestigd door Alan Greenspan. Tijdens een hoorzitting voor het Amerikaanse Congres verklaarde hij: ‘Centrale banken staan klaar om voldoende goud uit te lenen als de goudprijs sterk gaat stijgen.’34

Deze strategie heeft lang goed gewerkt. Europese centrale banken hebben voor duizenden tonnen aan goud verkocht, terwijl de VS zijn goudvoorraad naar eigen zeggen intact heeft gelaten. Maar sinds de kredietcrisis zijn de meeste westerse centrale banken gestopt met de verkoop van goud.

 

38 Heeft de Nederlandsche Bank de VS geholpen met het dumpen van goud?

Nou en of. Terwijl Jelle Zijlstra begin jaren zeventig de Amerikanen aan hun belofte uit 1944 hield en een beroep deed op een deel van de Amerikaanse goudvoorraden van ruim 8000 ton, hielp zijn opvolger Wim Duisenberg de VS een handje door steeds meer van ons goud te verkopen.35 Kon Nederland begin jaren zeventig nog over 1600 ton goud beschikken, vandaag de dag is er 1000 ton minder voorradig.

Volgens de huidige president van de DNB, Klaas Knot, ligt nog maar 10 procent van de nationale goudvoorraad van de ruim 60 ton in de kelders van het hoofdkantoor aan het Frederiksplein.36 Dat is slechts 3,75 procent van de oorspronkelijke voorraad. Behalve in New York ligt een groot deel van de Nederlandse goudvoorraad in de kluizen van de Canadese Centrale Bank in Ottawa – niet toevallig de stad waar de Nederlandse koninklijke familie tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef. Een ander deel ligt bij de BIS in Bazel, die net als de Fed de afgelopen eeuw een zeer bedenkelijke rol heeft gespeeld in de strijd om goud. Zo bleek na de Tweede Wereldoorlog dat de BIS de nazi’s heeft geholpen bij het witwassen van geroofd goud.37

Sinds 2009 zijn steeds meer landen, waaronder China, Duitsland en Venezuela, begonnen hun goud langzaam weg te halen uit New York en Londen om het veilig onder te brengen in hun eigen kluizen.38 De voormalig Wall Street-bankier en goudspecialist James Rickards waarschuwt in zijn boek Currency Wars uit 2011 dat de VS zich in de toekomst wellicht genoodzaakt ziet om het Europese goud in de kluizen van de Fed in New York te ‘confisqueren’. Dit om tijdens een financiële crisis een nieuwe, door goud gedekte dollar te kunnen introduceren.39

 

39 Hoeveel goud ligt er in Fort Knox?

In Fort Knox, een legerpost in de staat Kentucky, ligt ruim 5000 ton van de complete Amerikaanse goudvoorraad van 8133,5 ton goud opgeslagen. De rest is ondergebracht in de New Yorkse kluis van de Fed. Daarmee staat de VS boven aan de lijst van landen met de grootste goudvoorraden.

Er bestaan echter twijfels over de werkelijke omvang van de nationale goudvoorraad. Weliswaar houdt het Amerikaanse ministerie van Financiën sinds 2001 elk jaar een telling, een onafhankelijke controle heeft al decennia niet meer plaatsgevonden. Senator Ron Paul heeft opgeroepen om niet alleen de Fed zelf aan een omvangrijk onderzoek te onderwerpen, maar ook de voorraden van Fort Knox goed in kaart te brengen en daarmee de vele geruchten over lege kluizen te weerleggen.

Nationale goudvoorraad per land in tonnen

1.

Verenigde Staten

8133

2.

Duitsland

3395

3.

IMF

2814

4.

Italië

2451

5.

Frankrijk

2435

6.

China

1054

7.

Zwitserland

1040

8.

Rusland

918

9.

Japan

765

10.

Nederland

612

(Bron: Zerohedge, 2012)

Het Internationaal Monetair Fonds zegt over 2814 ton goud te beschikken. Maar vreemd genoeg heeft het IMF nooit duidelijk kunnen maken of deze reserves echt in het bezit zijn van het fonds. Driekwart van de goudvoorraad van het IMF is namelijk afkomstig van donaties door de G5-landen: Duitsland, Frankrijk, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Net als de goudvoorraad van de VS wordt die van het IMF gewaardeerd tegen slechts 35 dollar per ounce. Dat levert een balans op van slechts 4 miljard dollar, terwijl de marktwaarde ruim 200 miljard dollar bedraagt.40

 

40 Waarom waarderen het IMF en de VS hun goud niet tegen de gewone marktprijs?

Door hun goud tegen 35 dollar per ounce in de boeken te noteren, gaan de VS en het IMF voorbij aan het feit dat hun bezit vijftig keer meer waard is. De Europese Centrale Bank boekt zijn goudvoorraad wel elk kwartaal tegen de dan geldende goudprijs. Het verschil in boekhoudkundige waardering is te verklaren uit het feit dat de Amerikanen goud het liefst blijven zien als een edelmetaal met relatief weinig waarde. Door hun goudvoorraad marktconform te waarderen, zouden ze immers toegeven hoezeer de dollar in waarde is gedaald sinds de ontkoppeling van goud.

Toch betekent dit niet dat de Verenigde Staten nooit twijfelen aan hun beleid. Zo stelde het Fed-bestuur in 1995 voor als aanpak van de torenhoge Amerikaanse staatsschuld om de goudvoorraad op te waarderen.41 Wanneer de goudvoorraad tegen marktwaarde op de balans zou staan, neemt die een paar honderd miljard aan waarde toe. Toch blijft dat slechts een fractie van de totale staatsschuld van ruim 16.000 miljard (2012).

image

Jarenlang verkochten centrale banken gestaag wat van hun goudvoorraad, maar in 2009 kwam een kentering. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn veel landen begonnen goud aan hun voorraad toe te voegen.
 (Bron: World Gold Council,
2012)

 

41 Verkopen westerse centrale banken ook goud om de dollar te ondersteunen?

In 2003 erkende de centrale bank van Australië dat de goudvoorraad wordt ingezet om de goudprijs onder controle te krijgen. In haar jaarverslag schreef de centrale bank dat ‘buitenlandse valutareserves en goud vooral worden gebruikt ter ondersteuning van interventies op de valutamarkt’.42

Eenzelfde uitspraak deed voormalig topfunctionaris William R. White van de Bazelse BIS. Tijdens een conferentie in 2005 verklaarde White dat er zijn inziens vijf belangrijke taken zijn voor centrale banken. Een daarvan, zo zei hij, is het beïnvloeden van de prijs van goud en van vreemde valuta wanneer bankiers dit nuttig achten: ‘De terbeschikkingstelling van internationale kredieten en het verrichten van andere gezamenlijke inspanningen om de prijzen van met name goud en vreemde valuta te beïnvloeden waar en wanneer dit nuttig wordt geacht.’43

De jaarverslagen van De Nederlandsche Bank bevestigen het bestaan van deze praktijken. Waar in de jaren tachtig op de balans nog gewoon melding werd gemaakt van de post goud, staat er de afgelopen jaren de veel duidelijker vermelding: goud en goudvorderingen. Deze goudvorderingen hebben betrekking op de eerdergenoemde gold swaps. Bijna alle westerse banken hebben via deze constructie een belangrijk deel van hun goudvoorraad uitgeleend. Het is maar de vraag of ze dit ooit nog terug zullen zien. Het uitlenen van goud veroorzaakt namelijk een boekhoudkundig probleem: beide partijen beschouwen het als hun bezit. Doordat de lening op de balans staat van zowel de ‘uitlenende’ als de ‘lenende’ bank is er sprake van een dubbeltelling van de goudvoorraden. Het IMF bevestigt dat het de centrale banken toestaat om uitgeleend goud op de balans te laten staan. Naar schatting is de helft van de totale goudvoorraad van de westerse centrale banken, zo’n 30.000 ton, feitelijk ‘verkocht’.

 

42 Doet De Nederlandsche Bank mee aan de strijd tegen goud?

Zeker. Zo eiste De Nederlandsche Bank in 2011 dat het Pensioenfonds Vereenigde Glasfabrieken zijn beleggingen in goud zou terugbrengen naar 3 procent. Het kleine pensioenfonds wilde zich indekken tegen mogelijke gevolgen van de kredietcrisis en had daarom eind 2008 13 procent van zijn vermogen geïnvesteerd in fysiek goud, een van de weinige assets die sinds 2003 nog jaarlijks gemiddeld 15 procent rendement oplevert, dankzij de stijgende goudprijs. Volgens DNB was er sprake van een te groot risico. Dit is vooral opmerkelijk omdat de bank nooit aan de bel trok toen institutionele beleggers te veel rommelhypotheken of Griekse obligaties in hun bezit hadden.

De actie van DNB, die wereldwijd de aandacht trok, laat zien hoever centrale bankiers willen gaan om de onvermijdelijke vlucht uit papier naar edelmetaal tegen te gaan. In 2012 oordeelde de rechter dat De Nederlandsche Bank zijn boekje te buiten was gegaan en bepaalde dat alle schade, inclusief tientallen miljoenen aan misgelopen winsten, aan het pensioenfonds moest worden vergoed.44 De rechter oordeelde: ‘De Nederlandsche Bank heeft op geen enkele wijze duidelijk gemaakt waarom een goudbelegging van 13 procent niet conform de prudent person-regel is,45 en een allocatie van 3 procent wel.’

Een ander voorbeeld stamt uit de wereld van de beleggingsfondsen. Wie wil opereren onder een zogenaamde internationale UCITS-vergunning, mag zich niet bezighouden met goud of goud gerelateerde beleggingen,46 de enige uitzondering. En dat terwijl volgens de Chinese centrale bank goud de laatst overgebleven veilige haven voor een belegger is.47

 

43 Welke landen kopen veel goud aan?

Vooral de centrale banken van Aziatische landen (China, India, Thailand) maar ook die van Rusland kopen grootschalig goud op. Europese centrale banken kopen nog geen goud op en zijn gestopt met de verkoop op grote schaal.

Doordat de Chinese centrale bank geen melding maakt van goudaankopen horen analisten vaak pas jaren later dat de goudreserves zijn gestegen. Zo bleek in 2009 ineens dat de centrale goudvoorraad was verdubbeld tot boven de 1000 ton.48 In tegenstelling tot hun westerse collega’s raden de Chinese autoriteiten burgers aan om te investeren in goud en zilver. Op de staatstelevisie wordt zelfs uitgelegd hoe ze eenvoudig fysiek edelmetaal kunnen aanschaffen.49

Het dumpen van goud door westerse landen werd trouwens in 1999 deels aan banden gelegd na hevig protest van goud producerende landen in Afrika. Door de plotselinge overvloed bleef de marktprijs in de jaren negentig dalen. Dit trof vooral veel Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahel. Door de lage prijzen dreigde de goudwinning onrendabel te worden. Om een einde te maken aan het dumpen van goud op de markt besloot een Afrikaanse delegatie een reis te maken langs Europese hoofdsteden. Hun noodkreet om te stoppen met het overstelpen van de goudmarkt leidde in 1999 tot het Washington Agreement on Gold. Voortaan mochten westerse landen per jaar niet meer dan 500 ton goud verkopen.

In datzelfde jaar maakte de Britse oud-premier Gordon Brown zich onsterfelijk door als minister van Financiën op het dieptepunt van de goudmarkt een groot deel van de Britse goudvoorraad te verkopen tegen 250 dollar per ounce. Volgens insiders wilde hij proberen om de goudmarkt knock-out te slaan door de prijs onder de productiekosten te laten dalen.

 

44 Werken goudproducenten ook mee aan de manipulatie van de goudmarkt?

Centrale banken hebben in hun strijd om de goudprijs onder controle te houden ook ‘bevriende’ goudmijnen gebruikt. Dit blijkt onder meer uit de rechtszaak die in 2003 werd aangespannen door goudhandelaar Blankhart tegen producent Barrick Gold Corporation en JPMorgan Chase & Co wegens het manipuleren van de goudprijs. Het bedrijf zou als handelsagent zijn opgetreden namens de centrale bank. Oud-president Bush sr. bleek halverwege de jaren negentig als adviseur voor Barrick te hebben gewerkt.

Op verzoek van de Fed leende Barrick goud van centrale banken om dit vervolgens op de vrije goudmarkt te verkopen.50 Door middel van een ingewikkelde hedgeconstructie gebruikte het bedrijf toekomstige productie als onderpand om direct grote hoeveelheden goud op de markt te kunnen brengen. Hierdoor werd het kunstmatige aanbod van westerse centrale banken, afkomstig uit gold swaps, feitelijk witgewassen en in de vorm van nieuw gedolven Barrick-goud op de markt gebracht. Barrick Gold Corporation verklaarde in opdracht van de Fed te hebben gehandeld. Uiteindelijk is de zaak in den minne geschikt.

 

45 Hoe wordt tegenwoordig de goudprijs gemanipuleerd?

De prijsvorming van goud en zilver komt tegenwoordig vooral tot stand door de handel in termijncontracten (futures). Dat gebeurt tijdens Amerikaanse handelsuren op de COMEX-beurs van Chicago en tijdens de digitale Globex-markt, die bijna 24 uur per dag operationeel is. Op deze markten worden de edelmetalen feitelijk alleen op papier verhandeld (paper gold). Aangezien 99 van de honderd transacties speculanten betreft die geen fysieke levering nastreven en genoegen nemen met papieren winsten, kan de markt worden gemanipuleerd door op papier grote hoeveelheden edelmetaal aan te bieden.

image

Tijdens de start van de zilverhandel in Azië op 1 mei 2011 viel de zilverprijs meer dan 5 dollar in enkele minuten.
 (Bron: Kitco,
2011)

De partij met de diepste zakken (lees: de Fed en Wall Street) kan op deze manier vrij eenvoudig de markt in een bepaalde richting laten bewegen. Regelmatig gebeurt dat volgens een aanvalstechniek waarbij Amerikaanse marktpartijen gelijktijdig al hun kooporders intrekken en de markt bombarderen met een stroom verkooporders. Een dergelijke aanval duurt in de meeste gevallen een dag of drie en zorgt ervoor dat veel speculanten uit de markt worden gepest. Zo lukte het in september 2011 om binnen drie dagen de zilverprijs met 35 procent te laten dalen.

Een ander mooi voorbeeld vond plaats in de nacht van zondag 1 op maandag 2 mei, datzelfde jaar. De vrijdag ervoor had de zilverprijs een recordstand van ruim 50 dollar bereikt. De aanval werd ingezet een paar minuten na middernacht, toen de futurehandel in goud en zilver op de digitale termijnmarkten begon. Op dat moment begon in Australië de handelsweek, maar in het belangrijkste financiële centrum van Azië, Hongkong, was het nog vijf uur in de ochtend. De handel was op dat tijdstip extreem dun met zeer lage volumes. Daar kwam bij dat de Japanse en Engelse financiële markten vanwege een feestdag gesloten waren. Vanuit het niets werd de markt kort na middernacht overspoeld met (digitale) verkooporders. Duizenden en duizenden contracten van elk 5000 ounce werden in enkele minuten gedumpt. Geen handelaar zou op deze manier tot verkoop overgaan omdat je zo nooit de beste prijs krijgt. Deze verkoopstrategie wordt alleen gebruikt om de prijs onderuit te halen.

 

46 Dit soort marktmanipulaties valt toezichthouders toch op?

Jarenlang drong de Amerikaanse analist Ted Butler er bij U.S.Commodity Futures Trading Commission op aan om verdachte marktbewegingen te onderzoeken. Nadat CFTC een eindeloze stroom van klachten, petities en verzoeken had genegeerd, ging de Amerikaanse toezichthouder in 2004 overstag. Om na een kort onderzoek te concluderen dat er geen bewijs was voor marktmanipulatie.51

Omdat de klachten niettemin bleven binnenstromen, begon CFTC in 2008 een groot onderzoek. Drie jaar later meldde de toezichthouder dat er vermoedens waren van ‘frauduleuze pogingen om op slinkse wijze controle’ over de zilvermarkt te krijgen. Vier jaar later is dat onderzoek nog steeds niet afgerond. Een van de bestuursleden van CFTC heeft inmiddels laten weten dat er ‘verschillende pogingen’ zijn ondernomen om de markt te manipuleren52 en dat de toezichthouder de betrokkenheid van de banken JPMorgan Chase & Co en HSBC onderzoekt.53 Deze twee banken waren op een bepaald moment verantwoordelijk voor circa 70 procent van alle shortposities in de zilvermarkt. Er bestaat geen grondstoffenmarkt met zo veel uitstaande shortposities als de goud- en zilvermarkt. Ook de Duitse analist Dimitri Speck heeft aangetoond54 dat de goudprijs tussen maart 2006 en maart 2010 tijdens de New Yorkse handelsuren significant daalde. Een duidelijke indicatie dat de prijs naar beneden wordt gedrukt in de Amerikaanse markt. Inmiddels hebben verschillende beleggers gezamenlijk een rechtszaak – een zogenaamde class-action suit – aangespannen tegen HSBC en JPMorgan Chase & Co.

Overigens klonk in 2012 in Washington het voorstel om het budget voor de toezichthouder te halveren, waarschijnlijk met de bedoeling de CFTC minder slagvaardig te laten opereren.

 

47 Een dergelijk complot kan toch niet bestaan zonder klokkenluiders?

Eind 2010 vertelde de voormalige zilverhandelaar Andrew Maguire tijdens een hoorzitting van toezichthouder CFTC hoe hij de afgelopen jaren getuige was geweest van geplande aanvallen op de zilverprijs.55 Hij hoorde collega’s van JPMorgan Chase & Co opscheppen dat ze de goud- en zilvermarkten manipuleerden en daar veel geld mee verdienden. Deze spelletjes werden vooral uitgehaald, zo vertelde Maguire, op dagen dat opties afliepen of belangrijk economisch nieuws bekend zou worden gemaakt.

In januari 2010 waarschuwde Maguire de CFTC over een ophanden zijnde aanval. Hij beschreef in detail hoe de handel in goud en zilver zou worden gemanipuleerd, precies op het moment waarop belangrijke arbeidsmarktcijfers zouden worden geopenbaard. De aanval gebeurde precies zoals klokkenluider Maguire had voorspeld, zo valt te lezen uit deze bloemlezing van zijn mails aan de CFTC:

Van: Andrew Maguire
 Verzonden: dinsdag
26 januari 2010, 12:51 PM
 Aan: Ramirez, Eliud [CFTC]
 Cc: Chilton, Bart [CFTC]
 Onderwerp: Zilver vandaag

Geachte heer Ramirez, Ik dacht dat u het misschien interessant zou kunnen vinden om vandaag naar de zilvermarkt te kijken. Het was een goed voorbeeld van hoe één enkele verkoper, die een geconcentreerde positie inneemt op de zeer kleine zilvermarkt, naar believen een verkoop op gang kan brengen. Dit soort gebeurtenissen volgt een regulier patroon. We zien bij het aflopen of verlengen van optiecontracten, bij berichtgeving over de werkgelegenheid (of die nu goed of slecht is) en in mindere mate bij de dagelijkse vaststelling van de zilverprijs de hele tijd dit soort georkestreerde verkopen plaatsvinden.

***

Van: Ramirez, Eliud [CFTC]
 Aan: Andrew Maguire
 Verzonden: woensdag
27 januari 2010, 4:04 PM
 Onderwerp: RE: Zilver vandaag

Mr. Maguire, Dank u voor deze mededeling, en voor het ter beschikking stellen van de dia’s.

* * *

Van: Andrew Maguire
 Aan: Ramirez, Eliud [CFTC]
 Cc: BChilton [CFTC]
 Verzonden: woensdag
3 februari 2010, 3:18 PM

Ik dacht dat het behulpzaam zou kunnen zijn voor uw onderzoek als ik u op de hoogte zou stellen van een manipulatieve gebeurtenis die voor vrijdag 5 februari op de rol staat. Op die dag zal om 8.30 ET. het jongste werkgelegenheidscijfer naar buiten worden gebracht. Dan zijn er twee scenario’s mogelijk, en in beide gevallen zal de prijs van zilver (en die van goud) dalen door een golf van speculatieve kortetermijnverkopen, met als doel de onderliggende veiligheidsconstructies te elimineren. Terwijl ik ongetwijfeld zal kunnen profiteren van deze aanstaande gebeurtenis, is het een voorbeeld van hoe gemakkelijk het is een markt te manipuleren als wordt toegestaan dat een zeer kleine groep handelaren een geconcentreerde positie inneemt.

Ik ben me ervan bewust dat er veel kopers op deze gebeurtenis wachten om zoveel mogelijk ‘goedkoop’ goud en zilver te kunnen bemachtigen. Dit zijn professionele beleggers, vooral uit het buitenland, die weten hoe ze deze speculatie moeten aanpakken en dit ‘papieren’ goud en zilver kunnen omzetten in fysiek edelmetaal.

Met vriendelijke groet,

Andrew T. Maguire

***

Van: Andrew Maguire
 Aan: Ramirez, Eliud [CFTC]
 Cc: BChilton [CFTC]; GGensler [CFTC]
 Verzonden: vrijdag
5 februari 2010, 3:37 PM
 Onderwerp: Fw: Zilver vandaag

Een laatste e-mailtje om te bevestigen dat de manipulatie van de zilverprijs een groot succes was en PRECIES zo is verlopen als gisteren voorspeld. Hoe zou dit mogelijk zijn geweest als de zilvermarkt niet volledig onder controle had gestaan van de partijen die we hebben besproken in ons telefoongesprek? Ik ben mijn toezegging nagekomen niets openbaar te maken over onze gesprekken. Ik hoop dat u heeft geregistreerd hoe de speculatieve verkopen verliepen en wie daaraan hebben bijgedragen (ik heb daar een kopie van) en ik ben er zeker van dat u zult zien dat het om dezelfde speculanten gaat.

 

48 Maar waarom weten we hier dan niets van?

Zoals gewoonlijk hebben de massamedia berichten over deze koersorkestraties genegeerd of afgedaan als complottheorie. Dat kost immers minder tijd dan ze zelf te onderzoeken. Maar toch heeft de bewijslast de laatste jaren geleid tot een flink aantal rapporten van vooraanstaande banken en vermogensbeheerders. Hier volgt een lijstje.

1.   De beroemde Canadese belegger Eric Sprott publiceerde in 2004 een uitgebreide studie, Not Free, Not Fair: the Long-Term Manipulation of the Gold Price, waarin de manipulatie van de goudprijs werd besproken.56

2.   In 2006 verscheen een rapport over het ‘managen’ van de goudprijs, Remonetisation of Gold: Start Hoarding, gemaakt door de Londense broker Cheuvreux, onderdeel van Crédit Agricole.57 De auteurs kwamen tot de conclusie dat westerse centrale banken door het uitlenen van goud nog maar de helft van de gemelde reserves van 30.000 ton bezitten.

3.   Een jaar later presenteerde Citigroup een eigen rapport: Gold: Riding the Reflationary Rescue. Hierin beschreef de bank dat de goudprijs veel last had van verkopen door de centrale banken. Deze waren volgens Citigroup duidelijk bedoeld om een verdere stijging van de goudprijs te voorkomen.58

4.   Curtis M. Loftis Jr., de Treasurer van South Carolina, onder meer verantwoordelijk voor het beheer van de kasgelden van deze Amerikaanse staat, omschreef de manipulatie van edelmetaalprijzen in een rapport als ‘artificial price suppression’. Het rapport noemt de Fed, JP Morgan Chase en HSBC als de verantwoordelijke partijen.

 

49 Profiteren insiders ook van deze ‘voorkennis’?

In juni 2012 stuurde de afdeling beleggingen van de Deutsche Bank de brochure Gold Trading Patterns naar een selecte groep professionele beleggers. Op de cover stond in grote letters ‘Private and Confidential’. In dit rapport werd een nieuw product toegelicht: een beleggingsstrategie op basis van dagelijkse manipulatie van de goudprijs. Onder het kopje ‘Intraday Gold Trading Analysis’ werd uitvoerig ingegaan op de ‘Beteugeling van de goudprijs’ en de mogelijkheden om hiervan te profiteren. Zo weten we dus dat deze kennis bij insiders bekend is en ze ervan profiteren.

Door ‘mee te lopen’ in een dalende prijsbeweging tijdens Amerikaanse handelsuren en in een stijgende beweging tijdens Aziatische uren, is het volgens de Deutsche Bank mogelijk om veel extra rendement te maken. Deze strategie zou, zo toonde de studie aan, tussen 2009 en 2011 jaarlijks gemiddeld 30 procent winst hebben opgeleverd, bijna twee keer zoveel als in dezelfde periode werd behaald dankzij de reguliere stijging van de goudprijs.

 

50 Wat doen andere landen met deze kennis?

In 2005 stuurde de Russische president Poetin een van zijn naaste medewerkers naar een congres van het Gold Anti-Trust Action Committee (GATA) in Canada. Daar werden alle aanwijzingen voor manipulatie van de goud- en zilverprijzen tegen het licht gehouden. Bij deze bijeenkomst waren maar enkele tientallen mensen aanwezig. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2007 heeft de Russische centrale bank zijn goudaankopen sterk opgeschroefd. Zo koopt het land al jaren vrijwel de gehele nationale productie op en laten de leiders Poetin en Medvedev zich regelmatig fotograferen met gouden munten en baren in hun handen, iets wat we Obama of Bush nog nooit hebben zien doen.59

Poetin heeft herhaaldelijk en in duidelijke taal verklaard dat er een einde moet komen aan de al meer dan vijftig jaar durende bevoordeling van de VS als gevolg van de dollarstandaard.60 Dat de VS dit zeer serieus neemt, bleek wel in 2010 tijdens de eerste Amerikaanse Economic War Games op het ministerie van Defensie. In een spel werd het scenario nagebootst waarin Rusland besluit een goudgedekte roebel te introduceren en te eisen dat de Russische olie voortaan alleen met deze nieuwe roebel kan worden betaald.

image

De voorraad goud van de Russische centrale bank groeit sinds 2006 gestaag.
 (Bron: sharelynx.com,
2012)

 

51 Weten de Chinezen ook dat de goudmarkt gemanipuleerd wordt?

Ook China kent de achtergronden van de interventies op de edelmetaalmarkt, getuige een uitgelekt bericht van de Amerikaanse ambassade uit Peking dat Wikileaks in 2009 publiceerde. Hierin valt te lezen: ‘De Verenigde Staten en Europa hebben altijd de stijging van de goudprijs proberen te drukken. Zij willen de functie van goud als internationale reservevaluta verzwakken. Zij willen niet dat andere landen goudreserves gaan aanleggen in plaats van reserves met Amerikaanse dollars en euro’s. Daarom is het drukken van de goudprijs zeer gunstig voor het behoud van de rol van de Amerikaanse dollar als internationale reservemunt.’61

Westerse landen zullen de komende jaren hun macht over de edelmetaalmarkten verliezen nu China, Rusland en India steeds meer goud verzamelen. China is inmiddels de grootste goudproducent ter wereld. Volgens kenners koopt het land vrijwel alle lokale productie op en neemt ook de import via Hongkong steeds verder toe. Tegelijkertijd bouwt China zijn aandeel in Amerikaanse staatsobligaties gestaag af, zoals onderstaande grafiek duidelijk laat zien.

Bovendien treft het land voorbereidingen om binnenkort enkele termijnmarkten te openen waar volledig door fysiek goud gedekte termijncontracten kunnen worden verhandeld.

image

De groeiende goudimporten van China via Hongkong afgezet tegen de omvang van de bezittingen aan Amerikaanse staatsobligaties.
 (Bron: Ministerie van Financiën van de VS, UBS, Sprott Asset Management,
2011)

 

52 Koopt China steeds meer (edel)metaalbedrijven op?

De Chinezen hebben zich duidelijk voorgenomen om hun paper assets versneld in te ruilen voor hard assets. De regering maakte de afgelopen jaren 500 miljard dollar van de ruim 3000 miljard aan financiële reserves vrij om hun activiteiten op het gebied van grondstoffen uit te breiden. Volgens een recente studie gaf het land in 2011 wereldwijd meer dan 200 miljard dollar uit aan overnames van mijnbouwbedrijven, een verdubbeling ten opzichte van 2010. Opvallend genoeg gaat het daarbij niet alleen om metalen die nodig zijn voor de Chinese industrie. Ook nemen steeds meer Chinese goudproducenten bedrijven van westerse collega’s over.62

image

Een overzicht van de Chinese investeringen in de wereldwijde grondstoffenindustrie in 2011. Vooral Latijns-Amerika en Afrika profiteren van het Chinese aankoopbeleid.
 (Bron:
CMA, 2012)

 

53 Hoeveel goud is er al van het Westen naar het Oosten verhuisd?

De VS probeert zijn monetaire overwicht, met de dollar als wereldreservemunt, zo lang mogelijk in stand te houden. Om die reden wordt politieke druk uitgeoefend op Europese landen; zij dienen de dollar te ondersteunen en de rol van goud te marginaliseren. Te allen tijde moet worden voorkomen dat spaarders en beleggers overstappen van papier naar goud. Als gevolg hiervan is een groot deel van de internationale goudvoorraad sinds 1985 van het Westen naar het Oosten ‘verhuisd’.

Mutaties in goudvoorraden in tonnen

Land

2000

2010*

Wijziging

Alle getallen zijn x 1000 kg goud

 

 

 

Oost

 

 

 

China

395

1054,1

+659,1

Rusland

384,4

726

+341,6

India

357,8

557,7

+199,9

Saoedi-Arabië

143

322,9

+179,9

 

West

 

 

 

ECB

747,4

501,4

-246

Frankrijk

3024,6

2435,4

-589,2

Verenigd Koninkrijk

487,5

310,3

-177,2

Nederland

911,8

612,5

-299,3

 

* Cijfers van september 2010

(Bron: World Gold Council)

 

1   Ferdinand Lips, Gold Wars. In dit boek borduurt de Zwitserse oud-bankier voort op het baanbrekende The War on Gold van de bekende Amerikaanse onderzoeker Antony Sutton uit 1976. Sutton, medewerker van het Hoover Institute, deed onderzoek naar de Federal Reserve en de manipulatie van het financiële systeem.

2   ‘The G20 must look beyond Bretton Woods II’ in: Financial Times, 7 november 2010. Te lezen op www.ft.com/cms/s/0/5bb39488-ea99-11df-b28d-00144feab49a.html#axzz15e8TR2jZ.

3   Lilia Costabile, ‘The International Circuit of Key Currencies and the Global Crisis: Is there Scope for Reform?’ PERI Working paper series, nr. 220, 2010, p 4-10.

4   www.guardian.co.uk/books/2006/jan/28/usa.politics.

5   Wim Boonstra, ‘Leven na de dollarstandaard’, Rabobank Nederland, Themabericht 1, januari 2005.

6   Zhou Xiaochuan, ‘Reform the International Monetary System’, BIS Review, nr. 4, 2009. Zie www.bis.org/review/r090402c.pdf.

7   ‘Recommendations by the Commission of Experts of the President of the General Assembly on Reforms of the International Monetary and Financial System’, maart 2009. Zie ook: www.un.org/ga/president/63/letters/recommendationExperts200309.pdf.

8   ‘Reserve Accumulation and International Monetary Stability’, 13 april 2010. Te lezen op: www.imf.org/external/np/pp/eng/2010/041310.pdf.

9   Met deze metafoor bekritiseerde Jacques Rueff de privileges die de Verenigde Staten binnen het monetaire systeem genieten.

10  Met de Marshallhulp werd op een slimme manier ook de financiering van de nationale CIA-afdelingen geregeld. Tien procent van alle hulp ging naar de bouw van kantoren en naar operaties in verschillende landen. Zelfs het Amerikaanse Congres was hier niet van op de hoogte. Bron: Tim Weiner, Een spoor van vernieling.

11  www.gata.org/files/gibson.pdf.

12  http://online.wsj.com/article/SB10001424052970204770404577080181384917926.htm.

13  http://articles.marketwatch.com/2012-05-08/markets/31609040_1_etf-stock-market-central-bank.

14  www.gata.org/node/8327.

15  www.zerohedge.com/article/cia-chimes-gold-control-highlights-historical-gold-foreign-holdings-shortfunding.

16  http://fraser.stlouisfed.org/docs/historical/martin/23_06_19610405.pdf.

17  Ferdinand Lips, Gold Wars, 2002.

18  Dit feit is bekend uit de opvallend openhartige biografie The Arena of International Finance van Charles A. Coombs, in die tijd bij de Fed verantwoordelijk voor de goudtransacties.

19  Ferdinand Lips, Gold Wars, 2002.

20  www.zerohedge.com/news/wikileaks-cable-mentions-gold-price-suppression.

21  www.zerohedge.com/article/declassified-state-dept-data-highlights-global-high-level-arrangement-remain-masters-gold.

22  www.marketupdate.nl/nieuws/valutacrisis/dr-zijlstras-final-settlement-gold-as-the-monetary-cosmos-sun/.

23  Jelle Zijlstra, Per slot van rekening (Contact, 1992).

24  Ferdinand Lips, Gold Wars, p. 51-56.

25  Weinig mensen begrijpen hoe nauw de wereld van goud (en olie) is verbonden met geopolitieke machten. Niet voor niks is ‘He who owns the gold, makes the rules’ een eeuwenoude wijsheid onder machthebbers.

26  www.gata.org/files/FedArthurBurnsOnGold-6-03-1975.pdf.

27  In een interview met Der Spiegel, 3 mei 1971, p. 82, www.spiegel.de/spiegel/print/d-43257718.html.

28  John J. McCloy was van 1949 tot 1952 Hoge Commissaris in Duitsland. Deze functie was na de oorlog door de geallieerden in het leven geroepen. Ze wilden de mogelijkheid hebben om indien nodig in te kunnen grijpen in Duitsland.

29  www.federalreserve.gov/monetarypolicy/files/FOMC19780321meeting.pdf.

30  www.forbes.com/sites/richdanker/2011/02/14/reagans-monetary-history.

31  Als gevolg daarvan bestaan de Japanse reserves slechts voor 3,5 procent uit goud, terwijl de VS zelf het aandeel van goud in de reserves op maar liefst 58 procent houdt.

32  www.federalreserve.gov/monetarypolicy/files/FOMC19930518meeting.pdf.

33  http://2009.jaarverslagdnb.nl/jaarverslag-2009/Type.Cijfers/aDU1116_Goud-en-goudvorderingen.aspx.

34  Dit citaat van Greenspan kun je vreemd genoeg gewoon in de archieven van het Amerikaanse congres, the United States of America Congressional Records, terugvinden.

35  Opvallend genoeg beschikken de Amerikanen volgens eigen opgave nog over al hun goudvoorraden ter waarde van 8133 ton.

36  Aldus een reportage van Nieuwsuur op 6 januari 2012.

37  Een van de grote krachten achter de BIS in de jaren dertig was Hjalmar Schacht, de centrale bankier van nazi-Duitsland.

38  www.marketwatch.com/story/hong-kong-recalls-gold-reserves-from-london-2009-09-03.

39  Tien oude dollars zouden dan recht geven op één nieuwe, door goud gedekte dollar.

40  www.imf.org/external/about/gold.htm.

41  www.federalreserve.gov/monetarypolicy/files/FOMC19950706meeting.pdf.

42  www.rba.gov.au/publications/annual-reports/rba/2003/pdf/2003-report.pdf.

43  www.gata.org/node/4279.

44  www.rtl.nl/components/financien/rtlz/nieuws/2012/11/rechter-verbiedt-goudverbod-dnb-voor-pensioenfondsen.xml.

45  Centraal criterium is dat de waarden op zodanige wijze worden belegd dat de veiligheid, kwaliteit, liquiditeit en het rendement van de portefeuille als geheel worden gewaarborgd.

46  www.pwc.lu/en/asset-management/docs/pwc-amprofile-ucits.pdf.

47  www.forbes.com/sites/afontevecchia/2011/12/27/chinas-central-bank-clamps-down-on-gold-the-only-safe-haven-left.

48  www.bbc.co.uk/worldservice/learningenglish/language/wordsinthe news/2009/04/090501_witn_china_gold.shtml.

49  http://rare-panda-coins.blogspot.nl/2009/09/chinese-tv-promotes-gold-and-silver.html.

50  www.gata.org/files/BarrickConfessionMotionToDismiss.pdf.

51  www.cftc.gov/ucm/groups/public/@newsroom/documents/file/silverfuturesmarketreport0508.pdf.

52  www.bloomberg.com/news/2010-10-26/silver-market-faced-fraudulent-efforts-to-control-price-chilton-says.html.

53  http://seekingalpha.com/article/234051-cftc-investigates-jpmorgan-hsbc-silver-market-manipulation-may-have-kept-prices-down.

54  www.safehaven.com/article/23240/price-irregularities-in-the-silver-market.

55  www.youtube.com/watch?v=e9bU0r6JP4s.

56  www.sprott.com/media/105296/not-free-not-fair.pdf.

57  www.gata.org/files/CheuvreuxGoldReport.pdf.

58  Ook dit rapport is helaas niet meer online te vinden. Een opvallend citaat hieruit luidt: ‘De goudprijs had het dit jaar ongetwijfeld zwaar te verduren van terugkerende goudverkopen door de centrale bank, die duidelijk waren getimed om de goudprijs te drukken.’

59  www.runtogold.com/images/Putin-Gold-Bars.jpg.

60  www.cfr.org/us-strategy-and-politics/global-finance-regime/p20177.

61  www.zerohedge.com/news/wikileaks-discloses-reasons-behind-chinas-shadow-gold-buying-spree.

62  www.chinamining.org/Investment/2011-11-17/1321494453d51433.html.

‘De groei van de schulden van mensen en bedrijven, de private sector, is volledig overgenomen door de overheid (de publieke sector, lees belastingbetaler). Wereldwijd geldt in feite een wie-dan-leeft-wie-dan-zorgt-oplossing. Het mooiste voorbeeld daarvan komt uit Spanje. In Spanje is door het ontploffen van de vastgoedbubbel sprake van een enorme bankencrisis. In de loop van 2009 kwam de regering van Spanje daarom met een geniaal idee: er werd een hulpfonds voor de banken opgericht, dat door de Spaanse regering werd gevuld met maar liefst 9 miljard euro. Op basis van dit “eigen vermogen” kon vervolgens nog eens 90 miljard worden geleend. Saillant detail: de eerste 9 miljard moest door de regering ook al worden geleend. Het noodfonds was noodzakelijk geworden omdat de Spaanse banken hun vastgoedportefeuilles nog steeds tegen recordprijzen op de balans hadden staan, terwijl de marktprijzen inmiddels tientallen procenten lager lagen. De vastgoedcrash in Spanje is veel groter dan de meeste analisten denken. De Spaanse banken verbergen hun verliezen door onvoldoende op hun uitstaande hypotheken af te schrijven.’
 Uit:
Overleef de kredietcrisis

 

 

 

Hoofdstuk 4

Het geheim van geld

‘Ongedekt geld kan maar naar één plaats vluchten en dat is goud.’ – Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Federal Reserve Board (2010)

‘Het proces waarmee banken geld scheppen is zo simpel dat het bijna weerzinwekkend is.’ – John Kenneth Galbraith, econoom

‘Onze Amerikaanse bankiers hebben uitgevonden waarnaar alchemisten uit de oudheid al zochten; ze vonden een manier om papier in goud te veranderen en veel daarvan in hun eigen zakken te laten lopen. Het is moeilijk om ze in te laten zien dat dit systeem dat zo goed voor hen is, schade aanricht aan de rest van de gemeenschap.’ – William Gouge, A Short History of Banking and Paper Money (1833)

‘De essentie van het hedendaagse geldstelsel is het scheppen van geld, uit het niets, door de dikwijls dwaze kredietverstrekking door particuliere banken.’ – Martin Wolf, redacteur van de Financial Times (2006)

‘Er is in theorie geen grens aan de mate waarin een centrale bank haar balans kan oprekken.’ – Dennis Lockhart, bestuursvoorzitter van de Federal Reserve Bank van Atlanta

‘China spelt met vuur, net als wij.’ – Carl Walter, COO China bij JPMorgan Chase & Co (2011)

 

Intro

Er is geen onderwerp waar zo veel misverstanden over bestaan als geld. Uit onderzoek blijkt dat eenderde van de mensen denkt dat spaargeld in de kluizen van de bank ligt te wachten om door spaarders te worden opgehaald. Maar een bank kan (vrijwel) onbeperkt geld creëren door nieuwe leningen te verstrekken. Geld wordt dus geboren in de vorm van schuld (krediet). Als alle leningen zijn afgelost, is dat geld weer verdwenen. Maar omdat over elk krediet rente moet worden betaald, moet er steeds weer nieuw geld (en dus nieuwe schulden) worden gecreëerd. Het geld dat tijdens dit proces van ongedekte geldschepping ontstaat, noemen we ook wel fiatgeld of fiduciair geld. De waarde ervan berust op het vertrouwen dat er goederen of diensten mee kunnen worden aangeschaft. De term verwijst naar de eerste woorden die God volgens het scheppingsverhaal in de Bijbel zou hebben gesproken: ‘Er zij licht’ – of in het Latijn: fiat lux – ‘en er was licht. En God zag dat het goed was.’ Alle ongedekte geldsystemen hebben de afgelopen eeuwen gefaald. Maar centrale bankiers blijven volhouden dat het dit keer wel goed gaat. Als het aanzetten van de geldpers de weg naar welvaart is, was Afrika geen arm continent, zou Zimbabwe een rijk land zijn en had de Weimarrepubliek nu nog bestaan.

 

54 Waarom leren we op school niet hoe ons geldsysteem in elkaar steekt?

Ons monetair systeem draait op vertrouwen. Het komt bankiers en politici dus goed uit wanneer consumenten een bank zien als een grote spaarpot met veel geld in de kluis. Het is belangrijk dat de klant blijft geloven dat het getal op zijn rekeningafschrift ook daadwerkelijk zijn bezit is. Maar spaargeld op een bankrekening is juridisch gesproken een vordering op de bank. Daarom wordt het bij een faillissement van de bank ook niet teruggegeven aan de spaarder, zoals dat wel bij aandelen of een obligatieportefeuille gebeurt. Om ervoor te zorgen dat mensen niet massaal hun geld opnemen als ze dit ontdekken, garandeert de overheid het spaargeld van elke burger tot 100.000 euro per bank. Of de overheid zelf over genoeg geld beschikt om aan deze vorderingen te kunnen voldoen, is echter de vraag.

Niet alleen consumenten, ook veel economen begrijpen het principe van geld niet goed. Alleen zij die monetaire economie studeren, en dat zijn er in ons land maar een paar honderd, kennen de geheimen van ons geldsysteem. Toen ik een professor monetaire economie ooit vroeg of ik als toehoorder aanwezig mocht zijn bij een van zijn colleges, antwoordde hij dat dit onmogelijk was. Outsiders mogen blijkbaar niet de details te horen krijgen.

In ons monetair systeem onderscheiden we drie soorten geld:

1.   Cash: fysiek geld in de vorm van munten en bankbiljetten. Betaalmiddelen die het grote publiek als geld beschouwt. Dit betreft maar een paar procent van al het geld dat wereldwijd in omloop is.

2.   Centrale bankreserves: geld dat alleen bestaat op de balansen van centrale banken (in digitale vorm). Dit wordt gebruikt voor transacties tussen centrale banken onderling en tussen financiële instellingen die zijn aangesloten bij centrale banken. De hoeveelheid kan naar inzicht van centrale bankiers vrijwel onbeperkt worden vergroot, maar deze vorm van geld beslaat normaal gesproken maar een fractie van al het geld dat in omloop is.

3.   Geld dat door commerciële banken, in de vorm van leningen, is gecreëerd. Meer dan 95 procent van al het geld is op deze wijze ontstaan.

 

55 Hoe verloopt het proces van geldcreatie precies?

Vroeger, in een volledig door goud gedekt geldsysteem, kon er alleen geld bij komen door de goudvoorraad te vergroten. Het was moeilijk om de economie te laten groeien. Zorgen voor meer geld kon hooguit door het goud- of zilvergehalte in de munten te verlagen, zoals ook aan het einde van het Romeinse Rijk gebeurde. Wanneer er veel extra geld nodig was, bijvoorbeeld tijdens oorlogen, werd de geldpers aangezet en de gouden standaard verlaten. Daarom kozen monarchen er steeds vaker voor om geldcreatie via (private) centrale banken te laten lopen. Deze banken kregen het monopolie op het drukken van geld, in ruil voor hun steun aan de koningshuizen.

Maar sinds de gouden standaard is losgelaten, groeit de geldhoeveelheid vooral doordat commerciële banken kredieten verstrekken. Met elke nieuwe lening of hypotheek ontstaat extra geld. Wordt een krediet afgelost, dan verdwijnt dat geld weer. Maar omdat er steeds meer geld nodig is om bestaande leningen (inclusief rente) te betalen, moet er voortdurend meer geld komen en groeit de schuldenberg. Zou aan deze gang van zaken een einde komen, bijvoorbeeld door een zware recessie, dan dreigt het systeem al snel als een kredietkaartenhuis ineen te storten.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis bevinden onze economieën zich in een nijpende situatie. Om te voorkomen dat het kaartenhuis instort, hebben overheden de rol van lender of last resort op zich genomen. Ze nemen schulden over, geven centrale banken opdracht om geld te scheppen zodat die schulden kunnen worden afgelost en daarmee is ons geldsysteem (voorlopig) gered. Om te maskeren dat centrale banken op deze manier voor duizenden miljarden aan extra geld voortbrengen, worden eufemistische termen als Quantitative Easing, Operation Twist en Long-Term Refinancing Operation bedacht.

 

56 Wat is Long-Term Refinancing Operation?

In 2011 steeg de rente op Griekse staatsleningen tot ruim 20 procent. Ook de rente op Portugese, Italiaanse en Spaanse staatsleningen liep sterk op. Aangezien de omvang van deze obligatiemarkten niet in de honderden maar duizenden miljarden lopen, werden beleggers wereldwijd heel nerveus. Zonder grootschalige inzet van de geldpers dreigden Griekenland, Portugal, Italië en Spanje in een dodelijke spiraal van steeds hogere staatsschulden en rentebetalingen terecht te komen. Het feit dat de ECB, onder aanvoering van vertrekkende president Jean-Claude Trichet en muitende Duitse bankiers, in eerste instantie de geldkraan niet verder wilden opendraaien, maakte de paniek compleet. Zonder krachtig optreden leek een spoedige ineenstorting van de Eurozone nabij.

Mario Draghi, die Trichet op 1 november 2011 als president van de ECB was opgevolgd, verraste de financiële wereld eind november met het nieuws dat de ECB voor Europese banken een nieuwe kredietfaciliteit in het leven ging roepen: de LTRO of Long-Term Refinancing Operation. Banken mogen voor een periode van drie jaar vrijwel onbeperkt geld lenen tegen een extreem lage rentevergoeding van 1 procent. Als onderpand worden onder andere Europese staatsobligaties geaccepteerd. Tijdens de eerste ronde ontvingen meer dan 500 Europese banken in totaal ruim 490 miljard euro. Op deze manier heeft de ECB een oplossing gevonden voor het feit dat men volgens de eigen statuten geen staatsobligaties mag opkopen. Via deze achterdeurconstructie is dat nu toch mogelijk.

Zo kunnen Italiaanse banken bijvoorbeeld tegen 1 procent rente miljarden lenen en daar bij hun eigen centrale bank staatsobligaties van kopen tegen een jaarlijks rendement van 6 procent. Het verschil in rente levert een risicovrije winst op van 600 procent. Bovendien mogen de aangekochte staatsleningen weer als onderpand dienen voor een nieuwe lening bij de ECB. Precies dezelfde truc heeft de Fed de afgelopen jaren met Amerikaanse banken uitgevoerd, waardoor de winsten weer konden stijgen en de banken meer vlees op de botten kregen.

Met de LTRO-constructie sloeg de ECB dus een paar vliegen in één klap. Het risico dat de financiering van Europese probleemlanden onbetaalbaar zou worden, werd op slag opgelost. In veel probleemlanden daalde meteen de rente en zo keerde de rust op de financiële markten snel terug. Begin 2012 volgde een tweede ronde waarbij opnieuw bijna 500 miljard euro in de markt werd gepompt. Net als na de Lehman-crash eind 2008 werd de rust op de markten dus kunstmatig hersteld door het inzetten van onorthodoxe methoden.

 

57 Wat wordt bedoeld met fractioneel bankieren?

Wie zich verdiept in de magie van geldvermeerdering komt al snel het begrip fractioneel bankieren tegen. Volgens de monetaire theorieboekjes begint geldcreatie bij de centrale bank. Als die bijvoorbeeld 100 miljard toevoegt aan de hoeveelheid geld die in omloop is, door het intoetsen van een aantal cijfers op de computer, dan wordt dit bedrag bij een commerciële bank geplaatst in ruil voor een onderpand.1 Die bank kan vervolgens leningen afsluiten ter waarde van 90 procent van deze 100 miljard. Het bedrag van 90 miljard komt weer op de bankrekening van een andere bank terecht en deze partij kan ook weer 90 procent van dat bedrag uitlenen (= 81 miljard). Dit proces kan doorgaan totdat de oorspronkelijke 100 miljard van de centrale bank nieuwe kredieten heeft opgeleverd van meer dan 900 miljard. Dit is wat we onder fractioneel bankieren verstaan.

Centrale banken kunnen dus onbeperkt geld creëren door een willekeurig bedrag via de computer in te voeren en voor dat bedrag bezittingen aan te kopen. Van andere banken bijvoorbeeld, die dat geld weer kunnen gebruiken om het uit te lenen. Centrale banken kunnen nooit het eigen vermogen (de reserves) van een bank aanvullen. Ze kunnen dus de liquiditeit van een bank verhogen, maar nooit de solvabiliteit.

Een commerciële bank kan, op basis van haar eigen vermogen, nieuwe leningen uitgeven waardoor de geldhoeveelheid groeit. Maar banken moeten het geld voor een nieuwe lening wel ergens inkopen (funding). Als andere banken geen geld meer willen uitlenen, zoals nu tijdens de kredietcrisis het geval is, kunnen ze tegen inlevering van een onderpand bij de centrale bank terecht. In de praktijk proberen banken zo veel mogelijk geld uit te lenen en zoeken daar (later) zo goedkoop mogelijke funding bij.

 

58 Banken zijn toch wettelijk verplicht om voldoende reserves aan te houden?

Bij elke nieuwe lening die banken afsluiten, moeten ze een klein percentage aanhouden als reserve. Formeel is dit 7 procent, maar omdat banken ervoor kiezen sommige financiële verplichtingen buiten de balans te plaatsen,2 bedraagt het eigen vermogen van veel banken maar hooguit 3 procent. Wanneer een bank winst reserveert of aandelen verkoopt, neemt het eigen vermogen toe. Het eigen vermogen van een bank moet groot genoeg zijn om verliezen in de leningenportfolio op te vangen. Of dit het geval is, wordt gecontroleerd door de nationale bank. Indien een klant zijn lening niet meer kan terugbetalen, moet dat bedrag van de winst én het eigen vermogen worden afgetrokken. Dit doet dus twee keer pijn. Daarom wordt er meestal voor gekozen een schuld zo lang mogelijk in de boeken te laten staan. Het toezicht op de winst- en verliesrekeningen van commerciële banken verloopt nu nog nationaal, maar er zijn plannen in de maak voor een Europese toezichthouder. In ons land is De Nederlandsche Bank verantwoordelijk.

Onderstaande grafiek laat duidelijk zien hoe de financiële sector dankzij de kredietverlening sinds 1980 wereldwijd veel sneller is gegroeid dan de echte of reële economie.

image

Verenigde Staten: reële economie en financiële sector.
 (Bron: Reuters, BLS, FRB,
2009)

 

59 Waarom valt een bank zo snel om?

Omdat het eigen vermogen relatief klein is, komt een bank al snel in de problemen wanneer leningen moeten worden afgeboekt. Daarom is het van groot belang dat binnen ons geldsysteem geen zware recessie ontstaat. Als banken te groot zijn geworden, kunnen overheden banken die failliet dreigen te gaan niet meer redden.

Dit scenario deed zich eind 2008 in ons land voor. Wouter Bos, de toenmalige minister van Financiën, ontdekte begin 2009 dat ING met een balanstotaal van ruim 1300 miljard feitelijk te groot was om genationaliseerd te kunnen worden. Het balanstotaal van ING bleek twee keer zo groot als de totale omvang van onze economie (bruto binnenlands product).3

In Zwitserland heeft de centrale bank als reactie op de financiële crisis geëist dat banken een veel groter eigen vermogen (circa 20 procent) aanhouden. De bankensector was ook daar in relatie tot de hele economie veel te groot geworden. Vooral Credit Suisse en UBS vormen door hun omvang een grote bedreiging voor de Zwitserse economie.

 

60 Sinds wanneer groeit de schuldenberg zo sterk?

In de achttien belangrijkste landen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)4 groeide de totale schuld (van overheid, bedrijven én burgers) ten opzichte van de omvang van de economie (bruto binnenlands product) van 160 procent in 1980 tot 321 procent in 2010. Deze schuldengroei zorgde niet voor problemen doordat de rente vrijwel continu bleef dalen. Zo daalde de rente in de VS bijvoorbeeld van ruim 20 procent tot bijna 0 procent na de kredietcrisis.

In diezelfde periode nam de gemiddelde schuld van alle bedrijven toe met 300 procent. Staatsschulden stegen gemiddeld met 425 procent.5 In Japan bedraagt de staatsschuld zelfs het dubbele van het bbp als gevolg van twintig jaar economische overheidssteun.

Maar de grootste schuldengroei zien we vooral bij de consument: een stijging van ruim 600 procent, voornamelijk veroorzaakt door hogere hypotheken. Alleen in landen met een conservatieve huizenmarkt – zoals Duitsland, Italië en Griekenland – zijn de schulden van particuliere huishoudens veel lager, gemiddeld minder dan 70 procent van het bbp. Nederland voert in de Eurozone de lijst aan van hoogste hypotheekschuld per inwoner.

image

Staatsschuld Nederland ten opzichte van het bbp.
 (Bron: economicsinpictures.com,
2011)

Om de opbouw van de schuldenlast te kunnen begrijpen, moeten we terug naar 1980. Het jaar waarin Paul Volcker, de voorganger van Alan Greenspan bij de Fed, de rente verhoogde tot 20 procent om de sterk oplopende inflatie en de daarmee samenhangende dollarcrisis te bezweren. Door deze maatregel herstelde het vertrouwen in de dollar pijlsnel, waardoor vanaf 1981, amper een jaar later, de rente scherp begon te dalen. Die dalende rente maakte het mogelijk om meer schulden aan te houden. Daardoor liepen vooral de staatsschulden verder op, met name in de VS. Maar de Amerikanen hoeven hun schulden niet in goud af te betalen; ze kunnen het af met zelfgedrukte dollars.

Nu, na ruim dertig jaar dalende rente, komt de periode van ongebreidelde schuldenopbouw ten einde. De rente op schulden kan immers niet onder 0 procent zakken. We zijn op een punt aanbeland waarbij niet de banken, maar de landen zelf in serieuze financieringsproblemen verkeren. Vooral de enorme begrotingstekorten zijn problematisch, en niet alleen voor een land als Griekenland. Het Griekse begrotingstekort valt trouwens in het niet bij dat van de VS (40 procent meer uitgaven dan inkomsten) en Japan (45 procent meer uitgaven dan inkomsten). Dergelijke tekorten zijn alleen te dichten door de uitgaven te halveren of de belastingen te verdubbelen. Maar beide opties zijn politiek niet haalbaar. Bovendien leveren ze een te groot risico op dat de economische problemen er juist door verergeren. Veel politici zien daarom geen andere mogelijkheid dan de schulden verder te laten oplopen. En nu steeds meer beleggers geen staatsobligaties meer willen kopen, althans niet tegen de huidige lage rentes, is de enige uitweg dat centrale banken dit gaan doen.

Volgens een berekening van de Boston Consulting Group bedraagt het teveel aan schulden in de EU zeker 6000 miljard dollar en in VS 11.000 miljard dollar. Deze moeten eigenlijk eerst worden weggewerkt voordat de economische problemen structureel kunnen worden aangepakt. Bijvoorbeeld door een schuldsanering (maar dan moeten spaarders en beleggers hun verliezen nemen) of door de schulden op de balans van centrale banken te plaatsen. Doordat er geen grenzen gelden voor de balans van een centrale bank kunnen ze hier zonder problemen voor langere tijd worden ‘geparkeerd’.

 

61 Hoeveel schuld bestaat er in Nederland?

De totale Nederlandse schuldenlast is gegroeid van 550 miljard euro in 1980 naar ruim 4000 miljard (4 biljoen) in 2010.6 Ruim de helft daarvan komt voor rekening van de financiële sector. De overheid, bedrijven en particulieren hebben de andere helft geleend. De totale schulden van Nederlandse huishoudens zijn in dertig jaar vertienvoudigd: van omgerekend 70 miljard euro in 1980 naar 765 miljard euro in 2010.7

Vooral de staatsschulden zijn de afgelopen jaren geëxplodeerd. Door het redden van ABN Amro, Fortis, ING en Aegon steeg de Nederlandse staatsschuld in korte tijd van 250 miljard euro naar ruim 400 miljard euro. We zijn, net als de meeste westerse landen, op weg naar een staatsschuld van 100 procent van het bbp.

Ook de bedrijfsschulden stegen aanzienlijk. In 1980 bedroeg de schuldenlast van bedrijven zo’n 160 miljard euro, dertig jaar later is die meer dan verviervoudigd naar 712 miljard euro. Als percentage van het bbp is de schuldenlast overigens wel gedaald: van 140 procent van het bbp in 2000 naar 121 procent in 2010. De totale overheidsschuld was in 1990 goed voor 97 procent van het bbp en daalde in 2000 naar 67 procent, maar steeg sindsdien weer richting 100 procent.8

In de grafiek zijn de totale schuldenlast van Nederlandse huishoudens, niet-financiële en financiële instellingen en de overheid uitgedrukt als percentage van het bbp. Van 343 procent van het bbp in 1980 is die totale schuldenlast gegroeid naar bijna 700 procent van ons jaarlijkse inkomen.

image

Schuldenlast Nederland als percentage bbp.
 (Bron: marketupdate.nl,
2010)

 

62 Zijn we echt wereldrecordhouder schulden maken?

Als we de Nederlandse schuldenlast vergelijken met die van andere landen, dan neemt ons land de tweede plaats in: na Groot-Brittannië en voor Japan. Die grote schuldenlast kan worden verklaard door de enorme omvang van onze bancaire sector. ING is met haar balanstotaal verantwoordelijk voor meer dan de helft van de schulden van de Nederlandse financiële instellingen.

Wereldwijd zijn we dus bijna koploper, zoals uit onderstaande grafiek blijkt. Alleen Engeland komt hoger uit. Ook daar neemt de financiële sector relatief gezien het grootste deel van de schuldenlast voor zijn rekening en is er eveneens sprake van een vastgoedbubbel. Vooral in en rond Londen zijn de huizenprijzen zeer hoog.

image

De totale schuldenlast van landen uitgedrukt als percentage van het bbp. Nederland (niet in de grafiek) voert met Groot-Brittannië en Japan de lijst aan. Het verschil met de laatste vier landen is opvallend. Hoewel de staatsschuld in Amerika torenhoog is, reiken de balanstotalen van Amerikaanse banken – in tegenstelling tot de Nederlandse – niet verder dan maximaal 20 procent van het bnp.
 (Bron: Haver Analytics, Morgan Stanley Research,
2011)

 

63 Wat is de rol van de centrale bank in deze kredietbubbel?

Tussen 2009 en 2012 werd door centrale bankiers in totaal voor 6000 miljard dollar aan geld gecreëerd om ons monetaire systeem te ondersteunen. Bovendien hebben ze de (korte) rente die ze banken voor een lening berekenen, verlaagd tot waarden tussen 0 en 1 procent. De gedachte hierachter is dat consumenten en bedrijven bij een lage rente meer leningen afsluiten en dat de rentelasten voor bestaande leningen met een variabele rente dalen.

Tijdens een crisis is er tussen banken veel onderling wantrouwen omdat ze niet weten welke risico’s collega-banken lopen. Ze willen eigenlijk geen geld meer aan elkaar uitlenen. Om deze status-quo te doorbreken, staan centrale banken hun toe om vrijwel ongelimiteerde hoeveelheden geld (liquide middelen) te lenen. Overtollig kasgeld parkeren banken ook liever bij een centrale bank. Om dit te ontmoedigen, heeft de ECB in de zomer van 2012 besloten vrijwel geen rente meer te betalen over geld dat bij hen wordt gestald.

De Japanse centrale bank lanceerde in de jaren negentig een nieuw instrument om de economie te stimuleren en deflatie te voorkomen: Quantitative Easing. Met deze methode tovert de centrale bank, uit het niets, een bedrag tevoorschijn door het intoetsen van een aantal cijfers op hun toetsenbord. Voor dat bedrag kopen ze bijvoorbeeld staatsobligaties op. Deze praktijk heeft de laatste jaren veel navolging gekregen in de rest van de wereld. In vrijwel alle grote westerse economieën kopen centrale banken, via commerciële banken, een deel van de nieuw uitgegeven staatsobligaties op. Hierdoor neemt de vraag naar dit soort staatspapier toe zodat de rente(vergoeding) laag kan blijven. Alleen dankzij zo’n grote truc kan ons met schulden overladen geldsysteem overleven. Elk jaar wordt er op deze manier mondiaal een paar duizend miljard aan steun uit het niets gecreëerd. Tot nu toe heeft niemand bedacht hoe we zonder financiële doping kunnen.

 

64 De centrale banken zorgen dus keer op keer voor redding?

De afgelopen jaren hebben we gezien dat als de stress in het systeem te groot wordt er altijd nog een laatste redmiddel is: de balans van de centrale bank. Toen in de VS eind 2008 vrijwel gelijktijdig de banken op Wall Street, de autofabrieken, hypotheekverstrekkers Fannie Mae en Freddie Mac en de grootste verzekeraar AIG om dreigden te vallen, werd dit redmiddel ingezet. Met het Troubled Asset Relief Program (TARP) werd 700 miljard dollar tevoorschijn getoverd en zo lukte het de Fed en het ministerie van Financiën om gezamenlijk de economie overeind te houden. Alleen Lehman Brothers werd opgeofferd. Niet toevallig was dit de enige bank die in 1998 had geweigerd om mee te werken aan de reddingsoperatie van het hedgefonds Long-Term Capital Management (LTCM) toen dat op instorten stond.

Sinds 2008 kopen de Fed in de VS en de Bank of England in het Verenigd Koninkrijk steeds vaker (indirect) staatsobligaties op. Ze verstrekken overheden steeds vaker (indirect) leningen en creëren hiervoor dus steeds meer geld op hun balansen. Ook onze ECB is sinds 2010 actief in het (indirect) opkopen van staatsobligaties van probleemlanden. Omdat de meeste centrale banken niet rechtstreeks geld aan landen mogen lenen, verloopt de aankoop via aangesloten (commerciële) banken. Het geld van de ECB wordt bijvoorbeeld eerst uitgeleend aan Spaanse banken en die kopen er vervolgens Spaanse staatsobligaties mee. De staatsobligaties kunnen weer als onderpand voor een volgende ECB-lening worden gebruikt. Toch blijft de ECB volhouden dat ze geen staatsobligaties opkopen.9

 

65 Hoeveel is de balans van de Fed de afgelopen jaren eigenlijk uitgedijd?

In normale economische tijden is en blijft de omvang van een centrale bank relatief beperkt. Geldcreatie vindt dan vooral plaats door de kredietverlening van commerciële banken. Maar sinds het uitbreken van de kredietcrisis moeten centrale banken steeds vaker de helpende hand uitsteken omdat op cruciale markten de financiering dreigt stil te vallen. Zo wordt sinds 2008 een groter deel van de Amerikaanse staatsobligaties bij de eigen Federal Reserve geplaatst. Dat gaat indirect, via Amerikaanse banken. Zij kopen ze eerst op en leveren de staatsobligaties vervolgens weer als onderpand bij de Fed in. Tussen 2007 en 2012 is de balans van de Amerikaanse centrale bank daardoor met meer dan 2000 miljard dollar opgelopen tot ruim 3000 miljard dollar. Alleen al in 2011 moest voor bijna 1000 miljard aan staatsobligaties aan de balans van de Fed worden toegevoegd. Ook werden veel hypotheekobligaties, onder meer van Fannie Mae en Freddie Mac, opgekocht om te voorkomen dat de woningmarkt compleet stil zou vallen. In normale tijden zouden dit soort obligaties door beleggers worden opgekocht. Eigenlijk horen ze dus niet thuis op de balans van een centrale bank.

Economen wijzen erop dat er theoretisch geen grens zit aan het ‘opblazen’ van de centrale bankbalans. Hierdoor kunnen centrale banken in principe eindeloos doorgaan met het kunstmatig stimuleren van de economie. Maar deze onorthodoxe wijze van financieren, die nu gemeengoed is geworden, staat bekend als een ‘nucleaire optie’: alleen toe te passen als allerlaatste redmiddel.

image

De balans van de Fed, die jarenlang nauwelijks steeg, is sinds 2008 explosief gestegen als gevolg van reddingsoperaties en het opkopen van obligaties.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2012)

 

66 Hoe staat het Verenigd Koninkrijk ervoor?

Doordat de Bank of England ook veel nationale staatsobligaties opkoopt om zo begrotingstekorten op te vangen, zien we hier de balans op eenzelfde manier groeien. De stimuleringsmaatregelen van de regering, na het uitbreken van de crisis, leiden al jaren tot grote begrotingstekorten. Net als in de VS wil de Britse overheid de rentevergoeding op staatsobligaties manipuleren door hun eigen centrale bank (indirect) staatspapier op te laten kopen. Deze (lange) rente is namelijk toonaangevend voor veel rentepercentages op andere leningen.

Een nieuwe crisis zou zich dan ook heel goed kunnen aandienen in het Verenigd Koninkrijk, aangezien de Britten er op monetair gebied alleen voor staan. Europese landen ondersteunen elkaar en zolang de dollar nog de wereldreservemunt is, helpt feitelijk de hele wereld de VS om op de been te blijven.

image

Ook de balans van de Bank of England steeg sinds 2008, als gevolg van reddingsoperaties en het opkopen van obligaties, met circa 300 procent.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2012)

 

67 Maar Japan is nu toch ook erg kwetsbaar?

Daar is deze ontwikkeling al in de jaren negentig begonnen, toen beurzen en vastgoedmarkten na lang economisch feestvieren instortten. Sinds de hoogconjunctuur van de jaren tachtig kwakkelt de Japanse economie, ondanks massale steunoperaties, nu al twintig jaar. In 2012 stond de Japanse beursindex (Nikkei) nog steeds bijna 80 procent lager dan begin 1990.

Japan heeft een lange ervaring als het gaat om het kunstmatig overeind houden van banken en verzekeraars, en daarmee van het monetaire systeem. Veel banken staan daar te boek als ‘zombiebanken’: ze beschikken over net genoeg eigen vermogen om niet om te vallen, maar hebben te weinig liquide middelen om leningen te kunnen verstrekken. Sinds 2008 kennen we in het Westen ook dergelijke banken.

Na de drievoudige ramp van 2011 – een aardbeving, een tsunami en een kernramp – is de Japanse overheid aan het einde gekomen van haar financiële mogelijkheden. De afgelopen twintig jaar heeft het land veel meer uitgegeven dan er aan belastinginkomsten binnenkwam. Hierdoor is de staatsschuld opgelopen tot ruim boven 200 procent van het bbp. Doordat Japanners altijd relatief veel spaarden, konden tekorten worden gedekt. En omdat nationale verzekeringsbedrijven en pensioenfondsen Japanse staatsobligaties opkochten, verliep de financiering tot 2012 zonder veel problemen. Maar nu Japanners vrijwel niet meer sparen en de samenleving in snel tempo vergrijst, begint de druk op de samenleving steeds groter te worden. In 2012 kwam eenderde van alle staatsschulden ter wereld voor rekening van Japan, een kwart (23 procent) is voor Amerika. Europa is als geheel goed voor 32 procent.

 

68 Zwitserland stond toch te boek als een van de weinige veilige havens?

Niet meer. In een ongedekt monetair systeem moet geldschaarste kunstmatig in stand worden gehouden. Normaal gesproken beconcurreren centrale banken elkaar om de koers van hun munteenheid internationaal hoog te houden.10 Maar sinds de kredietcrisis proberen veel landen de eigen economie (lees: export) te beschermen door hun valuta relatief goedkoop te maken, onder andere door de geldpers aan te zetten. De VS laat de dollar al sinds 2002 in waarde dalen. Doordat de Chinese munt feitelijk aan de dollar is vastgekoppeld, worden Chinese producten steeds goedkoper. Dankzij de eurocrisis daalde de euro vanaf 2010 extra hard in waarde. Door deze ‘race naar de bodem’ vluchtte er steeds meer geld naar Zwitserse banken. De Zwitserse export en het toerisme kwamen hierdoor ernstig in het gedrang. Vandaar dat de Zwitserse centrale bank in 2011 besloot dat de waarde van de frank niet hoger dan 1,20 euro mag zijn. Door Zwitserse franken te creëren en daarmee euro’s en andere valuta te kopen, probeert de centrale bank dit te bereiken. Wie naar onderstaande grafiek kijkt, ziet dat de balans van de Zwitserse centrale bank sinds 2008 zelfs is verviervoudigd.

Beleggers treuren om het einde van de sterke Zwitserse frank. Deze ontwikkeling heeft de vlucht naar goud, de enige valuta die niet kan worden bijgedrukt, alleen maar vergroot.

image

In een poging om de binnenlandse economie te redden, werd de Zwitserse frank in 2011 aan de euro gekoppeld. Door de financiële inspanningen die hiervoor moesten worden verricht, verviervoudigde de omvang van de balans van de Zwitserse centrale bank.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2012)

 

69 Dijt ook de balans van de Chinese centrale bank uit?

Ja, ook China heeft er veel voor over om de status-quo voorlopig te handhaven. Door het ruime monetaire beleid, waarbij ook daar de geldpers lekker ronkt, stijgt de hoeveelheid geld die in China omgaat met een kleine 20 procent per jaar. In vier jaar is die hoeveelheid dus verdubbeld. Daarom vrezen veel economen en analisten dat ook China niet zal ontkomen aan een harde landing. Zo schreef de Franse bank Société Générale in een studie uit 2011: ‘We zijn in grote mate bezorgd over de toenemende hefboomwerking11 in het Chinese systeem, in combinatie met een ophanden zijnde piek in de Chinese beroepsbevolking en een snelle stijging van de vastgoedprijzen.’

Door deze combinatie van factoren ontstaat een gevaarlijke cocktail die China nu een stuk kwetsbaarder maakt dan bijvoorbeeld in 2010. Het land heeft, ondanks zijn enorme nationale reserves van ruim 3000 miljard, te kampen met een schuldencrisis in de vele afzonderlijk regio’s. Om de economie te stimuleren, is zo veel geld in onrendabele projecten gepompt dat staatsbanken honderden miljarden moeten afschrijven. Dat gebeurt ook in China vaak via de balans van de centrale bank.

Wie de balansen van de centrale banken wereldwijd onder de loep neemt, constateert een opvallende overeenkomst. Vrijwel overal zien we dat sinds de kredietcrisis de balansen drie tot vijf keer in omvang zijn toegenomen. Centrale bankiers hopen met het ‘wegwerken van slechte leningen’ en andere onorthodoxe financieringsmethoden de negatieve gevolgen van de kredietcrisis op te vangen en te voorkomen dat we mondiaal in een diepe recessie terechtkomen.

image

De balansen van centrale banken groeien sterk
 Om de gevolgen van de kredietcrisis tegen te gaan, groeien de balansen van de centrale banken sterk. Het balanstotaal in deze vier regio’s verdubbelde in slechts vier jaar tijd.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2012)

 

70 Hoever kunnen we de balansen van de centrale banken laten oplopen?

In theorie is er geen enkele begrenzing. De balansen van centrale banken kunnen in feite oneindig in omvang toenemen. Door ze gelijktijdig te laten oplopen, kunnen veel van de verliezen en slechte leningen worden ‘geneutraliseerd’. Als centrale banken de geldpers niet hadden aangezet, waren er beslist veel meer banken omgevallen en was vrijwel zeker een levensbedreigende negatieve spiraal ontstaan. Dit beleid is na het herstel van 2009-2010 voortgezet. Alleen van relatief kleine landen en economieën, zoals Griekenland, worden financieringsproblemen geaccepteerd. Grotere landen als Spanje en Italië moeten zich koste wat kost kunnen blijven financieren, desnoods met behulp van creatieve trucs als de balans van de ECB.

De enige grens aan die balansgroei is een psychologische. We weten uit het verleden dat de bevolking op een gegeven moment haar vertrouwen in de nationale munt zal verliezen. Wanneer consumenten en masse doorkrijgen dat er jaarlijks duizenden miljarden gecreëerd kunnen worden, zullen ze gaan twijfelen aan de waardevastheid van hun eigen geld. Alan Greenspan, oud-voorzitter van de Fed, merkte in 2010 als een van de eersten op dat de sterke stijging van edelmetaalprijzen het gevolg is van de vlucht in hard assets. Ook de zakenman-filantroop George Soros waarschuwde al in 2009 voor dit gevaar.12

Als genoeg mensen het vertrouwen in geld verliezen, eindigt dit proces in hyperinflatie. Er ontstaat dan een bankrun: consumenten nemen in één keer al hun geld op en beleggen dat in buitenlandse valuta of waardevaste goederen. Daarom is het van het grootste belang om deze vlucht af te remmen.

Opvallend is dat de meeste centrale banken de afgelopen jaren op dezelfde wijze hun verliezen hebben opgevangen. Doordat in de belangrijkste economieën hetzelfde monetaire spel werd gespeeld, bleef de waarde van de munteenheden er relatief gelijk. De dollar, het Britse pond, de euro, de Zwitserse frank en de Canadese dollar: allemaal bewogen ze de afgelopen jaren rond pariteit13 (1:1) met een marge van ongeveer 20 procent. Deze ongedekte valuta bleven dus ongeveer evenveel waard en zo werden consumenten misleid over de waardeontwikkeling van hun geld. Alleen beleggers in edelmetaal kunnen aan de waardeontwikkeling zien dat er op monetair gebied vreemde dingen gebeuren.

image

Ook de balans van de ECB steeg, sinds het uitbreken van de kredietcrisis, met ruim 300 procent.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2012)

 

71 Kan geld waardeloos worden?

De kans daarop is normaal gesproken niet zo groot, maar hij bestaat wel degelijk. De geschiedenis leert ons dat er in de loop van de eeuwen al 156 valuta door hyperinflatie zijn verdwenen.14 Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie (1991) en de crash in Argentinië (2001) bleven brave spaarders met lege handen achter, terwijl de slimmeriken die hun geld op tijd hadden omgezet in edelmetaal hun vermogen wisten te behouden.

Dat mensen hun vertrouwen in (ongedekt) geld volledig kwijtraken, is het ergste wat een maatschappij in economisch opzicht kan overkomen. Op slag is de hele maatschappij aangewezen op ruilhandel. Vrijwel niemand heeft de geestelijke lenigheid om zich een dergelijke situatie te kunnen voorstellen. Daarom lijkt het aankopen van fysiek goud of zilver voor velen ook de daad van een krankzinnige angsthaas. Maar als geen enkele ongedekte valuta de toets der tijd ooit heeft overleefd, waarom zou de euro of de dollar dan niet nummer 157 en 158 kunnen worden op de lijst van verdwenen valuta?

Het ingezette proces van extreme geldcreatie om de kredietcrisis te bezweren kan dus gemakkelijk leiden tot een neerwaartse spiraal van steeds grotere geldontwaarding en uiteindelijk eindigen in hyperinflatie. Hyperinflatie is dus niet zozeer een monetair als wel een psychologisch proces. Als ‘de massa’ geen vertrouwen meer heeft in zijn eigen geld is het tij moeilijk te keren. De angst voor een deflatoire ineenstorting, te vergelijken met de ineenstorting van het Sovjetsysteem, is sinds 2008 zo groot dat het risico van hyperinflatie voor lief wordt genomen.15

De mogelijkheid van een algemene financiële crisis waarbij banken tijdelijk worden gesloten, de zogenaamde bank holiday, is altijd aanwezig. In 2011 lekte een filmpje uit waarin Barack Obama toegaf dat hij op zijn eerste dag als president met zijn adviseurs over een nationale bank holiday had gesproken.

 

72 Kunnen landen failliet gaan?

Landen met schulden in hun eigen valuta kunnen niet failliet gaan omdat ze altijd de geldpers aan kunnen zetten en die schulden kunnen wegwerken. Eurolanden als Griekenland hebben deze mogelijkheid verspeeld door toe te treden tot de Economische en Monetaire Unie.

Uit onderzoek blijkt dat staatsschulden eigenlijk nooit worden afgelost, maar alleen maar worden ‘doorgerold’ naar een verdere toekomst. De meeste landen hebben namelijk de slechte gewoonte net te doen alsof alle schulden ooit zullen worden afbetaald, totdat de schuldenberg te groot is geworden en er via een faillissement of schuldsanering orde op zaken moet worden gesteld. Slechts één land, Zwitserland, heeft altijd alle schulden afbetaald. Zelfs Nederland kon in 1802, als gevolg van de Napoleontische oorlog, zijn betalingsverplichtingen niet nakomen.16

Beleggers beginnen nu pas te twijfelen aan de veiligheid van paper assets. De verwachting is dat zij steeds meer van hun geld zullen investeren in hard assets. Bill Gross, oprichter van beleggingsmaatschappij PIMCO, schreef in mei 2012 dat we ons moeten afvragen of ‘het mondiale financiële systeem, dat de laatste honderd jaar steeds meer en steeds gemakkelijker krediet heeft opgeleverd, mogelijk het punt heeft bereikt dat het niet meer op een efficiënte manier kan opereren en niet langer op een rechtvaardige manier voor economische groei kan zorgen’.17

De grote afwaardering op de Griekse staatsobligaties hebben de ogen van beleggers pas echt geopend. De veiligheid van staatsobligaties blijkt een schijnveiligheid, nu diezelfde overheid veel van de risico’s en verliezen uit de private sector op zich moet nemen. Na het redden van onze bankensector een paar jaar geleden steeg de Nederlandse staatsschuld van 250 miljard euro naar meer dan 350 miljard euro. Het feit dat steeds meer landen hun triple-A-rating (AAA) verliezen is een bewijs van deze trend. Hoewel het vertrouwen in veel kredietbeoordelaars is gedaald, zijn hun beoordelingen nog steeds leidend in de financiële wereld.

 

73 Wat wordt bedoeld met het Minsky-moment?

Sommige beleggers investeren zo veel mogelijk in hard assets, als voorbereiding op een mogelijk bankroet van het paper assets-systeem. Dit stadium wordt door economen aangeduid als het Minsky-moment, naar de theorieën van de Amerikaanse econoom Hyman Minsky. Hij waarschuwde dat na tientallen jaren van voorspoed een golf verkopen op gang zou kunnen komen van partijen die met te veel schuld investeringen hebben gedaan. Om deze schulden af te bouwen, moeten ze zelfs goede posities, zoals aandelen, obligaties of vastgoed, verkopen tegen steeds lagere prijzen.18 Mark Carney, de gouverneur van de Bank of Canada, verklaarde in december 2011 dat de wereld op dit punt was aanbeland: ‘The global Minsky-moment has arrived.’19

De angst voor deze desastreuze golf verkopen ligt aan de basis van de onorthodoxe ingrepen die centrale bankiers sinds 2008 toepassen. Volgens Paul Volcker, voormalig topman van de Fed, zouden sommige van die maatregelen vóór de kredietcrisis voor onmogelijk worden gehouden.

Uit This Time is Different, de belangrijke studie van economen Carmen M. Reinhart en Kenneth S. Rogoff uit 2009, blijkt dat vrijwel alle landen ooit failliet zijn gegaan. Volgens de auteurs lopen juist grote en ontwikkelde landen kans om in serieuze economische problemen te belanden omdat ze aan chronische zelfoverschatting lijden.20 Reinhart en Rogoff tonen bovendien aan dat wanneer de staatsschuld boven 90 procent van het bbp uitkomt de economische groei afneemt.

 

Sinds de onafhankelijkheid of sinds 1800

 

Percentage jaren dat er sprake was van een bankencrisis

Percentage jaren dat er sprake was van een schuldsanering

Totaal aantal keren dat de schulden gesaneerd moesten worden

Oostenrijk

2

17

7

België

 

 

 

Denemarken

7

 

 

Finland

9

 

 

Frankrijk

12

 

8

Duitsland

6

13

8

Griekenland

4

51

5

Hongarije

7

37

7

Italië

9

3

1

Noorwegen

16

 

 

Nederland

2

6

1

Polen

6

33

3

Portugal

2

11

6

Spanje

8

24

13

Zweden

5

 

 

Verenigd Koninkrijk

9

 

 

 

Klein of goot, rijk of minder rijk: een bancaire crisis kan de beste overkomen, zoals uit bovenstaande grafiek blijkt.
 (Born: Reinhart en Rogoff,
2009)

 

Sinds 1800*

 

Percentage jaren waarin de inflatie hoger uitkwam dan 20%

Percentage jaren waarin de inflatie hoger uitkwam dan 40%

Aantal jaren van hyperinflatie

Oostenrijk

21

12

2

België

10

7

 

Denemarken

2

1

 

Finland

6

3

 

Frankrijk

6

2

 

Duitsland

10

4

2

Griekenland

13

5

4

Hongarije

16

4

2

Italië

11

6

 

Nederland

1

 

 

Noorwegen

5

2

 

Polen

28

17

2

Portugal

10

4

 

Spanje

4

1

 

Zweden

2

 

 

Verenigd Koninkrijk

2

 

 

 

74 Hoe raken we onze schulden kwijt?

Doordat geld alleen in de vorm van schuld (krediet) kan ontstaan, is het in ons monetair systeem eigenlijk onmogelijk om van schulden af te komen. Wanneer een schuld verdwijnt, is er ook minder geld voor het afbetalen van de rente op andere schulden.

Landen hebben drie mogelijkheden om iets aan hun schuldenberg te doen:

1.   Stoppen met het afbetalen van schulden en kiezen voor een faillissement. De Russen maakten het de afgelopen eeuw maar liefst drie keer mee, net als de Duitsers. Alleen Nederland, de VS en Zwitserland hebben nooit deze route bewandeld. Faillissement is de duurste manier om van schulden af te komen. De financier wordt gedwongen om het volledige bedrag als verlies af te schrijven van zijn vermogen. Hierdoor ontstaat al snel een kettingreactie van faillissementen, die samen tot een Minsky-moment kunnen leiden.

2.   Hun munt sterk laten devalueren. Dat betekent dat de schulden beetje bij beetje worden weggewerkt (geïnflateerd) door de geldpers aan te zetten. Buitenlandse bezitters van staatsobligaties krijgen daardoor, in koopkracht gerekend, veel minder terug voor hun waardepapieren. Dit is de weg van de minste weerstand, die veel landen op dit moment bewandelen. Door de inflatie sterk op te jagen wordt de schuld, indien er sprake is van een begrotingsevenwicht, steeds lager (gerekend ten opzichte van bijvoorbeeld het bbp).

3.   De belastingen verhogen en met de extra inkomsten de schulden afbetalen. Het probleem is dat deze maatregel zeer schadelijk is voor de economie. Bovendien staat in een democratisch bestel een dergelijk besluit meestal gelijk aan politieke zelfmoord. In de laatste twintig jaar kwamen alle Amerikaanse presidenten aan de macht dankzij hun belofte om de belastingen te verlagen. Door deze populistische praktijken is het begrotingstekort in de VS inmiddels opgelopen tot meer dan 40 procent. Om te voorkomen dat onpopulaire maatregelen als belastingverhoging moeten worden genomen, kiezen overheden liever voor een eenvoudigere route: de staatsschulden laten opkopen door de centrale bank.

In geval van nood is het natuurlijk mogelijk om kapitaalkrachtige burgers bijvoorbeeld 10 tot 20 procent extra vermogensbelasting over al hun bezittingen te laten betalen. In 2012 werd in Duitsland geopperd dat rijken eenmalig 15 procent van hun vermogen in speciale staatsobligaties moeten investeren.

image

Sinds 1960 zijn de belastingen in de VS vrijwel alleen maar gedaald.
 (Bron: VisualizingEconomics.com,
2011)

Dat zou de start kunnen zijn van een eerlijkere verdeling van geld. Vrijwel alle rijken danken hun vermogen aan het feit dat hun bezittingen in waarde zijn gestegen doordat krediet steeds goedkoper is geworden. Er zijn maar weinig miljonairs die nooit hebben geleend. Vooral de stijgende huizenprijzen zijn een bron van rijkdom geweest voor de babyboomgeneratie. Door de ongebreidelde hypotheekrenteaftrek profiteerden zij het meeste van dit systeem.

 

75 We kunnen dus niet gewoon uit de ‘schulden groeien’?

Het idee dat we schulden kunnen ontgroeien, zoals het Verenigd Koninkrijk lukte na de oorlogen tegen Napoleon of Indonesië na de Aziëcrisis, lijkt naïef. In beide gevallen kon de economie nog een sterke groei doormaken omdat deze landen zich in een eerdere fase van hun economische levenscyclus bevonden. Hierdoor had de economie veel meer potentie tot herstel.

De staatsschulden van Amerika, Japan, Engeland, Italië en Frankrijk zijn zo groot dat niemand nog enig idee heeft hoe daar in de toekomst mee moet worden omgegaan. Bovendien hebben deze landen vrijwel niet gespaard voor de toenemende vergrijzing en de daarmee gepaard gaande pensioneringsgolf. Wie hierbij stilstaat, beseft de werkelijke omvang van het financieringsprobleem waar we mee kampen. De enorme verwevenheid van schulden speelt ook een grote rol. Over de hele wereld hebben landen onnoemelijk grote bedragen uitgeleend door elkaars staatsobligaties op te kopen. Hiermee is meer dan 60.000 miljard dollar gemoeid.

Het is duidelijk dat vrijwel alle westerse landen vergelijkbare problemen hebben en zij erbij gebaat zijn om de status-quo zo lang mogelijk te handhaven. Maar ook Rusland en China hebben geen enkel belang bij een grote Europese economische crisis. Rusland heeft Europa nodig voor de export van olie en gas. De opbrengst hiervan behoedt Rusland voor economische verschrikkingen die het land al zo vaak heeft gekend.21 Voor China is de EU de belangrijkste handelspartner. Met 27 landen is Europa goed voor een gemeenschappelijke markt van ruim 500 miljoen consumenten, dat is veel meer dan de ruim 300 miljoen inwoners die de VS telt.

 

76 Er is dus sprake van een levensgevaarlijke mondiale monetaire situatie?

We zitten nu al jaren in een situatie die wereldwijd continue monetaire ondersteuning vereist. Met financiële noodverbanden en de zwaarste medicijnencocktail moet een terminaal systeem op de been worden gehouden. Het westerse kapitalisme probeert, net als het communistische systeem in de jaren tachtig van de vorige eeuw, het onvermijdelijke zo lang mogelijk uit te stellen. Ook in de Sovjet-Unie deed men destijds alsof het communistische regime altijd zou bestaan en bleven arrogante politici tot het allerlaatst vanaf het bordes naar het volk zwaaien.

Onze hele economie is afhankelijk van een wereldwijde Ponzi-financiering22: er moet immers steeds meer geld worden geleend om oude leningen af te kunnen lossen. Nu de economie in westerse landen niet meer groeit, wordt de druk op het monetaire systeem groter en moeten meer schulden door centrale banken worden opgekocht om ons voor een nog grotere ramp te behoeden. Volgens de Fed wordt het in de toekomst misschien wel noodzakelijk om rechtstreeks in bedrijven te investeren wanneer kredietmarkten nog verder stilvallen.

Tijdens een hoorzitting van de vaste Kamercommissie voor Financiën in 2008 beweerde voormalig minister van Financiën Onno Ruding dat er rond 2012 ‘een einde zou komen aan het doorgeven van de hete aardappel’. Helaas blijven politici en economen ontkennen wat aanhangers van de Oostenrijkse school allang weten.

image

De Amerikaanse staatsschuld bleef lange tijd redelijk in de pas, maar begon onder Ronald Reagan fors te groeien dankzij de Golfoorlog. Verreweg de meest spectaculaire toename – een verdubbeling ten opzichte van zijn voorganger – komt voor rekening van George Bush jr.
 (Bron: sharelynx.com,
2011)

 

1   In ruil voor (financieel) onderpand, zoals een pakket oude leningen.

2   Na het omvallen van Lehman Brothers kwamen veel banken in grote problemen. Al snel bleek dat de meeste veel riskante bezittingen buiten de balans hadden geplaatst in speciaal hiervoor opgezette entiteiten. Vreemd genoeg gebeurde dit met toestemming van de verschillende centrale banken. Ook DNB stond banken in ons land toe gebruik te maken van dit soort constructies.

3   Too big to bail (out) wordt dit fenomeen vaak genoemd: een variatie op Too big to fail, wanneer een bank vanwege zijn omvang te belangrijk is voor de economie en dus wel moet worden gered.

4   In het Engels heet dit samenwerkingsverband OECD, Organisation for Economic Cooperation and Development.

5   Opvallend is dat in Griekenland in die periode de schuldengroei slechts 70 procent van het bbp bedroeg. (Bron: Boston Consulting Group, 2012)

6   Voor deze tekst is uitgebreid gebruikgemaakt van en geciteerd uit een onderzoek van Jaco Schipper (2011), en daarnaast ook van The Real Effects of Debt, Bank for International Settlements (BIS), 2011.

7   Van dit bedrag zit 665 miljard in hypotheken en de rest in overig consumptief krediet.

8   Het betreft hier de bruto schuldpositie. Daartegenover staan natuurlijk bezittingen. (Bron:marketupdate.nl.)

9   Bijkomend probleem is dat veel Europese landen vrijwel geen geld opzij hebben gelegd voor de toenemende vergrijzing. Zo is er in Frankrijk per inwoner maar 2300 euro in het private pensioenstelsel gereserveerd, terwijl dat bij ons 63.000 euro is. Ook Duitsland blijft met 4850 euro sterk achter op bijvoorbeeld de VS (42.000 euro).

10  Uit: Het geld van de toekomst van de voormalige Belgische centrale bankier Bernard Lietaer.

11  Het operationele hefboomeffect komt voort uit het bestaan van vaste kosten in het bedrijf. De operationele hefboomwerking gebruikt de vaste kosten voor het vergroten van de effecten van omzetveranderingen op het bedrijfsresultaat. Hierbij geldt: hoe groter de hefboomwerking des te risicovoller de bedrijfsvoering is maar daartegenover staat de kans op een aanzienlijke stijging in winsten.

12  www.washingtonsblog.com/2009/10/soros-”there-is-a-general-flight-from-currencies”.html.

13  Met pariteit wordt bedoeld dat de waarde van de valuta gelijk aan elkaar zijn.

14  www.dollardaze.org.

15  Tijdens een conferentie in 2012 vroeg ik een president van een centrale bank of hij niet bevreesd was voor de vlucht in hard assets. Hij was even stil en vroeg toen wat ik met deze term bedoelde.

16  www.stern.nyu.edu/~msiegel/therisks.doc.

17  www.pimco.com/EN/insights/pages/wall-street-food-chain.aspx.

18  In deze uitzending van RTLZ wordt dit proces beschreven: www.youtube.com/watch?v=bMYQH1qIwow.

19  www.bankofcanada.ca/2011/12/speeches/growth-in-the-age-of-deleveraging.

20  Maar de grootste landen bepalen natuurlijk wel hoe het financiële systeem is georganiseerd en kunnen daarin indien wenselijk veranderingen aanbrengen.

21  Door het faillissement van 1991, toen de Sovjet-Unie instortte, staat Rusland vrijwel onder aan de lijst van landen met de hoogste staatsschulden.

22  Ponzi-financiering is een piramideconstructie waarbij rendementen voor bestaande beleggers worden betaald met de inleg van steeds meer nieuwe beleggers. Met deze vorm van fraude is Bernard Madoff beroemd geworden.

‘Economen zijn de papieren economie gaan samenvatten in modellen, maar hebben daarbij genegeerd dat ons geld en daarmee onze welvaart feitelijk op niets gebaseerd is. Geld wordt immers uit het niets gecreëerd. Zo is heel geleidelijk de waarde van goud uit ons collectieve geheugen gewist en kregen we een papieren mindset. De samenleving als geheel raakte na het loslaten van de gouden standaard verslaafd aan het goedkope geld. We hebben echter geen rekening gehouden met de weeffout in het systeem: het is alléén maar gebaseerd op hoop en vertrouwen. Als het vertrouwen om wat voor reden wegvalt, valt het systeem. Keer op keer blijkt dat vertrouwen als basis voor een reële economie te wankel is.’
 Uit: Overleef de kredietcrisis

 

 

 

Hoofdstuk 5

Investeren in edelmetalen

‘Prijsstijgingen van edelmetalen en andere grondstoffen zijn een aanwijzing voor een zeer vroege fase van pogingen om papiergeld de rug toe te keren. In deze fase is er fiatgeld, dat in feite bestaat uit geld dat door een overheid wordt gedrukt of geslagen. Doorgaans is er een centrale bank die de bevoegdheid daartoe heeft. Er moet een of ander mechanisme zijn dat de hoeveelheid geld die wordt geproduceerd beperkt, een gouden standaard of een ‘currency board’ (vaste wisselkoers). De geschiedenis laat zien dat de inflatie anders om zich heen grijpt, met zeer nadelige gevolgen voor de economische bedrijvigheid ... Er zijn mensen, waaronder ikzelf, die er sterk in geloven dat we het in de periode tussen 1870 en 1914 heel goed hebben gedaan met een internationale gouden standaard.’ – Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Federal Reserve Board, (2011)

‘Het eerste wondermiddel voor een slecht beheerde economie is een devaluatie van de munt; het tweede is oorlog. Allebei brengen ze op de korte termijn voorspoed, maar op de lange termijn ellende met zich mee. Allebei zijn ze het laatste redmiddel van politieke en economische opportunisten.’ – Ernest Hemingway in Esquire (1935)

‘Op deze manier kan de overheid in het geheim en onopgemerkt de rijkdom van de mensen confisqueren, en zal er niemand zijn die het merkt.’ – John Maynard Keynes over inflatie (1920)

‘Je kunt iedereen een tijdje voor de gek houden en je kunt sommige mensen altijd beetnemen, maar je kunt niet de hele tijd iedereen bedotten.’ – Abraham Lincoln (1859)

 

Intro

De totale vraag naar goud ligt al jaren rond 4000 ton per jaar, terwijl de jaarlijkse goudproductie maar ruim 2500 ton bedraagt. Alleen India, Turkije en China gebruiken al bijna 2000 ton per jaar. Sinds 2009 zijn ook centrale banken een grote koper van goud geworden, met een gezamenlijke vraag van ongeveer 500 ton per jaar. De vraag uit de rest van de wereld moet dan ook vooral worden bediend door het omsmelten van oud goud. Eenzelfde situatie zien we op de zilvermarkt. En het aanbod wordt niet snel groter; het openen van een goudmijn duurt al gauw een jaar of tien.

Door de uitdijende kredietcrisis zoeken steeds meer mensen hun toevlucht tot goud. De kans dat er serieuze tekorten ontstaan is dus groot. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de prijzen van goud en zilver de komende jaren zullen dalen. Daarom is het voor beleggers nog steeds interessant om een positie in te nemen op de edelmetaalmarkt. In dit hoofdstuk worden de verschillende mogelijkheden voor investeerders op een rijtje gezet.

 

77 Is goud nog steeds een synoniem voor geld?

In 2012 werd Iran afgesloten van het internationale SWIFT-systeem waarmee banken onderling betalingen coördineren. Reden hiervoor was dat het land blijft weigeren om zijn nucleaire installaties te laten inspecteren. Door deze maatregel, een initiatief van de VS, werd voor het eerst in de geschiedenis een land door de rest van de wereld in de financiële ban gedaan. Al snel stelde India voor om Iraanse olie in goud te betalen. Daarmee werd goud weer een rechtstreeks betaalmiddel, met als bijkomend voordeel dat transacties heel eenvoudig buiten het banksysteem om kunnen worden gesloten.

In 2011 wilde het VPRO-programma Goudzoekers onderzoeken of bedrijven bereid zijn om goud als betaalmiddel te accepteren. Ik raadde de redactie aan om langs te gaan bij leveranciers van luxueuze goederen. Vermoedelijk stuurt geen Porsche-dealer een klant weg die met goud wil betalen. De verslaggever van Goudzoekers ging met een verborgen camera op bezoek bij een Porsche-garage en vroeg aan de verkoper of het mogelijk was om een model met goud af te rekenen. De verkoper antwoordde dat dit geen enkel probleem was. Ook de dealer van een Riva-sportboot ter waarde van ruim zes ton wilde graag zakendoen.1

Ruilen blijft de meest basale vorm van handel. Tijdens de zogenaamde Argentijnse bank holiday in 2001 bleven de banken wekenlang gesloten. Binnen vierentwintig uur werd ruilhandel de nieuwe norm en was goud, net als alcohol en tabak, een gewild ruilmiddel. En ook na de ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie in 1991 bloeide de ruilhandel.

 

78 Waarom geloven de grote beleggers Warren Buffet en George Soros niet in goud?

De afgelopen jaren deden grote namen als Warren Buffet en George Soros opmerkelijke uitspraken over de toenemende populariteit van goud. Beiden hebben hun sporen in de beleggingswereld verdiend. Zo realiseerde Buffet tussen 1965 en 2005 een gemiddeld jaarlijks rendement van bijna 22 procent, het dubbele van wat beursindex Standard & Poor’s 500 over dezelfde periode behaalde.

George Soros zal de historie in gaan als de man die de Bank of Engeland op de knieën kreeg. Begin jaren negentig werd op grote schaal met het Britse pond gespeculeerd, waar ook Soros flink aan verdiende, en zag de Engelse regering zich genoodzaakt de munt te laten devalueren. Soros’ Quantum Fund behaalde tussen 1970 en 2000 een gemiddeld rendement van 30 procent. In 2010 trok hij de aandacht met zijn opmerking dat goud de ‘ultieme bubbel’ is. Weinigen begrepen de achtergrond van deze uitspraak.2 Soros bedoelt hiermee dat wanneer alle andere financiële bubbels zijn leeggelopen, inclusief die van de als zo veilig beschouwde Amerikaanse staatsobligaties, goud als enige veilige belegging overblijft. De gigantische vlucht van geld in goud zal naar zijn idee leiden tot de grootste bubbel aller tijden.

Toen Soros begin 2011 de meeste van zijn beleggingen in goud verkocht, dachten veel beleggers dat de zakenman de bubbel zag barsten. Later bleek dat er sprake was van slimme winstnemingen nadat de goudprijs in korte tijd was verdubbeld. Soros investeerde vervolgens een deel van zijn winst in twee beursgenoteerde goudbedrijven: Freeport-McMoRan Copper & Gold en Goldcorp. Nadat de goudprijs zich had hersteld, kocht hij een jaar later zijn positie in de goud-ETF weer dubbel en dwars terug.3

Warren Buffet investeert uitsluitend in bedrijven die waarde toevoegen en op die manier rendement opleveren. Met deze strategie werd hij een beleggersicoon. Vanaf 1966 groeide zijn eigen vermogen van 100.000 dollar tot meer dan 30 miljard dollar en werd hij tijdelijk de rijkste man op aarde. Buffet benadrukt graag en vaak dat goud geen enkele vorm van productief rendement oplevert. Een van zijn meest geciteerde uitspraken is: ‘Het wordt in Afrika of ergens anders uit de grond gehaald. Dan smelten we het, begraven het weer en betalen mensen om het te bewaken. Het heeft geen nut. Iedere waarnemer van Mars zou zich op het hoofd krabben.’4

Toch investeerde Buffet begin 2012 in een grote Britse keten van goudverkopers.5 Een weinig voor de hand liggende daad voor iemand die niet in de waarde van goud gelooft. In de jaren negentig verwierf Buffet trouwens al eens een behoorlijke positie op de zilvermarkt. Toch lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de investeerder ooit beleggers zal aansporen hun dollars in goud om te zetten. Met zijn invloed zou dit onmiddellijk leiden tot een crash van de dollar en mogelijk tot de instorting van het totale financiële systeem.

 

79 Hoe groot is de vraag naar goud?

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is de vlucht naar goud en zilver groot. Dit is opmerkelijk omdat geen enkele westerse bank de afgelopen jaren zijn klanten openlijk adviseerde om in edelmetaal te investeren. En dat terwijl goud sinds 2000 jaarlijks gemiddeld ten minste 15 procent rendement heeft opgeleverd. Vooral na het omvallen van Lehman Brothers, eind 2008, schoten in veel landen de edelmetaal(web)winkels als paddestoelen uit de grond. Dankzij deze winkels kunnen ook gewone spaarders en beleggers fysiek goud en zilver aanschaffen. Omdat vrijwel alle banken de afgelopen tientallen jaren hun goudloketten hebben gesloten, ontstond er een enorm gat in de markt. Alleen al in ons land werd in 2011 voor een half miljard euro aan goudbaren verkocht, terwijl wereldwijd meer dan 200 miljard dollar werd omgezet in fysiek goud.

Ook grote beleggers investeren sinds de crisis grootschalig in goud, onder wie de bekende Amerikaanse hedgefundmanager John Paulson. In 2012 bestond zelfs ruim 40 procent van zijn portfolio uit goudgerelateerde beleggingen.6 Een van de adviseurs van Paulson is voormalig Fed-voorzitter Alan Greenspan. Hij vertelde beleggers tijdens een presentatie in 2009 dat de stijgende vraag naar edelmetaal ‘een aanwijzing is voor een zeer vroege fase van pogingen om papiergeld de rug toe te keren.’

De totale beurswaarde van alle goudbedrijven bedraagt ruim 200 miljard dollar. Toch is dat maar 1 promille (1/1000) van al het geld dat op zoek is naar veiligheid en rendement. Deze verhoudingen geven aan dat de goudmarkt veel te klein is om grote geldstromen aan te kunnen. Centrale bankiers doen er daarom alles aan om een institutionele vlucht in goud te voorkomen. De kans blijft groot dat steeds meer beleggers hun geld zullen investeren in hard assets als goud en zilver. Zoals de oude bankier J.P. Morgan ruim honderd jaar geleden al riep: ‘Goud is waarde, geld is schuld.’

 

80 Is beleggen in zilver even interessant?

Vrijwel alles wat in dit boek over goud is geschreven, geldt ook voor zilver. Zilver wordt net als goud al duizenden jaren als betaalmiddel gebruikt. Ook zilver is zeer schaars. Hoewel zilver in de natuur vijftien keer zo vaak voorkomt als goud, is de marktprijs vele malen lager: momenteel (zomer 2012) is zilver vijftig keer goedkoper dan goud. Dat is vooral vreemd omdat de helft van de zilverproductie door de industrie wordt opgebruikt. Zo zit er in elke iPhone een kwart gram zilver. Het grootste gedeelte van het in de industrie gebruikte zilver wordt niet teruggewonnen. Vrijwel al het goud dat ooit is gedolven bestaat nog steeds, maar van zilver gaat dus steeds meer verloren. Naar schatting krijgen we dan ook binnen tien jaar te maken met een ernstig zilvertekort. Nu al staat zilver op de derde plaats in een overzicht van kritische metalen, opgesteld door The Hague Centre for Strategic Studies. We moeten op zijn vroegst in 2020 rekenen op een tekort aan edelmetalen.

image

Wanneer de toepassing van (edel)metalen blijft groeien, zullen ze binnen afzienbare tijd zijn uitgeput. Sommige, zoals lood en zilver, al op korte termijn.
 (Bron: The Hague Centre for Strategic Studies,
2010)

In veel landen is de vraag van beleggers naar zilver inmiddels even groot als die naar goud. Een van de beste zilveranalisten ter wereld is de Canadese selfmade-miljardair Eric Sprott. Hij wijst er al jaren op dat een tekort aan zilver slechts een kwestie van tijd is. Mede door zijn toedoen, aangezien Sprott met zijn Exchange Traded Fund (ETF) voor bijna 2 miljard dollar aan fysiek zilver uit de markt probeert te halen. Toen hij in 2010 zijn eerste bestelling plaatste, ter waarde van een paar honderd miljoen dollar, moest hij meer dan drie maanden wachten voordat alles werd geleverd. Veel van de baren bleken pas na zijn order te zijn geproduceerd.

 

81 Zijn er behalve goud en zilver nog andere interessante edelmetalen?

Met een omvang van circa 200 miljard dollar is de goudmarkt een relatief kleine beleggersmarkt. De zilvermarkt, die enkele tientallen miljarden omvat, is zelfs nog kleiner. Naast goud en zilver zijn er nog twee andere metalen interessant voor investeerders: platina en palladium. Beide worden veel gebruikt voor het vervaardigen van sieraden en – schrik niet – autokatalysatoren. Analisten verwachten dat ook in deze markten de komende jaren serieuze tekorten zullen ontstaan. Die worden met name veroorzaakt doordat enkele grote mijnen uitgeput beginnen te raken en er weinig nieuwe in productie worden genomen. Platina en palladium zijn in beleggerskringen vrijwel onbekend omdat er wereldwijd maar enkele producenten een beursnotering hebben.

image

Wanneer er geen nieuwe mijnen bij komen, zal het tekort aan palladium de komende jaren fors toenemen, wat het tot een interessante belegging maakt.
 (Bron: Stillwater Mining,
2011)

 

82 Wat zijn goud-ETF’s?

Een ETF, ook wel indexfonds of indextracker genoemd, staat voor Exchange Traded Fund en wordt gewoon op de beurs verhandeld. ETF’s proberen zo nauwkeurig mogelijk een onderliggende index of waarde te volgen. Deze fondsen zijn populair geworden omdat ze net als aandelen verhandelbaar zijn, maar tegen veel lagere kosten. De eerste index, die in 1963 op deze manier begon te werken, was de S&P 5007. Sinds 1993 zijn er meer dan 700 ETF’s geïntroduceerd die allerlei soorten indices en grondstoffen volgen.8 Vooral in de goud- en zilvermarkt zijn deze fondsen grote spelers geworden. Zo bedraagt hun totale goudvoorraad meer dan 2000 ton, twee keer zoveel als China zegt te bezitten.

Een goud-ETF volgt dus de goudprijs met fysiek goud als onderpand. Maar er wordt getwijfeld of ETF’s ook daadwerkelijk goud bezitten. Wie de prospectus van het grootste fonds GLD (SPDR Gold Trust) bekijkt, leest daar dat de deelnemer een aandeel in een trust bezit, niet in de onderliggende goudwaarde. Ook staat er dat de trust een unallocated gold account bezit.9 Dat betekent dat nergens aan te wijzen is waar de goudbaren zich bevinden. Dit maakt het aannemelijk dat deze ETF een papieren goudwaarde vertegenwoordigt, geen fysieke waarde. De trust maakt gebruik van zogenaamde custodians, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van fysiek goud. Veel van deze custodians maken op hun beurt weer gebruik van andere custodians en zo ontstaat een ondoorzichtige ketting die het lastig, zo niet onmogelijk, maakt om goud te lokaliseren wanneer daarom gevraagd wordt.

Zolang het vertrouwen in een ETF blijft bestaan, zal niet zo snel aanspraak worden gemaakt op de onderliggende waarde. Maar wanneer een fonds onder druk komt te staan en aandeelhouders hun belang in een ETF niet meer op de markt kwijt kunnen, zullen ze wel aanspraak willen maken op het onderpand. Dan komt het verschil tussen fysiek goud en een ETF boven water. Daar komt bij dat volgens de prospectus van SPDR GLD Trust het goud dat haar ETF vertegenwoordigt niet verzekerd is.10 Deze kwestie kwam aan het licht door een uitzending van de Amerikaanse zakenzender CNBC over goud-ETF’s. Toen verslaggever Bob Pisani een goudbaar uit de kluizen van SPDR GLD Trust omhooghield, was er een slimme analist die het serienummer noteerde en ontdekte dat dezelfde ‘unieke’ goudbaar ook voorkwam op een lijst van een ander goud-ETF.11

Op deze manier kwamen Wall Street-banken al eerder in opspraak. Zo berekende Morgan Stanley zijn klanten opslagkosten voor zilver terwijl er in de bankkluis helemaal geen zilverbaren opgeslagen lagen. De bank kocht de negatieve publiciteit af en betaalde getroffen klanten bijna 5 miljoen dollar. Het is op Wall Street de gewoonte geworden om overtredingen of zelfs misdaden af te betalen met een boete. Zelden verdwijnt een bankier achter slot en grendel.12

 

83 Hoe interessant is de zilvermarkt?

De totale vraag naar zilver ligt rond 1100 miljoen ounce per jaar, terwijl de jaarlijkse mijnproductie slechts 800 miljoen ounce bedraagt (omgerekend 25 miljard dollar). Slechts 22 procent hiervan komt rechtstreeks uit zilvermijnen, de rest wordt als bijproduct geleverd door onder andere lood- en zinkmijnen. Het verschil tussen vraag en aanbod, 300 miljoen ounce, moet worden aangevuld door het omsmelten van ‘sloopzilver’.

Zilver is het meest geleidende metaal dat er bestaat; daarom wordt het vooral veel toegepast in de elektronica-industrie. Jaarlijks gaat het om zo’n 550 miljoen ounce, maar liefst de helft van de totale vraag. In sommige soldeertoepassingen wordt zilver en tin tegenwoordig gebruikt als vervanging voor het giftige lood.

Had zilver in 2007 nog een marktaandeel van 6 procent, door de toenemende vraag van investeerders is dat aandeel in 2011 gestegen naar 35 procent. In 2010 kochten beleggers voor 10 miljard dollar aan zilver. Analisten van het Canadese effectenhuis Byron schatten dat er boven de grond slechts zo’n 2 miljard ounce zilver voorradig is in de vorm van zilverbaren en munten (circa 60 miljard dollar)13. Het risico dat de markt de komende jaren zal kampen met een tekort aan zilver is dus reëel.

 

84 Wanneer is investeren in goudmijnaandelen interessant?

Doordat de goud- en zilvermarkten zeer klein zijn, kan het gebeuren dat goud- of zilverbaren tijdens een crisis niet meer leverbaar zijn. Zo besloten Duitse webshops in mei 2010, toen de Griekse crisis een feit was, als gevolg van de vele aanvragen enkele dagen geen nieuwe zilver- en goudorders meer te accepteren. Beleggers zullen op zo’n moment op zoek gaan naar beursgenoteerde bedrijven die over goud- dan wel zilvervoorraden in de grond beschikken (lees: aandelen hebben in mijnen).

In tegenstelling tot fysieke baren kunnen goudaandelen nooit opraken. Bij schaarste gaat de prijs gewoon omhoog.

Wanneer goud- en zilverprijzen sterk oplopen, zien we dat terug in de winstmarges van edelmetaalproducerende bedrijven. Als gevolg hiervan beginnen ook de dividendbetalingen op een bepaald moment te stijgen. We weten van de vorige goldrush, uit de jaren tachtig van de vorige eeuw, dat stijgende goudaandelen pas op het allerlaatst razendsnel omhooggaan, doordat hun winstgevendheid op dat moment het grootst is. Voor veel beleggers van het eerste uur kwam hierdoor de uiteindelijke dividendbetaling hoger uit dan hun oorspronkelijke investeringen per aandeel. Een jaar nadat de goudprijs in 1980 de top had bereikt, bleven goudaandelen verder stijgen. Daarom is het vooral in de laatste fase van een goldrush enorm profijtelijk om in goudaandelen te investeren.

image

De marges van goudproducenten lopen sterk op.
 (Bron: www.zealllc.com,
2011)

 

85 Wat zijn goudfutures precies?

Een andere manier om posities in bepaalde grondstoffen in te nemen, is door middel van futures (termijncontracten). Er zijn aanwijzingen dat er in Japan al in de zeventiende eeuw in rijstfutures werd gehandeld, maar de moderne handel in termijncontracten begon na 1840. In die jaren werd Chicago het centrum van de handel tussen producenten uit het westen van de VS en de drukbevolkte oostkust. Om de handel georganiseerd en efficiënt te laten verlopen, vormden een aantal zakenmannen uit Chicago in 1848 de Board of Trade of the City of Chicago (CBOT).14 In ruil voor commissies konden handelaren contracten afsluiten waarbij goederen direct geleverd zouden worden, maar ook voor een levering in de toekomst, een future. Bij deze eerste contracten ging het om graan. Toen de handel groeide, besloot de Board de contracten te standaardiseren. Kwaliteit, kwantiteit en de maand van levering werden vanaf dat moment vaste onderdelen van een termijncontract; en zo werd de moderne future geboren.

Ook voor goud en zilver bestaan er al geruime tijd futures. De grootste beurs voor goudfutures is de COMEX.15 De meeste futures worden echter niet door handelaren, maar door speculanten gekocht. Vóór het einde van de contractdatum zullen deze speculanten hun termijncontract afwikkelen door een tegenovergestelde positie te (ver)kopen of door een contract ‘door te rollen’ naar nieuw contract voor een volgende maand. Op deze manier neutraliseren ze hun positie en blijft een verschil tussen de prijsstijging of -daling over als winst. Dat voordeel heeft een future boven fysiek goud.

De hefboom op futures maakt het tot een populair product onder speculanten.16 Die zorgt er namelijk voor dat je met een relatief kleine investering grote winsten kunt maken – maar ook veel kunt verliezen. Daarom is het beter om de handel in termijncontracten aan professionals over te laten.

 

86 Kun je bij futures ook goudbaren opvragen?

Het kwam niet vaak voor dat er bij een termijncontract fysiek goud moet worden uitgeleverd. Sterker nog: vroeger was dit de norm. Maar tegenwoordig vragen handelaren steeds vaker om goudlevering. In 2010 werd er, vergeleken met het jaar daarvoor, zelfs 39 procent meer goud uitgeleverd.17 Het lijkt erop dat leveranciers daar niet blij mee zijn en hun klanten met vertragings- en ontmoedigingstactieken ervan proberen af te laten zien. Op internet zijn talloze verhalen te vinden van mensen die eindeloos wachten op de levering van hun goud.18

Aangezien bij slechts 1 procent van alle contracten daadwerkelijk fysiek goud wordt uitgeleverd, geven futuremarkten veel mogelijkheden voor prijsmanipulaties. In april 2009 werd plotseling bij 15 procent van alle futures fysieke levering opgeëist.19 Om niet aan deze verplichting te hoeven voldoen, bood COMEX cash settlements aan: een regeling waarbij de leveringsverplichting met cash geld werd afgekocht. Het is de zoveelste aanwijzing dat de stress op de edelmetaalmarkten groter wordt. Daarom is het beter om je als particuliere investeerder er niet aan te wagen. Het is veel eenvoudiger om via een betrouwbare webshop baren goud aan te schaffen.

 

87 Ik hoor ook veel over goudturbo’s. Wat zijn dat?

Turbo’s zijn in Europa vooral populair onder beleggers. Het zijn speciale afgeleide beursproducten die, net als ETF’s, in prijs stijgen of dalen naar gelang de koersbeweging van de onderliggende waarde. Met deze derivaten is het mogelijk om in goud of andere grondstoffen te handelen zonder dat je er fysiek over beschikt. Net als termijncontracten zijn turbo’s voor kleinere beleggers vooral interessant vanwege hun hefboomeffect. Een hefboom van vijf houdt bijvoorbeeld in dat wanneer goud 1 procent in waarde stijgt, de turbo met maar liefst 5 procent omhooggaat. Bij verlies geldt hetzelfde principe. De hefboom varieert al naar gelang het risico dat wordt genomen. Het verschil tussen een future en een turbo is dat je bij laatstgenoemde optie nooit méér kunt kwijtraken dan de inleg.

Sinds turbo’s in 2004 door ABN Amro (nu RBS) met succes werden geïntroduceerd, zijn er klonen van onder andere Citigroup (speeders) en ING (sprinters) bij gekomen. Allemaal werken ze volgens hetzelfde principe. De onderliggende waarde van een turbo kan een aandeel zijn. Bij turbo’s op grondstoffen, behalve edelmetalen, is de onderliggende waarde een future.20 Wat de onderliggende waarde is voor bijvoorbeeld een goudturbo valt echter nergens na te lezen. RBS koopt goud in Londen om de turbo’s te kunnen dekken. Er is echter geen garantie voor de belegger dat hij met een turbo dat goud ook daadwerkelijk heeft aangeschaft.

Een turbo biedt kleinere beleggers de mogelijkheid om extra te profiteren van een stijgende of dalende goudprijs. Ook ETF’s zijn feitelijk derivaten.

 

88 Waar kun je fysiek goud en zilver het beste kopen en opslaan?

‘Minimaliseer het aantal deuren tussen jou en je vermogen,’ kreeg ik ooit als advies. Thuis, goed verstopt, lijkt dus in eerste instantie de veiligste plaats. Toch is het niet aan te raden om goud en zilver op zolder te bewaren. Je doet er verstandig aan om buitenshuis een veilige kluis te vinden. De meeste banken, vooral in de Randstad, verhuren geen kluisjes meer. Edelmetalen bij een bank bewaren is eigenlijk per definitie geen goed idee – vraag de Argentijnen maar eens waarom. Hoe hard ze in 2001 ook met potten en pannen tegen de ruiten sloegen, de bankdeuren bleven dicht. Ben je zo slim geweest om jezelf in te dekken tegen een valutacrisis en een bank holiday, dan is het wel zo prettig om zeker te weten dat je bij je goud en zilver kunt als dat nodig is.

Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden voor de opslag van edelmetalen buiten het banksysteem. Zo biedt Via Mat International betrouwbare opslag in Zwitserland en Duitsland. Ook Amsterdam Safe21 regelt verzekerde kluisopslag voor edelmetaal; niet de goedkoopste, maar wel de veiligste oplossing in ons land. Aangezien dit bedrijf geen financiële instelling is, blijven hun kluizen ook toegankelijk tijdens een mogelijke bank holiday.

 

89 Moet ik op zilver 21 procent btw betalen?

In Nederland is het kopen van fysiek zilver minder aantrekkelijk omdat er 21 procent btw over moet worden betaald. Zilver wordt namelijk als grondstof gezien, terwijl goud (als geld) is vrijgesteld van btw. Daarom werden er in ons land altijd veel zilveren munten verkocht, waarover ‘slechts’ 6 procent btw aan de fiscus hoeft te worden afgedragen.22 Wie denkt dat zilveren munten daarom interessanter zijn dan baren, moet beseffen dat de marge (boven de wereldmarktprijs) veel hoger ligt dan bij baren. Waar je baren voor 2 procent boven de spotprijs kunt aanschaffen, moet bij zilveren munten rekening houden met marges van ongeveer 15 procent.

Sinds 2011 bestaat de mogelijkheid om zilver btw-vrij aan te schaffen. De baren worden dan niet ingeklaard en blijven in de douanedepot liggen. Zo heeft Amsterdamgold een speciaal depot op Schiphol waar zilverbaren van 26 kilo opgeslagen liggen. Ophalen en mee naar huis nemen kan ook, maar dan moet er wel eerst fiscaal worden afgerekend. Zilver kan overigens, net als goud, altijd weer worden terugverkocht (aan de leverancier) voor ongeveer 2 procent onder de spotprijs.

image

De zilverprijs zit al sinds 2000 in een stijgende trend.
 (Bron: Kitco.com,
2012)

 

90 Wanneer is goud te duur?

Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. In geld uitgedrukt kan goud een heel hoge prijs hebben, maar dat zegt vaak meer over de waarde van geld dan over de goudprijs. Een periode van toenemende geldontwaarding, zoals we de afgelopen eeuw hebben gehad, zorgt voor op het oog torenhoge goudprijzen. Zo moest in de zomer van 2012 voor een kilo goud 40.000 euro worden betaald. Toch bezit een gram goud dezelfde koopkracht als honderd jaar geleden. Het oude Engelse gezegde ‘an ounce of gold can buy a nice suit’, geldt tot op de dag van vandaag. Op het moment van schrijven kost een ounce goud 1600 dollar, ongeveer 1100 euro – inderdaad de prijs van een Armani- of Hugo Boss-kostuum. Ook als we kijken naar de verhouding tussen bijvoorbeeld goud en olie zien we dat die tegenwoordig niet wezenlijk anders is dan tientallen jaren geleden. Daaruit kunnen we afleiden dat de hoge goud- (en zilver)prijs vooral het gevolg is van geldontwaarding.

In tijden van (hyper)inflatie kan de goudprijs stijgen tot onvoorstelbare hoogte. In een dergelijk scenario wordt de potentiële vlucht in goud slechts begrensd door de totale hoeveelheid geld. En die is onbeperkt, zoals we inmiddels weten.

 

91 Kan het bezit van goud verboden worden?

In principe kan dat. Op 5 april 1933 maakte de Amerikaanse president Roosevelt gebruik van zijn speciale bevoegdheid, hem een maand eerder door het Congres gegeven, om Presidential Executive Order 6102 uit te vaardigen. In dit besluit stond dat het burgers in tegenstelling tot de overheid bij wet verboden was om goud, gouden munten of goudcertificaten te bezitten. Ook was het verboden om goud te exporteren om er betalingen mee te verrichten. Burgers waren verplicht hun goud aan de staat te overhandigen tegen een vaste vergoeding van 20,67 dollar per troy ounce. Dit betekende overigens niet dat er van deur tot deur werd gecontroleerd of burgers goud in hun bezit hadden. Verontrustend genoeg bleef deze wet tot 1974 van kracht.23

Daarnaast devalueerde Roosevelt op 31 januari 1934 de waarde van de dollar met 69 procent door de goudprijs te verhogen van 20,67 dollar naar 35 dollar. Hierdoor nam de waarde van het goud dat de dag ervoor in het bezit van het ministerie van Financiën was gekomen, in één dag met bijna 3 miljard dollar toe. Geen enkele inwoner van de VS kon daar officieel van profiteren.

In Europa is er nooit een verbod op het bezit van goud geweest. In Frankrijk was het aan het einde van de achttiende eeuw wel korte tijd verboden om met goud te betalen. Dit gebeurde op het moment van de hyperinflatie rondom de ongedekte Assignats in de jaren na de Franse Revolutie. Theoretisch kan ook de Nederlandse overheid het bezit van goud verbieden. De minister van Financiën heeft op grond van artikel 26 van de Noodwet Financieel Verkeer (25 mei 1978) de bevoegdheid om goud te vorderen.

 

92 Hoe ziet een modelportfolio er momenteel uit?

Sinds de kredietcrisis is het eigenlijk heel simpel. Mijn advies ten behoeve van een portfolio ziet er als volgt uit:24

–   25 procent in contant geld

–   25 procent in fysiek edelmetaal

–   25 procent in aandelen van hard asset-bedrijven (bijvoorbeeld grondstoffen)

–   25 procent in vastgoed (je eigen huis telt ook als een hard asset)

Wie geen vastgoed heeft, moet dat ook zeker niet kopen. Het is beter om te wachten tot de huizenprijzen de bodem hebben bereikt. Vastgoed staat op deze lijst omdat bijna al mijn lezers een eigen huis bezitten. Als dat niet zo is, kun je eenderde contanten, eenderde edelmetaal en eenderde aandelen aanhouden. Contant geld kan ook gebruikt worden om meer edelmetaal mee aan te schaffen, bijvoorbeeld als de prijzen sterk dalen. Beschouw een positie in fysiek goud en zilver als een veiliger vorm van contanten omdat je edelmetalen altijd weer kunt inwisselen tegen baar geld.

Met een dergelijke verdeling zou sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2007 niemand armer zijn geworden. Het in stand houden van je vermogen is belangrijker dan rijk worden.

image

Ook goud bevindt zich in een opgaande trend sinds de eeuwwisseling.
 (Bron: Caseyresearch.com,
2011)

 

93 Wanneer ga ik mijn edelmetaal weer verkopen?

Wie dit boek goed heeft gelezen, beseft dat overheden onmogelijk uit deze crisis kunnen komen zonder dat ze eerst heel veel extra geld creeren en vervolgens ons monetair systeem grootschalig herzien. Als spaarder loop je in dit proces een grote kans om koopkracht te verliezen. Met goud en zilver kun je, zoals de geschiedenis uitwijst, tijdens elke financiële crisis je vermogen en je koopkracht op peil houden. Daarom moet niet de vraag zijn: wanneer ga je deze posities weer verkopen? Maar: wanneer zal het systeem zodanig zijn aangepast dat contanten weer veilig zijn en aan die verregaande geldontwaarding, die al sinds 1971 bestaat, een einde is gekomen? Naar verwachting zal een nieuwe fase in ons financiële systeem gepaard gaan met een grotere rol voor edelmetaal. Ik verwacht dat die fase vóór 2020 zal aanbreken. En wanneer we die nieuwe situatie kennen, kunnen we oordelen over het juiste verkoopmoment van edelmetaal.

image

De stijging van de goudprijs lijkt vooral gedreven door de grote stijging van de geldhoeveelheid wereldwijd.
 (Bron: DundeeWealth,
2012)

 

94 Leuk hoor al die analyses, maar wat is nu jouw oplossing voor de crisis?

Al jaren krijg ik de vraag wat nu de oplossing voor deze crisis is. Mijn standaardantwoord is: ik ben al blij dat ik deze crisis begrijp! Voor een oplossing ben ik niet slim genoeg; daar hebben we gepromoveerde economen voor. Deze crisis is te vergelijken met de omstandigheden van een terminale zieke: met de juiste medicijnen kunnen we zijn leven nog wat verlengen, maar gezond wordt de patiënt niet meer. Soms is genezing onmogelijk, maar niet iedereen kan dit accepteren.

Onze geschiedenis kent talloze voorbeelden van systemen die uiteindelijk ten onder gingen. Na de val van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw duurde het vijfhonderd jaar voordat er weer een ontwikkelde samenleving in Europa ontstond. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bleven spaarders en gepensioneerden in armoede achter. Wij westerlingen dachten dat ons kapitalistisch systeem superieur was en we geloofden in voortdurende voorspoed. Maar nu ook ons systeem volledig vast dreigt te lopen, grijpen autoriteiten naar precies dezelfde maatregelen die we zo verafschuwden aan het communistisch systeem. Economische cijfers worden steeds meer bewerkt en gekleurd. Institutionele beleggers vegen verliezen onder het tapijt. Goed nieuws is de vrucht van propaganda en het werk van spindoctors. Op universiteiten worden economiestudenten nog steeds opgeleid met sinds de kredietcrisis achterhaalde boeken en principes. Soms worden wetenschappers zelfs benoemd en betaald door bedrijven. En misschien wel het belangrijkste: de economie en de financiële markten worden steeds meer centraal geleid. Andersdenkenden worden daarbij gemakkelijk weggezet als complotdenkers. Er wordt niet gewerkt aan een oplossing; wat telt is het zo lang mogelijk vasthouden van de status-quo.

 

1   www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/997225.

2   www.telegraph.co.uk/finance/financetopics/davos/7085504/Davos-2010-George-Soros-warns-gold-is-now-the-ultimate-bubble.html.

3   www.bloomberg.com/news/2012-08-17/gold-bulls-expand-as-billionaire-paulson-buys-metal-commodities.html.

4   Wel kocht Buffet in 1996 een grote hoeveelheid zilver ter waarde van 2 procent van zijn totale portfolio. Hij wees daarbij op de gespannen vraag-en-aanbodsituatie op de zilvermarkt.

5   De Britse Cookson Group heeft een groot deel van de fysieke goudhandel in handen.

6   www.marketfolly.com/2009/05/paulson-co-john-paulson-buys-tons-of.html.

7   De S&P 500 geldt als de belangrijkste beursindex van Amerika en geeft een betrouwbaar beeld van de ontwikkelingen op de aandelenmarkt. In deze index volgt kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de 500 grootste Amerikaanse bedrijven. Beleggers en handelaren over de hele wereld houden de S&P 500 scherp in de gaten, meer nog dan de bekendere Dow Jones-index.

8   www.nyse.com/pdfs/ETFs7109.pdf.

9   www.spdrs.com/product/fund.seam?ticker=GLD (ticker GLD).

10  SPDR GLD Trust Prospectus.

11  www.forbes.com/sites/afontevecchia/2011/11/15/is-gld-really-as-good-as-gold en www.silverdoctors.com/ned-naylor-leyland-reveals-actual-owner-of-bob-pisanis-gld-gold-bar.

12  In de appendix treft u de volledige lijst met afgekochte strafzaken.

13  Berekend op basis van een zilverprijs van 30 dollar. Bij goud gaat het om een fysieke voorraad ter waarde van 4000 miljard dollar.

14  www.oxfordfutures.com/history.htm.

15  COMEX is een afkorting van Commodity Exchange, een divisie van de New York Mercantile Exchange (NYMEX).

16  Een standaard goudfuture heeft betrekking op 100 troy ounce. Dat komt neer op ca. 130.000 dollar. Voor het sluiten van een dergelijk contract hoef je slechts 5 procent (6500 dollar) daarvan als borg op je rekening te hebben. Mocht goud in twee maanden 10 procent in waarde stijgen, dan zou je met fysiek goud 650 dollar verdienen terwijl een future 13.000 dollar oplevert. Een aanzienlijk verschil, maar bedenk wel dat de hefboom (leverage) ook de andere kant op werkt. Daalt de goudprijs met 10 procent, dan verlies je 13.000 dollar, meer dan je oorspronkelijke inleg. Dit risico kun je beperken door gebruik te maken van een stop loss.

17  http://news.coinupdate.com/massive-drain-of-comex-silver-inventories-continues-0344.

18  www.marketskeptics.com/2009/06/trouble-at-comex-warehouses.html.

19  http://seekingalpha.com/article/129128-did-the-ecb-save-comex-from-gold-default.

20  Zie de Turbo-brochure van aanbieder RBS: http://markets.rbs.nl/NL/MediaLibrary/Document/PDF/ProductType Documents/66/Turbo_brochure.pdf.

21  Amsterdam Safe is een dochter van Amsterdamgold.com.

22  Op oude zilveren guldens en rijksdaalders (met een zilvergehalte van 72 procent) hoeft geen btw te worden betaald.

23  Een maand voordat de Presidential Executive Order 6102 zou ingaan, presenteerde Roosevelt zijn New Deal: het plan om de Amerikaanse economie weer uit het slop te trekken. Onderdeel van dat plan was de Gold Reserve Act die eind januari 1934 in het Congres werd aangenomen. Door deze wet was de federale overheid gemachtigd om al het goud bij de Fed weg te halen en onder te brengen bij het ministerie van Financiën. Dat was een tegenvaller voor de meeste Wall Street-bankiers die in 1913 niet alleen het monopolie op de dollarcreatie van het ministerie van Financiën hadden overgenomen, maar ook de hele landelijke goudvoorraad.

24  Uitgaande van een vermogen van minimaal 100.000 euro.

Nawoord

In Als de dollar valt (2007) schreef ik dat het niet de vraag was of, maar wanneer het dollarsysteem in zou storten. Dit moment kon al voor de deur staan of ‘nog jaren van ons zijn verwijderd’. Ik adviseerde lezers om van de hoogconjunctuur te genieten, als van een week prachtige oktoberzon voor een lange winter. De Indian summer bleek inderdaad van korte duur: binnen twaalf maanden keken we in de onpeilbare diepte van een economische afgrond.

Na het omvallen van Lehman Brothers waren we maar een haar verwijderd van een complete economische ineenstorting. Twee jaar later waarschuwde ik in Overleef de kredietcrisis (2009) dat het herstel van korte duur zou zijn en we maximaal ‘twee jaar extra speeltijd’ hadden voordat de volgende zware fase van de crisis uit zou breken. In mei 2010 was de eurocrisis een feit – tot vreugde van de VS, die nu de aandacht van de eigen problemen kon afleiden.

Door alle noodsteun zijn de overheidsschulden nu zo hoog opgelopen dat het ene na het andere land in financiële problemen begint te komen. IJsland en Griekenland waren als eerste aan de beurt. Uit een studie van de Franse bank Société Générale uit 2011 blijkt dat Japan al vóór 2020 de laagste kredietstatus zal krijgen. Niet lang daarna zullen de VS en de EU volgen. Volgens het rapport heeft van alle westerse landen alleen Canada na 2025 nog een triple-A-status. Er rest overheden slechts één mogelijkheid om het overschot aan leningen te ‘neutraliseren’: door deze op de balans van de eigen centrale banken te stallen. Zoals we inmiddels weten, kunnen alleen zij onbeperkt geld creëren. Maar dat brengt het risico van verregaande geldontwaarding met zich mee.

De tijd is gekomen om goed na te denken over de veranderingen die dit systeem te wachten staan. Net als in een dreigende oorlogssituatie is het lastig om in te schatten waar de klap het minst hard aan gaat komen, waar je het beste kunt schuilen voor de storm. Het kernwoord blijft: flexibiliteit. Wie in staat is zich makkelijk aan te passen aan veranderende omstandigheden heeft de grootste economische ‘overlevingskansen’. We worden niet alleen bedreigd door financieel-economische rampspoed, maar ook door grote problemen op het gebied van voedsel, energie en milieu. Vergeet niet dat de Arabische Lente begon als protest tegen te hoge voedsel- en energieprijzen. Deze revolutiegolf, de tweede na het vallen van de Muur, was het bewijs dat in korte tijd in veel landen er heel veel kan veranderen.

Maar waar communistische landen konden ‘overstappen’ op ons systeem, weet niemand wat te doen als het westerse kapitalisme vastloopt. Ook landen als Rusland, China en Japan zijn economisch te veel met het Westen verweven. Voor het eerst in de wereldgeschiedenis dreigt een mondiale financiële ondergang. Niemand weet hoe mensen daarop zullen reageren. In de VS beseffen autoriteiten dat er zich een moment kan aandienen waarop het systeem vastloopt, de massa in opstand komt en bankiers hun leven mogelijk niet meer zeker zijn.

Daarom liggen in de VS zorgwekkende plannen klaar. Toen de crisis eind 2008 haar hoogtepunt bereikte, werden onwillige politici gedwongen in te stemmen met de 700 miljard steun voor Wall Street, onder het dreigement dat anders de noodtoestand zou worden uitgeroepen.1 Anders dan de communistische of Arabische landen lijkt de VS goed voorbereid op grootschalige onrust. Zo blijken de autoriteiten al in 2006 een contract voor bijna 400 miljoen dollar te hebben afgesloten met Halliburton2 om verspreid over de VS speciale interneringskampen3 op te zetten.4 Zogenaamd voor de instroom van ‘immigranten’. De handleiding van 326 pagina’s voor het runnen van dit soort ‘heropvoedingskampen’ ligt inmiddels klaar.5 En voor het eerst in het bestaan van de VS heeft het leger een brigade in gereedheid gebracht voor een ‘binnenlandse’ taak.6

Deze recessie kan er zelfs toe leiden dat we veel van onze vrijheden gaan verliezen. Nu al worden de belangrijkste en machtigste EU-technocraten niet meer verkozen maar benoemd. Om de crisis krachtig te bezweren, moeten we onze leiders feitelijk een carte blanche7 verstrekken om alles te doen wat nodig is om ons te beschermen. Maar zij die ons moeten beschermen, kunnen ook onze grootste vijand worden.

De Italiaanse premier Mario Monti (niet democratisch gekozen) raadde in een interview in 2012 regeringsleiders aan om zich minder aan te trekken van kritiek en ‘meer onafhankelijkheid ten opzichte van de parlementen na te streven’.8 Dat is maar een stap verwijderd van het einde van de democratie. Maar onze democratie heeft ook een schaduwkant en die heeft er in de VS toe geleid dat er de afgelopen tientallen jaren alleen maar presidenten werden verkozen die belastingverlaging beloofden. Met een dreigend faillissement tot gevolg.

Met dit boek besluit ik mijn trilogie over de achtergronden van ons financiële systeem. Veel van wat ik onderweg ontdekte, is inmiddels gemeengoed geworden. Dat de Federal Reserve niet in handen van de overheid maar van Wall Street is, kreeg ik onlangs van een achttienjarige zaterdaghulp in de autowasstraat te horen. Hij bleek ook op de hoogte van de manipulatie van de overheidscijfers en zelfs van de strijd tegen goud. Ook wist hij dat het Pentagon behalve twee stills alle bewakingsvideo’s van de aanval van 11 september angstvallig verborgen houdt. Voor zijn generatie is het blijkbaar heel normaal om te twijfelen aan de informatie die autoriteiten ons voorschotelen. Net als in de jaren zestig lijkt een nieuwe generatie op te staan die aanvoelt dat er een andere tijd is aangebroken, met een nieuwe realiteit en een zeer onzekere toekomst.

Voor mijzelf waren de afgelopen vijf jaar extreem hectisch. Een periode waarin werkweken van honderd uur meer regel dan uitzondering waren. Mijn missie om mensen te informeren over de werkelijke gang van zaken in de financiële wereld beschouw ik als geslaagd. Nu ik vijftig ben geworden, breekt een nieuwe levensfase aan.

Sinds 1999 publiceer ik over mijn zorgen over het voortbestaan van ons financieel systeem. Die zorgen blijken van alle tijden. De vader van Warren Buffet kocht aan het begin van de twintigste eeuw een boerderij, uit angst voor het bankroet van ons financieel systeem. Jaren later werd die boerderij weer verkocht. Toch moet ik eerlijk bekennen dat ik laatst voor het eerst naar agrarisch onroerend goed heb gekeken.

 

1   www.youtube.com/watch?v=HaG9d_4zij8.

2   Dick Cheney was CEO bij Halliburton voordat hij als vicepresident onder George Bush jr. diende.

3   http://rt.com/usa/news/psyop-activists-internment-resettlement-526.

4   http://articles.marketwatch.com/2006-01-24/news/30897064_1_kbr-national-emergency-homeland-security-contract.

5   http://publicintelligence.net/restricted-u-s-army-internment-and-resettlement-operations-manual.

6   www.wsws.org/articles/2008/sep2008/mili-s25.shtml.

7   Tijdens de dreiging rondom het omvallen van Fortis en ABN Amro werd duidelijk dat er geen tijd is voor consultaties met of het inlichten van nationale parlementen.

8   www.spiegel.de/politik/ausland/italiens-premier-monti-warnt-im-spiegel-vor-auseinanderbrechen-europas-a-848280.html.

***

Geraadpleegde literatuur

Ahamed, Liaquat, Lords of finance. The bankers who broke the world. The Penguin Press, 2009.

Allen, Gary, None Dare Call it Conspiracy. GSG & Associates Pub., 1972.

Anderson, Chris, Free. Hoe het nieuwe gratis de markt verandert. Nieuw Amsterdam, 2009.

Angell, Marcia M.D., The Truth About the Drug Companies. How They Deceive Us and What To Do About It. Random House, 2005.

Arkel, Henk van & Camilo Ramada, Arm door geld, maar ook... Nieuwe kansen op bevrijding van de globaliseringsmachine. Strohalm, 2001.

Baker, James C., The Bank for International Settlements: Evolution and Evaluation. Quorum Books, 2002.

Bakker, Vincent, De kracht van het kapitaal. De Achterkant, 1985.

Bartlett, Bruce, Impostor: How George W. Bush Bankrupted America and Betrayed the Reagan Legacy. Doubleday, 2006.

Batra, Ravi, De Grote Wereldcrisis van 1990. Omega Boek, 1988.

Batra, Ravi, The Crash of the Millennium. Surviving the Coming Inflationary Depression.Harmony Books, 1999.

Batra, Ravi, Greenspan’s Fraud. How Two Decades of His Policies Have Undermined the Global Economy. Palgrave MacMillan, 2005.

Ben-Menasche, Ari, Profits of War. Inside the Secret U.S.-Israeli Arms Network. Sheridan Square Press, 1992.

Bernstein, Peter L., Against the Gods. The Remarkable Story of Risk. John Wiley & Sons, 1998.

Bernstein, Peter L., The Power of Gold. The History of an Obsession. John Wiley & Sons, 2000.

Blackburn, Simon, Politeia van Plato. Mets & Schilt, 2008.

 

Bonner, Bill & Adison Wiggin, Financial Reckoning Day. Surviving the Soft Depression of the 21st Century. John Wiley & Sons, 2003.

Bonner, Bill & Adison Wiggin, Empire of Debt. John Wiley & Sons, 2006.

Brenner, Reuven & Gabrielle A. Brenner, Gambling and Speculation. A Theory, a History, and a Future of Some Human Decisions. Cambridge University Press, 1990.

Bresciani-Turroni, Costantino, The Economics of Inflation. M. Kelley Publishers, 1931.

Brzezinski, Zbigniew, The Grand Chessboard. American Primacy and its Geostrategic Imperatives. Basic Books, 1997.

Carlin, Peter & James Sinclair, A Pocketbook of Gold. P. Carlin, 2010.

Carmack, Patrick S.J., The Money Changers, 1998.

Chancellor, Edward, Devil Take the Hindmost. A History of Financial Speculation. Plume, 2000.

Chernow, Ron, The House of Morgan. An American Banking Dynasty and the Rise of Modern Finance. Simon & Schuster, 1990.

Clason, George, De rijkste man van Babylon. De eeuwige regels voor financiële vrijheid. Nieuwezijds, 1999.

Colbert, David, Eyewitness to Wall Street. Four Hundred Years of Dreamers, Schemers, Buts and Booms. Broadway Books, 2001.

Coleman, John, Conspirator’s Hierarchy. The Story of the Committee of 300. America West Publishers, 1992.

Coleman, John, Diplomacy by Deception. Bridger House Publishers, 1993.

Coleman, John, One World Order, Socialist Dictatorship. Bridger House Publishers, 1998.

Coombs, Charles A., The Arena of International Finance. Wiley & Sons, 1976.

Cramer, James J., Confessions of a Street Addict. Simon & Schuster, 2002.

Dall, Curtis B., F.D.R.: My Exploited Father-In-Law. Christian Crusade Publications, 1967.

Dash, Mike, Tulpengekte. Over de speculatiegolf die de tulp in 17e-eeuws Nederland veroorzaakte. Spectrum, 2004.

Davidson, James Dale & Lord William Rees-Mogg, The Great Reckoning. Protect Yourself in the Coming Depression. Touchstone, 1993.

Davies, G., A History of Money. From Ancient Times to the Present Day. University of Wales Press, 1994.

De Grand Pre, Donn, The Viper’s Venom. Grand Pre Books, 2002.

Duncan, Richard, The Dollar Crisis. John Wiley & Sons, 2005.

Ebeling, Richard M., The Austrian Theory of the Trade Cycle, and other essays. Mises Institute, 1996.

Engdahl, William, A Century of War. Anglo-American Oil Politics and the New World Order. Pluto Press, 2004.

Engdahl, William, God of Money. Wall Street and the Death of the American Century. Edition Engdahl, 2009.

Epperson, A. Ralph, The New World Order. Publius Press, 2005.

Faber, Marc, Tomorrow’s Gold. Asia’s Age of Discovery. CLSA Books, 2002.

Fentrop, Paul, Ondernemingen en hun aandeelhouders sinds de voc. Prometheus, 2002.

Ferguson, Niall, The Ascent of Money. The Penguin Press, 2008.

Fraser, Steve, Wall Street. A Cultural History. Faber and Faber, 2005.

Friedman, Milton & Anna J. Schwartz, A Monetary History of the United States, 1867-1960. Princeton University Press, 1971.

Fukuyama, Francis, Trust. Free Press Paperbacks, 1995.

Galbraith, John Kenneth, A Short History of Financial Euphoria. Penguin Books, 1994.

Galbraith, John Kenneth, The Great Crash 1929. Houghton Mifflin Company, 1997.

Gavin, Francis J., Gold, Dollars & Power. The University of North Carolina Press, 2004.

Gelsi, Steve, How America Made a Fortune, and Lost Its Shirt. Alpha, 2002.

Gertz, Bill, The China Threat. How the People’s Republic Targets America. Regnery Publishing, 2000.

Ginneken, Jaap van, Gek met geld. Over financiële psychologie. Business Contact, 2010.

Gough, Leo, Asia Meltdown: The End of the Miracle?Capstone Publishing Limited, 1998.

Grant, James, The Trouble with Prosperity. A Contrarian’s Tale of Boom, Bust and Speculation. Times Business, 1996.

Greider, William, The Secrets of the Temple. How the Federal Reserve Runs the Country. Touchstone Books, 1987.

Griffin, David Ray, 11 september: een onderzoek naar de feiten. Lemniscaat, 2004.

Griffin, Edward G., The Creature from Jekyll Island. A Second Look at the Federal Reserve. American Media, 2002.

Haas, Bruno de & Hein Haenen, Winstwaarschuwing. De ontmaskering van het creatief boekhouden. Business Contact, 2002.

Hamaker-Zondag, Karen, De financiële crisis: achtergronden en vooruitzichten, een astrologische analyse voor iedereen. BF Uitgeverij, 2010.

Hayes, Declan, Japan’s Big Bang. The Deregulation and Revitalization of the Japanese Economy. Tuttle Publishing, 2000.

Hof, Kees van der, Snelweg naar de afgrond! Over de kredietcrisis, dollars en olie. Elmar, 2008.

Hourani, Albert, A History of the Arab Peoples. Faber and Faber, 2005.

Hudson, Michael, Super Imperialism. The Origins and Fundamentals of U.S. World Dominance. Pluto Press, 2003.

Hulbert, Mark, The untold Story of American banks, Oil Interests, The Shah’s Money, Debts and the astounding Connections between them. Richardson & Snyder, 1982.

Huntington, Samuel P., The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Touchstone Books, 1998.

Jensen, Derrick, Endgame. Seven Stories Press, 2006.

Joenje, J.W., Zeepbeleconomie. Joenje, 2004.

Johnson, Chalmers, The Sorrows of Empire. Henry Holt and Company, 2004.

Jones, Alan B., How the World Really Works. ABJ Press, 1996.

Jong, Stan de & Koen Voskuil, Neelie Kroes: hoe een Rotterdams meisje de machtigste vrouw van Europa werd. Nieuw Amsterdam, 2011.

Kagan, Robert & William Kristol, Present Dangers. Crisis and Opportunity in American Foreign and Defense Policy. Encounter Books, 2000.

Kalse, Egbert & Daan van Lent, Bankroet: hoe bankiers ons in de ergste crisis sinds de Grote Depressie stortten. Prometheus/NRC Handelsblad, 2009.

Kamer, Rienk H., Alles over geld. Omega Boek, 1982.

Karsten, Frank & Karel Beckman, De democratie voorbij. Aspekt, 2011.

Kelley, Kitty, The Family. The Real Story of the Bush Dynasty. Doubleday, 2004.

Kennedy, Paul, The Rise and Fall of the Great Powers. Vintage Books, 1989.

Kennedy, Paul, Preparing for the Twenty-first Century. Vintage Books, 1994.

Kindleberger, Charles P., The World in Depression 1929-1939. University of California Press, 1986.

Kindleberger, Charles P., Manias, Panics and Crashes. A History of Financial Crises. John Wiley & Sons, 1996.

Klare, Michael T., Blood and Oil. The Dangers and Consequences of America’s Growing Dependency on Imported Oil. Henry Holt and Company, 2004.

Klok, Pieter & Xander van Uffelen, Waarom bankiers de grote winnaars zijn van deze crisis. De Volkskrant/Meulenhoff, 2009.

Kotlikoff, Laurence J. & Scott Burns, The Coming Generational Storm. What You Need to Know about America’s Future. The MIT Press, 2004.

Kroeze, Cherelt & Marius van Nieuwkerk, Bubbels. Spraakmakende financiële crises uit de geschiedenis. Sonsbeek Publishers, 2007.

Krugman, Paul, The Return of Depression Economics. W.W. Norton & Company, 1999.

Kurzwell, Ray, The Singularity is Near. Viking Penguin, 2005.

Leeb, Stephen, The Oil Factor. Warner Business Books, 2004.

Lefèvre, Edwin, Reminiscences of a Stock Operator. John Wiley & Sons, 1994.

Leggett, Jeremy, The Empty Tank. Oil, Gas, Hot Air and the Coming Global Financial Catastrophe. Random House, 2005.

Levitt, Arthur & Paula Dwyer, Take on the Street. What Wall Street and Corporate America Don’t Want You to Know. Pantheon Books, 2002.

Lewis, Michael, Boomerang. Travels in the New Third World. W.W. Norton & Company, 2011.

Lietaer, Bernard A., Mysterium Geld. Emotionale Bedeutung und Wirkungsweise eines Tabus. Riemann Verlag, 2000.

Lietaer, Bernard A., Het geld van de toekomst. Een nieuwe visie op welzijn, werk en een humanere wereld. Forum, 2001.

Lips, Ferdinand, Gold Wars. The Battle Against Sound Money as Seen From a Swiss Perspective. Fame (Foundation for the Advancement of Monetary Education), 2002.

Lorenz, Chris, If you’re so smart, why aren’t you rich? Universiteit, markt & management. Boom, 2008.

Lowenstein, Roger, When Genius Failed. The Rise and Fall of Long-Term Capital Management. Random House, 2000.

Lynch, Peter & John Rothschild, One Up on Wall Street. How to Use What You Already Know to Make Money in the Market. Fireside, 2000.

Mackay, Charles & Joseph de la Vega, Extraordinary Popular Delusions and the Madness of Crowds and Confusión de Confusiones. John Wiley & Sons, 1996.

Maier, Nicholas W., Trading With the Enemy. Seduction and Betrayal on Jim Cramer’s Wall Street. Harper Business, 2002.

Mallaby, Sebastian, More money than God. The Penguin Press, 2010.

Maloney, Michael, Guide to Investing in Gold & Silver. Business Plus, 2008.

Martenson, Chris, The Crash Course. John Wiley & Sons, 2011.

Mauldin, John & Jonathan Tepper, Endgame. John Wiley & Sons, 2010.

Mauldin, John, Bull’s Eye Investing. Targeting Real Returns in a Smoke and Mirrors Market. John Wiley & Sons, 2004.

McDonough, William & Michael Braungart, Cradle to cradle. Remaking the Way we Make Things. North Point Press, 2002.

McFadden, Louis T., Collective speeches of Congressman Louis T. McFadden. Hawthorne, 1970.

McKillop, Andrew, et al., The Final Energy Crisis. Pluto Press, 2005.

Mecking, Eric, Deflatie in aantocht. De historische achtergronden van de kredietcrisis en de komende grote depressie. Mets & Schilt, 2005/2008.

Meltzer, Allan H., A History of the Federal Reserve, Volume 2, Book 2, 1970-1986. University of Chicago Press, 2010.

Messing, Marcel, Worden wij wakker? Over de verborgen krachten achter het wereldtoneel. Ankh-Hermes, 2006.

Metze, Marcel, De geur van geld. Sun, 1993.

Middelkoop, Willem, Als de dollar valt. Wat bankiers en politici u niet vertellen over geld en de kredietcrisis. Nieuw Amsterdam, 2007.

Middelkoop, Willem, Overleef de kredietcrisis. Nieuw Amsterdam, 2009.

Mishkin, Frederic S., The Economics of Money, Banking and Financial Markets. Pearson/Addison Wesley, 2007.

Morley, John, The Life of William Ewart Gladstone. Macmillan, 1903.

Morris, Charles R., The Trillion Dollar Meltdown. Easy Money, High Rollers and the Great Credit Crash. Public Affairs, 2008.

Mujagic, Edin, Het inflatiespook. Waarom de inflatie in Nederland gaat toeslaan en hoe u uw vermogen kunt beschermen. Balans, 2010.

Mullins, Eustace, The Secrets of the Federal Reserve. Bankers Research Institute, 1993.

Naisbitt, John & Patricia Aburdene, Mega-Trends 2000. The Next 10 Years... Major Changes in Your Life and World. Pan Books, 1990.

Noble, Thomas F.X. et al., Western Civilization Beyond Bounderies. Wadsworth, 2008.

Orlov, Dmitry, Reinventing collapse. New Society Publishers, 2011.

Otte, Max, Der Crash kommt. Die neue Weltwirtschaftskrise und wie Sie sich darauf vorbereiten. Ullstein, 2008.

Overtveldt, Johan van, Het einde van de euro. Acco, 2011.

Palast, Greg, The Best Democracy Money Can Buy, The Truth about Corporate Cons, Globalization and High-Finance Fraudsters. Penguin Books, 2003.

Partnoy, Frank, Fiasco, The Inside Story of a Wall Street Trader. Penguin Books, 1999.

Partnoy, Frank, Infectious Greed. How Deceit and Risk Corrupted the Financial Markets. Profile Books, 2003.

Paul, Ron, End the Fed. Grand Central Publishing, 2009.

Perkins, John, Confessions of an Economic Hitman. Berret-Koehler Publishers, 2004.

Perloff, James, The Shadows of Power: The Council on Foreign Relations and the American Decline. Western Islands, 2005.

Peterson, Peter G., Running on Empty. Farrar, Straus and Giroux, 2004.

Pick, Franz, 1975-1976 Pick’s Currency Yearbook. Pick Pub. Corp., 1975.

Polo, Marco, De wonderen van de Oriënt (Il Milione). Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008.

Prast, Henriëtte, Geld en geluk. Over emotie-economie. Business Contact, 2004.

Prechter, Robert R., At the Crest of the Tidal Wave, A Forecast for the Great Bear Market. John Wiley & Sons, 2001.

Prechter, Robert R., Conquer the Crash. You Can Survive and Prosper in a Deflationary Depression. John Wiley & Sons, 2009.

Putten, Jan van der, Verbijsterend China. Wereldmacht van een andere soort. Nieuw Amsterdam, 2011.

Quigley, Caroll, Tragedy and Hope. A History of the World in Our Time, Macmillan, 1966.

Quigley, Caroll, The Anglo-American Establishment. GSG & Associates, 1981.

Rand, Ayn, Capitalism: The Unknown Ideal. Signet, 1967.

Rand, Ayn, Atlas in staking. Boekenmaker, 2007.

Reinhart, Carmen M. & Kenneth Rogoff, This Time is Different. Eight Centuries of Financial Folly. Princeton University Press, 2009.

Rickards, James, Currency Wars. The Making of the Next Global Crisis. Penguin Group Inc, 2011.

Rifkin, Jeremy, The Age of Access. The New Culture of Hypercapitalism. Where All of Life is a Paid-for Experience. Tarcher/Putnam Books, 2000.

Roberts, Paul, The End of Oil. On the Edge of a Perilous New World. First Mariner Books, 2005.

Rogers, Jim, Adventure Capitalist. Random House, 2003.

Rogers, Jim, Hot Commodities. Random House, 2004.

Rosoff, Stephen M., Henry N. Pontell & Robert H. Tillman, Looting America. Greed, Corruption, Villains and Victims. Pearson Education, 2003.

Rossem, Maarten van, Kapitalisme zonder remmen, Nieuw Amsterdam, 2011.

Rothbard, Murray N., The Mysteries of Banking. Richardson & Snyder, 1983.

Rothbard, Murray N., The Case Against the Fed. Ludwig von Mises Institute, 1994.

Rothchild, John, The Bear Book. Survive and Profit in Ferocious Markets. John Wiley & Sons, 1998.

Rueff, Jacques, The Monetary Sin of the West. The Macmillan Company, 1972.

Ruppert, Michael C., Crossing the Rubicon. The Decline of the American Empire at the End of the Age of Oil. New Society Publishers, 2004.

Russell, Dick & Jesse Ventura, 63 Documents the Government Doesn’t Want You to Read. Skyhorse Publishing, 2011.

Schechter, Danny, Plunder. Investigating our Economic Calamity and the Subprime Scandal. Cosimo Books, 2008.

Schulte, Thorsten, Silber das bessere Gold. Kopp Verlag, 2010.

Shiller, Robert J., Irrational Exuberance. Princeton University Press, 2000.

Shilling, Gary A., Deflation. How to Survive and Thrive in the Coming Wave of Deflation. McGraw-Hill, 1999.

Simmons, Matthew R., Twilight in the Desert. The Coming Saudi Oil Shock and the World Economy. John Wiley & Sons, 2005.

Smit, Jeroen, Het drama Ahold. Balans, 2004.

Soros, George, De crisis van het mondiale kapitalisme, de ondergang van de vrije wereld. Contact, 1998.

Stiglitz, Joseph E., Globalization and Its Discontents. Norton, 2003.

Surowiecki, James, The Wisdom of Crowds. Why the Many are Smarter than the Few. Little Brown, 2004.

Sutton, Antony C., Wall Street and the Bolshevik Revolution. Buccaneer Books, 1974.

Sutton, Antony C., The War on Gold. ‘76 Press, 1977.

Sutton, Antony C., America’s Secret Establishment, An Introduction to the Order of Skull & Bones. Trine Day, 2002.

Sutton, Antony C., Wall Street and the Rise of Hitler. GSG & Associates, 2002.

Sutton, Antony C., et al., Flashing Out Skull & Bones. Investigations into America’s Most Powerful Secret Society. Trine Day, 2003.

Taleb, Nassim Nicholas, Fooled by Randomness, The Hidden Role of Chance in Life and in the Markets. Random House, 2005.

Taylor, James & Warren, Shaw, The Penguin Dictionary of the Third Reich. Penguin Books, 1997.

Thoren, Theodore R. & Richard F. Warner, The Truth in Money Book. Truth in Money, 1984.

Thurow, Lester C., The Future of Capitalism. How Today’s Economic Forces Shape Tomorrow’s World. Penguin Books, 1996.

Treaster, Joseph B., Paul Volcker. The Making of a Financial Legend. John Wiley & Sons, 2004.

Vermeend, Willem, De kredietcrisis – en hoe we er sterker uit kunnen komen. Lebowski, 2008.

Waard, Peter de, Crisis! De straf voor de hebzucht. Conserve, 2008.

Warner, Oliver, English maritime Writing: Hakluyt to cook. Unwin Brothers Limited, 1958.

Weiner, Tim, Een spoor van vernieling. De geschiedenis van de CIA. De Bezige Bij, 2007.

Weiss, Martin D., The Ultimate Safe Money Guide. How Everyone 50 and Over Can Protect, Save and Grow Their Money. John Wiley & Sons, 2002.

Weiss, Martin D., Crash Profits. Make Money When Stocks Sink and Soar!John Wiley & Sons, 2003.

Weiss, Martin D., The Ultimate Depression Survival Guide. Protect your Savings, Boost your Income and Grow Wealthy Even in the Worst of Times. John Wiley & Sons, 2009.

Weldon, Gregory T., Gold Trading Boot Camp. How to Master the Basics and Become a Successful Commodities Investor. John Wiley & Sons, 2007.

Widdig, Bernd, Culture and inflation in Weimar Germany. The University of California Press, 2001.

Winden, Martien van & Marius Rietdijk, Slag om de toekomst – bedrijfsstrategieën voor goede en slechte tijden. Balans, 2003.

Winden, Martien van, Rijk Blijven. Het ijzersterke verhaal van vier eeuwen Nederlandse rente en aandelen. Balans, 2000.

Winden, Martien van, Nederland, de schatkist van Europa. Balans, 2002.

Yergin, Daniel, The Prize. The Epic Quest for Oil, Money & Power. Free Press, 1992.

Zijlstra, Jelle, Per slot van rekening. Contact, 1992.

Appendix

Overzicht met opgelegde boetes voor Wall Street-banken (2002-2012). In deze periode werd slechts een enkele bankier juridisch vervolgd voor deze affaires.

2000

J.P. Morgan Chase

0,2 miljoen

6 juni

 

Wegens overtredingen van de SEC Limit Order Display Rule en het niet opstellen, handhaven en afdwingen van schriftelijke toezichtprocedures.

2001

Bank of America

35,6 miljoen

28 juli

 

Ter schikking van een aanklacht dat de firma haar fondsen niet goed beheerde, in haar functie van gemachtigde inzake de obligaties van staten en gemeentelijke overheden.

J.P. Morgan Chase

1 miljoen

25 september

 

Ter schikking van de aantijgingen van toezichthouders dat de firma de regels had geschonden met betrekking tot het bijhouden van gegevens en het rapporteren, in haar functie van gemachtigde voor obligatie-uitgiftes.

Bank of America

22 miljoen

6 oktober

 

Ter schikking van vier rechtszaken, waarin de firma ervan werd beticht duizenden personal bankers te hebben bedrogen inzake overwerk.

Goldman Sachs

1 miljoen

27 november

 

Wegens gebrek aan toezicht op een functionaris die ervan werd beticht frauduleuze handelingen te hebben verricht (deze boete is opgelegd aan Spear, Leeds & Kellogg, een divisie van de Goldman Sachs Group).

2002

Wells Fargo

0,15 miljoen

21 februari

 

Ter schikking van aantijgingen van de toezichthouder dat de firma te weinig toezicht had uitgeoefend op een beursmakelaar die onjuist handelde door klanten van mutual funds met elkaar te verwisselen.

J.P. Morgan Chase

125 miljoen

1 april

 

Ter schikking van een zaak waarbij sprake was van ruim 2 miljard dollar aan claims inzake kopertransacties die volgens Sumitomo niet waren geautoriseerd.

Wells Fargo

42 miljoen

17 april

 

Ter schikking van aantijgingen dat de firma vanaf de jaren zeventig te hoge vergoedingen had bedongen voor het beheren van trust-rekeningen.

Citigroup

215 miljoen

19 september

 

Wegens claims inzake ongeoorloofde kredietverleningspraktijken.

Citigroup

5 miljoen

23 september

 

Wegens het publiceren van misleidende analyses.

Bank of America

490 miljoen

2 oktober

 

Wegens foutief opgestelde financiële documenten.

Goldman Sachs

1,65 miljoen

3 december

 

Wegens schending van de verplichting om e-mailgegevens bij te houden.

Citigroup

1,65 miljoen

3 december

 

Wegens schending van de verplichting om e-mailgegevens bij te houden.

Citigroup

400 miljoen

20 december

 

Veroordeeld tot het verstrekken van hulp, fondsen voor onafhankelijk onderzoek en gelden voor het onderrichten van beleggers.

Goldman Sachs

110 miljoen

20 december

 

Veroordeeld tot het verstrekken van hulp, fondsen voor onafhankelijk onderzoek en gelden voor het onderrichten van beleggers.

J.P. Morgan Chase

80 miljoen

20 december

 

Veroordeeld tot het verstrekken van hulp, fondsen voor onafhankelijk onderzoek en gelden voor het onderrichten van beleggers.

2003

J.P. Morgan Chase

6 miljoen

20 februari

 

Wegens winstdeling en andere ongeoorloofde transacties in verband met beursintroducties.

Goldman Sachs

0,45 miljoen

22 juli

 

Ter schikking van aantijgingen van de SEC dat zijn personeelsleden een klant hadden geholpen manipulatieve transacties te verrichten (de boete was voor Spear, Leeds & Kellogg, een divisie van de Goldman Sachs Group).

Citigroup

101 miljoen

28 juli

 

Ter schikking van met Enron samenhangende aantijgingen van wangedrag.

J.P. Morgan Chase

135 miljoen

28 juli

 

Ter schikking van met Enron samenhangende aantijgingen van wangedrag.

Citigroup

19 miljoen

28 juli

 

Wegens transacties met Dynergy.

Citigroup

12,5 miljoen

28 juli

 

Schikking om zich van verdere schendingen te onthouden.

J.P. Morgan Chase

12,5 miljoen

28 juli

 

Schikking om zich van verdere schendingen te onthouden.

Goldman Sachs

9,3 miljoen

4 september

 

Wegens de ongeoorloofde handel in Amerikaanse staatsobligaties en futures.

J.P. Morgan Chase

25 miljoen

1 oktober

 

Ter schikking van aantijgingen van ongeoorloofde praktijken rond beursintroducties.

Citigroup

1 miljoen

29 oktober

 

Wegens ontoereikend toezicht op de activiteiten.

2004

Goldman Sachs

45,5 miljoen

17 februari

 

Wegens vermeende overtredingen van de regels van de NYSE.

Bank of America

10 miljoen

10 maart

 

Wegens het niet onmiddellijk ter beschikking stellen van documenten met betrekking tot een onderzoek van de toezichthouder.

Bank of America

375 miljoen

15 maart

 

Wegens het vermeend toestaan van ultrasnelle transacties bij bepaalde mutual funds in de Nations Fund-familie.

Bank of America

675 miljoen

16 maart

 

Wegens de illegale handel in mutual funds (met FleetBoston, dat door BofA was overgenomen).

Citigroup

2,65 miljoen

10 mei

 

Ter schikking van de class action-rechtszaak met betrekking tot de obligaties van WorldCom.

Citigroup

70 miljoen

27 mei

 

Ter schikking van ongeoorloofde kredietpraktijken in 2000 en 2001.

Goldman Sachs

2 miljoen

1 juli

 

Ter schikking van een administratieve maatregel van de SEC.

Bank of America

69 miljoen

3 juli

 

Ter schikking van een rechtszaak van beleggers in Enron over de rol van de bank als waarborger van een aantal obligatie-uitgiftes.

Citigroup

0,27 miljoen

12 juli

 

Ter compensatie van orders die verband hielden met future-transacties.

Citigroup

0,25 miljoen

19 juli

 

Wegens het niet nakomen van verplichtingen in twintig arbitragezaken.

Citigroup

5 miljoen

28 juli

 

Wegens overtredingen die verband hielden met het bijhouden van gegevens en overtredingen van de regels van het toezicht.

Goldman Sachs

5 miljoen

28 juli

 

Wegens overtredingen die verband hielden met het bijhouden van gegevens en overtredingen van de regels van het toezicht.

Wells Fargo

6,7 miljoen

23 augustus

 

Ter schikking van een rechtszaak, waarin Wells Fargo werd beticht van de illegale verkoop van financiële informatie over klanten aan telemarketeers.

Citigroup, J.P. Morgan Chase & Bank of America

111 miljoen

1 oktober

 

Ter schikking van een geschil met de Retirement Systems of Alabama over verliezen die voortvloeiden uit de ondergang van WorldCom.

Citigroup

0,25 miljoen

25 oktober

 

Wegens de verspreiding van ongeoorloofde prospectussen.

2005

Goldman Sachs

40 miljoen

26 januari

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank toezeggingen wilde van klanten om na een beursgang aandelen te kopen, in een poging de koers te schragen na het begin van de handel in deze aandelen.

J.P. Morgan Chase

2,1 miljoen

14 februari

 

Wegens het niet bijhouden van gegevens over alle e-mailcorrespondentie en andere elektronische communicatie en wegens het verstrekken van onvolledige gegevens aan de onderzoekers.

Citigroup

75 miljoen

3 maart

 

Ter schikking van een geschil met beleggers over de rol van de bank bij de ondergang van de firma Global Crossing.

Bank of America

460,5 miljoen

4 maart

 

Ter compensatie van beleggers die aandelen en obligaties hadden gekocht van WorldCom, voordat dit bedrijf in 2002 faillissement aanvroeg.

J.P. Morgan Chase

2 miljoen

16 maart

 

Ter schikking van de claims van beleggers dat de bank niet genoeg onderzoek had gedaan naar de financiële toestand van WorldCom voordat de obligaties van dat bedrijf werden verkocht.

Citigroup

6,25 miljoen

23 maart

 

Boete van de NASD wegens overtreding van de regels met betrekking tot de verkoop van mutual funds.

J.P. Morgan Chase

120 miljoen

23 maart

 

Ter schikking van een geschil met de aandeelhouders over de aankoop in 1998 van een bank uit Chicago (de Bank One-divisie van J.P. Morgan Chase).

J.P. Morgan Chase

0,15 miljoen

9 juni

 

Wegens de verkoop van effecten, in weerwil van de overeengekomen ‘lock-up.’

Goldman Sachs

0,125 miljoen

9 juni

 

Wegens de verkoop van effecten, in weerwil van de overeengekomen ‘lock-up.’

Citigroup

2 miljoen

10 juni

 

Ter schikking van een class action-rechtszaak van beleggers die betoogden dat Citigroup een wankelend Enron had geholpen miljarden dollars aan schulden aan het oog te onttrekken.

J.P. Morgan Chase

2,2 miljoen

14 juni

 

De bank gaat akkoord met de betaling van 2,2 miljard dollar aan beleggers in Enron, die de bank ervan hadden beticht betrokken te zijn geweest bij het boekhoudschandaal dat tot de val van Enron heeft geleid.

Bank of America

1,5 miljoen

16 juni

 

Ter schikking van de aantijgingen van federale toezichthouders dat de bank de regels over het bijhouden van gegevens had overtreden door geen e-mailberichten te bewaren.

Wells Fargo

34 miljoen

11 augustus

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank onredelijke kosten in rekening bracht voor het gebruik van creditcards.

J.P. Morgan Chase

350 miljoen

16 augustus

 

Ter schikking van claims over de rol van de bank in de fraude die tot de ondergang van Enron leidde.

J.P. Morgan Chase

0,1 miljoen

20 september

 

Wegens het niet indienen van officiële verklaringen over de uitgifte van gemeentelijke obligaties.

Wells Fargo

3 miljoen

19 december

 

Wegens overtreding van de regels van het toezicht.

2006

J.P. Morgan Chase

425 miljoen

20 april

 

Ter schikking van het aandeel van de bank in een class action-rechtszaak, waarin werd beweerd dat tientallen banken beleggers op bedrieglijke wijze honderden miljoenen dollars afhandig hadden gemaakt tijdens beursintroducties in de hoogtijdagen van de markten in de jaren negentig.

Goldman Sachs, Citigroup, Bear Stearns, Lehman Brothers, Merrill Lynch, J.P. Morgan Chase en Morgan Stanley

13 miljoen in totaal

1 juni

 

Ter schikking van claims dat zij sommige klanten hebben voorgetrokken op de markt van 200 miljard dollar voor zogenoemde ‘auction rate’- obligaties.

Citigroup

0,775 miljoen

17 juli

 

Boete wegens gebrekkige prijsmarges, beoordelingen en andere informatie in onderzoeksrapporten.

Citigroup

1,1 miljoen

10 augustus

 

Boete wegens het niet voorkomen van het verstrekken van foutieve informatie door beurshandelaren.

Bank of America

7,5 miljoen

27 september

 

Ter schikking van een rechtszaak over witwassen.

Wells Fargo

12,8 miljoen

6 oktober

 

Ter schikking van een class action-rechtszaak waarin werd beweerd dat sommige personeelsleden onterecht waren uitgesloten van overwerkbetalingen.

Citigroup

0,85 miljoen

16 oktober

 

Boete van de NASD wegens overtredingen van de regels van het toezicht, over het bijhouden van gegevens en telemarketing.

J.P. Morgan Chase

2,2 miljoen

22 november

 

Ter schikking van claims dat de Bank One-divisie van de firma honderden personeelsleden die met langdurige ziekteverlof waren onheus had behandeld.

Citigroup, Bank of America, J.P. Morgan Chase, Wachovia en 35 andere banken

255 miljoen in totaal

9 december

 

Ter schikking van een geschil met beleggers in Adephia Communications, het failliete kabeltelevisiebedrijf. Het bedrag dat iedere bank moest afstaan was vertrouwelijk.

Citigroup, J.P. Morgan Chase en andere beklaagden

4,5 miljoen

28 december

 

Ter schikking van iedere aansprakelijkheid met betrekking tot de fraude die Enron vijf jaar eerder had vernietigd.

2007

Bank of America

0,55 miljoen

16 januari

 

Boete van NYSE Regulation vanwege de overtreding van de zogenoemde ‘firm quote’-regel.

Goldman Sachs

0,6 miljoen

16 januari

 

Boete van NYSE Regulation vanwege de overtreding van de zogenoemde ‘firm quote’-regel.

Bank of America

3 miljoen

29 januari

 

Wegens het niet voldoen aan de anti-witwasregels in verband met rekeningen met een verhoogd risico.

Goldman Sachs

2 miljoen

14 maart

 

Ter schikking van een zaak over ‘naked shortselling.’

Bank of America

26 miljoen

15 maart

 

Ter schikking van aantijgingen dat de divisie voor effecten frauduleuze onderzoeksrapporten over bedrijven publiceerde en er niet in was geslaagd het lekken te voorkomen van rapporten die werden gebruikt voor ongeoorloofde transacties.

Wells Fargo

6,8 miljoen

26 april

 

Ter schikking van een class action-rechtszaak, waarin de bank werd beticht van ongeoorloofde hypotheekverstrekkingsactiviteiten.

Citigroup

15 miljoen

6 juni

 

Boete van de NASD ter schikking van aantijgingen over het opstellen van misleidende documenten en het geven van onvolledige informatie bij seminars en bijeenkomsten voor BellSouth Corp.

Wells Fargo

0,25 miljoen

28 juni

 

Wegens het niet vermelden in een onderzoeksrapport dat een analist een baan had aangenomen bij een firma die zij aanbeval.

J.P. Morgan Chase

0,5 miljoen

13 december

 

Wegens het niet vermelden van betalingen aan consultants om diverse obligatie-uitgiftes van gemeenten in handen te krijgen.

2008

Goldman Sachs

11,5 miljoen

5 februari

 

Ter schikking van een rechtszaak over aandelen in Enron.

Citigroup

1,66 miljoen

25 maart

 

De bank gaat akkoord met de betaling van 1,66 miljard dollar aan crediteuren van Enron die geld hadden verloren toen het energieconcern in 2001 ten onder ging.

Citigroup

33 miljoen

4 april

 

Ter schikking van een rechtszaak over geslachtsdiscriminatie.

Citigroup

100 miljoen

8 augustus

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank beleggers ten onrechte had verleid om ‘auction rate’-obligaties te kopen.

J.P. Morgan Chase

25 miljoen

14 augustus

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank beleggers ten onrechte had verleid om ‘auction rate’-obligaties te kopen.

Goldman Sachs

22,5 miljoen

21 augustus

 

Ter schikking van aantijgingen van toezichthouders dat de bank beleggers had verteld dat ‘auction rate’-obligaties veilig waren en net zo liquide als cash

Citigroup

18 miljoen

26 augustus

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank ten onrechte geld van rekeningen van creditcardhouders had gehaald.

Citigroup

0,3 miljoen

13 december

 

Wegens het gebrekkige toezicht op commissies die klanten in rekening werden gebracht op transacties in aandelen en opties.

2009

Goldman Sachs

5 miljoen

4 maart

 

Ter schikking van aantijgingen van de SEC dat de bank haar klanten systematisch miljoenen dollars afhandig had gemaakt door onterecht stukjes winst in te houden op talloze transacties.

Citigroup

2 miljoen

17 maart

 

Boete voor een reeks overtredingen van de regels over het rapporteren van transacties.

J.P. Morgan Chase, Goldman Sachs, Morgan Stanley, Credit Suisse, Bear Stearns, Lehman Brothers, AIG en anderen.

586 miljoen in totaal

1 april

 

Ter schikking van geschillen over aantijgingen van fraude inzake de prijsstelling van beursintroducties eind jaren negentig.

Citigroup

1,72 miljoen

15 april

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank haar klanten ten onrechte heeft laten denken dat de ‘auction rate’-obligaties die zij kochten net zo liquide waren als cash.

Goldman Sachs

60 miljoen

11 juni

 

Schikking, als onderdeel van een onderzoek naar subprime-hypotheken.

Wells Fargo

40 miljoen

9 juli

 

Ter schikking van aantijgingen dat personeelsleden beleggers hebben misleid over de waarde en de veiligheid van bepaalde effecten tijdens de financiële crisis.

Bank of America

33 miljoen

3 augustus

 

Wegens het misleiden van beleggers over miljarden dollars aan bonussen die werden uitgekeerd aan managers van Merrill Lynch ten tijde van de overname van de firma.

Citigroup

0,425 miljoen

22 september

 

Wegens gebrekkig toezicht bij de beursgang van Vonage.

J.P. Morgan Chase, Bear Stearns, Morgan Stanley en Credit Suisse Group

100 miljoen in totaal

10 oktober

 

Ter schikking van een rechtszaak over hun rol in het faillissement van een hypotheekbank uit Philadelphia.

Citigroup

0,6 miljoen

12 oktober

 

Wegens ontoereikend toezicht op aandelentransacties die met de belastingheffing samenhingen.

J.P. Morgan Chase

0,664 miljoen

24 oktober

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank haar klanten ten onrechte heeft laten denken dat de ‘auction rate’-obligaties die zij kochten net zo liquide waren als cash.

J.P. Morgan Chase

75 miljoen

3 november

 

Wegens het verrichten van onwettige betalingen aan vrienden van hoge ambtenaren van Jefferson County, met als doel lucratieve opdrachten in de wacht te slepen op het gebied van de obligatieverkoop en de derivatenhandel.

Wells Fargo

1,9 miljoen

18 november

 

Wegens misleiding van haar klanten door ze te laten denken dat ‘auction rate’-obligaties een veilig, liquide alternatief vormden voor cash, depositocertificaten of geldmarktfondsen.

2010

Wells Fargo

160 miljoen

17 maart

 

Wachovia Bank, een onderdeel van Wells Fargo, gaat akkoord met de betaling van een boete van 160 miljoen dollar ter schikking van aantijgingen dat de bank geld van Mexicaanse drugshandelaren heeft witgewassen.

Citigroup

0,65 miljoen

6 april

 

Boete wegens tekortkomingen van een programma voor rechtstreekse leningen.

Citigroup

1,5 miljoen

26 mei

 

Wegens ontoereikend toezicht met betrekking tot het onttrekken van miljoenen dollars aan trustfondsen van begraafplaatsen.

J.P. Morgan Chase

48,6 miljoen

3 juni

 

Boete van de Britse financiële toezichthouder wegens het niet aanbrengen van een scheiding tussen het geld van klanten en dat van de firma zelf.

Goldman Sachs

550 miljoen

15 juli

 

Ter schikking van aantijgingen van de SEC met betrekking tot foutief geformuleerde en weggelaten feiten in documenten over een synthetische CDO (Abacus 2007-AC1).

Citigroup

75 miljoen

29 juli

 

Ter schikking van aantijgingen in een civiele zaak dat de bank beleggers had misleid over mogelijke verliezen op hypotheken met een hoog risico.

Bank of America

108 miljoen

2 augustus

 

Countrywide Financial, overgenomen door Bank of America, gaat akkoord met de betaling van een boete van 108 miljoen dollar ter schikking van federale aantijgingen dat de firma klanten te veel had laten betalen die moeite hadden hun huis te kunnen behouden.

Bank of America

600 miljoen

3 augustus

 

Countrywide Financial, overgenomen door Bank of America, gaat akkoord met de betaling van 600 miljoen dollar in door aandeelhouders aangespannen rechtszaken, in de grootste schikking tot nu toe met betrekking tot de hypotheekcrisis.

Wells Fargo

203 miljoen

9 augustus

 

Wegens manipulatie door de bank van debitcardtransacties, zonder de klanten daarvan in kennis te hebben gesteld, om de inkomsten uit vergoedingen voor rood staan kunstmatig te verhogen.

Bank of America

150 miljoen

1 september

 

Ter schikking van een geschil tussen de SEC en BofA over de overname van Merrill Lynch.

Goldman Sachs

27 miljoen

8 september

 

Boete van de Britse financiële toezichthouder wegens het niet openbaar maken van het onderzoek van de SEC naar de synthetische cdo (Abacus).

Bank of America, Citigroup, J.P. Morgan Chase, Wells Fargo en meer dan twintig andere banken

175 miljoen

22 oktober

 

Ter schikking van een geschil met een stichting die het failliete Adelphia Communications Corp. Vertegenwoordigt.

Goldman Sachs

0,65 miljoen

9 september

 

Wegens het niet openbaar maken van mededelingen van Wells.

Wells Fargo

100 miljoen

20 november

 

Ter schikking van een geschil met Citigroup over aantijgingen dat de bank Wachovia op oneerlijke wijze aan Citi had ontfutseld.

Bank of America

137 miljoen

7 december

 

Ter schikking van aantijgingen van de SEC en de federale autoriteiten inzake de betrokkenheid van de bank bij een plan om veilingen te manipuleren op de markten voor gemeentelijke obligaties, als onderdeel van een voortgaand federaal onderzoek.

2011

Bank of America

410 miljoen

23 mei

 

Ter schikking van de betrokkenheid van de bank bij een bredere rechtszaak over buitensporige vergoedingen voor het rood staan op debitcards.

Bank of America

20 miljoen

26 mei

 

Ter schikking van federale aantijgingen dat een onderdeel van de bank (Countrywide Financial) ten onrechte militair personeel uit hun huizen had gezet (de meeste huisuitzettingen deden zich voor vóórdat Bank of America Countrywide overnam).

Wells Fargo

11,2 miljoen

4 april

 

Wegens de verkoop van bepaalde hypotheekobligaties, terwijl de bank wist dat ze veel minder waard waren dan de nominale waarde.

Goldman Sachs

10 miljoen

9 juni

 

De bank gaat akkoord met de betaling van een boete van 10 miljoen dollar en zegt te zullen ophouden met het organiseren van privé-ontmoetingen tussen aandelenanalisten en handelaren, die bekend staan als ‹huddles,› ter schikking van een onderzoek van de toezichthouder op de aandelenmarkt van Massachusetts.

J.P. Morgan Chase

153,6 miljoen

20 juni

 

Ter schikking van federale civiele aantijgingen dat de bank beleggers heeft misleid in een complexe transactie van hypotheekobligaties in 2007, toen de huizenmarkt begon in te storten.

Bank of America

8,5 miljoen

28 juni

 

Ter schikking van claims van kopers van hypotheekobligaties, die kopje onder gingen toen de zeepbel op de huizenmarkt knapte.

J.P. Morgan Chase

211 miljoen

6 juli

 

Ter schikking van aantijgingen dat de bank de regeringen van 31 staten had bedrogen door het biedproces te manipuleren voor de herinvestering van de opbrengst van tientallen gemeentelijke obligaties.

Wells Fargo

125 miljoen

7 juli

 

Ter schikking van een rechtszaak over de verkoop van bepaalde hypotheekcertificaten.

Wells Fargo

85 miljoen

20 juli

 

Ter schikking van civiele aantijgingen dat de bank kredietdocumenten had vervalst en kredietnemers tijdens de bloei van de huizenmarkt had gestimuleerd subprime-hypotheken te nemen met een hogere rente.

Wells Fargo

590 miljoen

5 augustus

 

Ter schikking van de aantijgingen dat Wachovia, overgenomen door Wells Fargo, tussen 2006 en 2008 misleidende informatie had verstrekt over de verkoop van effecten.

Citigroup

0,5 miljoen

9 augustus

 

Wegens gebrekkig toezicht op een verkoopmedewerker die geld van klanten verduisterde.

J.P. Morgan Chase

88,3 miljoen

24 augustus

 

Ter schikking van een geschil met het ministerie van Financiën over een serie transacties met Cuba, Iran en Soedan.

Citigroup

0,77 miljoen

3 oktober

 

Boete van de toezichthouder in Hong Kong wegens het niet rapporteren van een ‘Ponzi-scheme’ waarbij een vroeger personeelslid van de bank was betrokken.

Citigroup

285 miljoen

18 oktober

 

Ter schikking van de aantijgingen van de SEC dat de bank beleggers had bedrogen door ‘giftige’ hypotheekobligaties te verkopen waarvan de bank verwachtte dat ze onder water zouden komen te staan.

Wells Fargo

37 miljoen

7 november

 

Beschuldigd van het manipuleren van de biedingsstrijd om opdrachten van de overheden van staten en gemeenten.

Wells Fargo

0,3 miljoen

22 november

 

Wegens het gebruik van misleidend marketingmateriaal inzake REIT-transacties.

Wells Fargo

75 miljoen

2 december

 

Ter schikking van een ‘class action’-rechtszaak, aangespannen door aandeelhouders die beweerden dat Wachovia tussen 2006 en 2008 een verkeerde indruk had gegeven van de kwaliteit van haar hypotheken.

Bank of America

315 miljoen

6 december

 

Ter schikking van aantijgingen van beleggers dat zij waren misleid over de hypotheekobligaties die door BofA-divisie Merrill Lynch waren verkocht.

Wells Fargo

148 miljoen

7 december

 

Ter schikking van aantijgingen dat Wachovia, nu onderdeel van Wells Fargo, miljoenen dollars winst had behaald door biedingen te manipuleren op de markt voor gemeentelijke obligaties.

Goldman Sachs

10 miljoen

14 december

 

Ter schikking van aantijgingen over de afhandeling van hedgefund-transacties in het Arthur Nadel ‘Ponzi-scheme.’

Wells Fargo

2 miljoen

15 december

 

Wegens de ongeoorloofde verkoop van converteerbare obligaties aan oudere klanten en het niet noemen van ‘breakpoints’ bij UIT-transacties.

Bank of America

335 miljoen

20 december

 

Ter schikking van aantijgingen dat haar divisie Countrywide Financial zwarte en Hispanic kredietnemers had gediscrimineerd ten tijde van de bloei op de huizenmarkt.

2012

Goldman Sachs

1 miljoen

11 januari

 

Ter schikking van een geschil met een groep computertechnici die beweerde geen betaling voor overwerk te hebben ontvangen toen zij op contractbasis waren ingehuurd.

Citigroup

0,725 miljoen

18 januari

 

Wegens het niet openbaar maken van belangenconflicten in onderzoeksrapporten.

Wells Fargo

75 miljoen

27 januari

 

Ter schikking van een ‘class action’-rechtszaak tegen Wachovia, onderdeel van Wells Fargo, over hypotheekleningen.

J.P. Morgan Chase

110 miljoen

6 februari

 

Ter schikking van een geschil met consumenten, waarin de bank werd beticht van het in rekening brengen van buitensporige vergoedingen voor rood staan.

Bron: eigen onderzoek.